*

 

Een fascinerende hondebaan

Seije Slage − 06/02/10, 00:00

Trouw enquêteerde de raadsleden van Nederland. Ze maken zich zorgen over het feit dat ze geen goede afspiegeling zijn van de bevolking. En de burgers die ze tegenkomen op inspraakavonden zijn dat al evenmin. „Raadsleden zijn vooral werkzaam in het onderwijs of bij de overheid. Dat geeft een te eenzijdige kijk op politieke vraagstukken.”

  •  Hélÿne  Oppatja, lijsttrekker voor de PvdA in Alphen aan den Rijn: 'Volgens mij ben ik de enige werkende moeder met jonge kinderen in de hele raad.' De Trouw-enquête bevestigt dat beeld. Driekwart van de gemeenteraadsleden is man en bijna negentig procent is veertigplusser.  (Trouw)
    Hélÿne Oppatja, lijsttrekker voor de PvdA in Alphen aan den Rijn: 'Volgens mij ben ik de enige werkende moeder met jonge kinderen in de hele raad.' De Trouw-enquête bevestigt dat beeld. Driekwart van de gemeenteraadsleden is man en bijna negentig procent is veertigplusser. (Trouw)
  • Raadsleden: enquete over hun dagelijks leven in verhouding tot hun raadswerk (Michel van Elk/Trouw)
    Raadsleden: enquete over hun dagelijks leven in verhouding tot hun raadswerk (Michel van Elk/Trouw)

Hélène Oppatja is een uitzondering. Ze heeft een eigen bedrijf, en ze is niet alleen vrouw maar ook moeder. En toch zit ze in Alphen aan den Rijn in de gemeenteraad voor de PvdA. Bij deze verkiezingen is ze zelfs lijsttrekker.

Het gemiddelde gemeenteraadslid voldoet aan een ander profiel. „Er zijn nauwelijks vrouwen tussen 30 en 50 jaar. Volgens mij ben ik de enige werkende moeder met jonge kinderen in de hele Alphense raad. Dat geeft mij een unieke mogelijkheid om te onderscheiden, maar een afspiegeling van de samenleving is de gemeenteraad absoluut niet”, zegt Oppatja.

Anderen vallen haar bij: „Het raadswerk in mijn gemeente wordt te veel door oudere, mannelijke ambtenaren en ex-ambtenaren gedaan. Ik mis jongeren, vrouwen, mensen die werkzaam zijn in het bedrijfsleven en daar leren hoe ze goede besluiten moeten nemen, hoe ze effectief moeten vergaderen. Ik snap best waarom raadsvergaderingen niet interessant zijn voor het publiek. Er zitten te veel dezelfde soort mensen aan tafel”, zegt Alexander Kuipers (VVD Lansingerland).

Ook GroenLinkser Dorith van Ewijk uit Goes maakt zich zorgen: „Het is jammer dat raadsleden vooral werkzaam zijn in het onderwijs of bij de overheid. Dat geeft een te eenzijdige kijk op politieke vraagstukken.”

De enquête die Trouw rondstuurde, bevestigt het beeld. Driekwart van de gemeenteraadsleden is man. Bijna negentig procent is veertigplusser. En bijna dertig procent werkt in de publieke sector – drie keer zoveel als je op grond van het aantal ambtenaren in Nederland zou mogen verwachten.

Raadswerk kost tijd – gemiddeld 18 uur per week. Daar staat vaak een magere vergoeding tegenover, vooral in kleinere gemeenten. In een gemeente met 20.000 inwoners krijg je maximaal 560 euro bruto per maand. En al zou je op je reguliere baan minder willen gaan werken: veel bazen geven je niet zomaar een dag vrij.

Daardoor kan niet iedereen raadslid worden. „Dat het mij wel lukt, komt doordat ik het echt heel graag wil”, zegt Oppatja. „Daarnaast heb ik een man die mij ondersteunt, kinderen die geen problemen hebben op school, en was ik door mijn werk in de horeca toch al gewend aan onregelmatige uren. Maar ik heb veel collega’s gezien die moesten afhaken als er thuis iets mis ging.”

Veel raadsleden maken zich zorgen dat raad en burgers van elkaar vervreemden. Door de eenzijdige samenstelling van de raden, maar ook door de opstelling van burgers zelf. „Burgers stemmen steeds vaker als consument”, zegt Jeroen Piksen (CDA Hellendoorn). Partijen die het algemeen belang laten prevaleren, krijgen vaak te maken met lastercampagnes van individuen die zich benadeeld voelen, constateert hij. „Daardoor willen steeds minder mensen raadslid worden.”

