*

 

Zwartspaarders opjagen is een dure plicht

Hans van den Heuvel − 06/02/10, 00:00

Wie de belasting ontduikt door grote sommen geld weg te sluizen naar geheime bankrekeningen, weet dat hij immoreel bezig is.

  • Het Zwitserse kantoor van HSBC, de bank die veel Duitsers kozen om hun zwarte geld te stallen (EPA)

In het overheidsbeleid strijden vaak verschillende waarden om voorrang: legaliteit, legitimiteit en integriteit. Soms kan een overheid de ene waarde zwaarder laten meewegen dan de andere, bijvoorbeeld als zij de wet moet overtreden om maatschappelijk onrecht te voorkomen of om misbruik tegen te gaan.

Goed of fout op zichzelf bestaat niet. Moreel gedrag moet altijd in de context van andere waarden worden beoordeeld en afgewogen. Als het gaat om overheidsbeleid, zijn daarvoor geen kant en klare spelregels te geven, maar wel een aantal voorwaarden, waaraan dat handelen kan worden getoetst.

In het geval van de niet rechtmatig verkregen databestanden over zwartspaarders in het belastingparadijs Zwitserland, is het de vraag of de Nederlandse regering daarvan gebruik mag maken. Inmiddels is deze kwestie teruggebracht tot de eenvoudige juridische vraag: Gaat het om gestolen gegevens? Wordt de regering dan een heler?

Dat er een precedent is – Liechtenstein twee jaar geleden – ontslaat staatssecretaris De Jager er niet van deze vraag in een morele context te beoordelen. De helingkwestie gaat over het gebruik maken van gestolen data en brengt de overheid in een lastig dilemma. Volgens de Hoge Raad mag de regering in haar speurtocht naar zwart spaargeld van dit soort gegevens gebruik maken, mits zij het misbruik niet heeft geïnitieerd of gefaciliteerd.

Volgens deze criteria heeft de regering zich niet schuldig gemaakt aan medeplichtigheid of heling. Bovendien gold de zwartspaarder al langer als een gewaarschuwd mens. De belastingdienst heeft met een inkeerregeling zwartspaarders op het fiscaal rechte pad willen brengen. Wie niet horen wil, moet dan maar voelen, zou de nuchtere redenering kunnen zijn. Ook geldt het argument dat - als de data na onderzoek correct blijken te zijn - de overheid van de data gebruik moet maken om zich daarmee van haar plicht te kwijten, namelijk het opsporen van strafbare feiten.

Er is ook het sociaal-psychologisch perspectief. Dan gaat het over de legitimiteit van het beleid. Het is belangrijk dat de rechtvaardigheid en het maatschappelijk draagvlak van het belastingssysteem overeind blijven. De regering moet een zuivere belastingmoraal bevorderen en handhaven. Het bevoordelen van een bevolkingsgroep die de weg naar het geheime Zwitserland weet te vinden, is uit den boze. Vandaar dat de straf voor het niet opgeven van zwart geld zwaarder is dan voor iemand die met de boeken knoeit of steekpenningen incasseert.

Het is, kortom, een dure (ook morele) plicht om belastingontduiking aan te pakken. Dat eist vervolging en in dit geval staan Zwitserland en de belastingsontduikers moreel in een kwade reuk. Terwijl in alle beschaafde landen van Europa het bankgeheim voor zwartspaarders is opgeheven, blijft dat land volharden in zijn lucratieve positie als geheime stalling van spaargeld. En de spaarders hebben geen been om op te staan, omdat hun gedrag illegaal en immoreel is.

Toch kan het aankopen van gestolen cd-roms met belastinggegevens een hellend vlak zijn. Het zal de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de overheid aantasten. Ook kan, zo wordt wel gesteld, het premiejagers uitlokken. Vandaar dat de overheid kritisch naar de herkomst van de data moet kijken.

Het maakt verschil of de data afkomstig zijn van een klokkenluider die een misstand aan de kaak wil stellen of van een calculerende oud-employé die alsnog een flink slaatje uit zijn vorige dienstbetrekking wil slaan. De ene boef is de andere niet.

Voor de overheid moet in ieder geval openheid voorop staan, haar handelen moet transparant zijn: geen geheime deals. Verder moet de ministeriële verantwoordelijkheid in dit soort beslissingen zijn gewaarborgd, zodat de bewindspersoon zich tegenover de volksvertegenwoordiging voor het handelen van de belastingdienst en de Fiod/ECD kan verantwoorden.

Ook moet in de besluitvorming de hiervoor aangeduide belangenafweging expliciet worden gemaakt, waarbij de regering duidelijk maakt het belastingsysteem tegen inbreuken te beschermen en zich rekenschap geeft van de mogelijk onbedoelde effecten en nadelen (heling en premiejagers) van haar handelen.

mailIcon print |