Dertig procent van de lokale politici wordt wel eens bedreigd, blijkt uit de enquête. Al doen ze daar meestal maar geen aangifte van.

Er is nog een andere factor die volgens veel raadsleden het contact tussen burger en overheid aantast: de nadruk op schaalvergroting en op de gemeente als dienstverlenende instantie. Dat heeft de afgelopen jaren onder andere tot veel herindelingen van kleinere gemeenten geleid; soms gedwongen. Bijna 75 procent van de raadsleden vindt dat een fusie alleen met instemming van alle betrokken gemeenten doorgang mag krijgen.

Veel raadsleden betwisten dat een grotere organisatie de problemen ook beter aan kan pakken. Herindelingen leiden er alleen toe dat dezelfde ambtenaren in een nieuwe organisatie een hoger salaris krijgen, zegt Harald Bouman van Gemeentebelangen Eemsmond.

Of dat nou zo is of niet: veel raadsleden klagen dat de gemeente tegenwoordig gezien wordt als een dienstverlenende projectorganisatie, niet meer als een politieke gemeenschap. „De gemeente is geen bedrijf”, oordeelt Douwe Willemsma (FNP Littenseradiel). Schaalvergroting leidt tot vervreemding, vindt ook Ingeborg van ’t Hoog (VVD Krimpen aan den IJssel). „Soms lijkt het erop dat Nederland over 25 jaar bestaat uit 100 gemeenten, met vele kernen. Hoezo, de burger dichterbij de politiek brengen, als de fysieke afstand hoe langer hoe groter wordt?”

Om burger en politiek tot elkaar te brengen, zijn de afgelopen jaren allerlei instrumenten bedacht voor inspraak, zoals referenda en burgerinitiatieven. Maar ook die functioneren niet optimaal. Slechts 5 procent van de raadsleden geeft aan dat de mogelijkheden tot burgerinvloed ruim worden benut door verschillende groepen burgers; 49 procent constateert dat ze niet of nauwelijks gebruikt worden; 46 procent zegt dat ze vooral gebruikt worden door een klein groepje actieve burgers. De stelling dat de besluitvorming soms door een kleine elite van actieve burgers ’gekaapt’ wordt, onderschrijft meer dan de helft van de raadsleden (54 procent).

Emile Weekers (Transperant Valkenburg) legt uit hoe dat kan gaan: „De actieve minderheid kaapt issues die de zwijgende meerderheid later van verbazing doet wakker schudden als het kwaad geschied is. Twee mensen kunnen ’namens een buurt sprekend’ voor elkaar krijgen dat er verkeersdrempels aangelegd worden. Als ze er dan liggen, komt er een volksoproer omdat de piepende remmen en accelererende automobielen geluidsoverlast veroorzaken.”

Soms wordt eenzijdige burgerinspraak ook georganiseerd door partijen die via de normale democratische weg hun zin niet krijgen, signaleert CDA-raadslid Wibaut Dragt uit Hengelo.

„Inspraak van burgers vind ik erg belangrijk”, zegt Ingeborg Geurts van Jong Uden. „Maar de praktijk leert helaas dat er een kleine club is die je tegenkomt in wijkraden en wmo-raden.” Geurts probeert dus de informatie die ze uit informele contacten op straat of in de kroeg haalt, net zo goed mee te wegen als de ’officiële inspraak’.

Ondanks zulke bedenkingen vindt toch een meerderheid van 57 procent dat burgerinvloed de kwaliteit van de besluitvorming verhoogt. Bij nadere bestudering van de toelichtingen blijken veel raadsleden een onderscheid te maken tussen twee soorten burgerinvloed. Ze zijn sceptisch over de representativiteit van belangengroepen die alle juridische registers opentrekken om hun zin te krijgen.

Maar ze zien wel wat in het vroegtijdig betrekken van burgers bij de totstandkoming van beleid. Of, zoals Walter de Vet (Kern ’75 Gilze Rijen) het samenvat: „Burgerinitiatieven die genomen worden om een voorgenomen besluit tegen te houden, voegen weinig toe aan de democratie. De gemeenteraad kan daarin zelf een weloverwogen beslissing maken. Ik ondersteun van harte burgerinitiatieven die, wat het woord zegt, een echt initiatief zijn, om iets te realiseren. Dat is echt burgerparticipatie.”

Ook Hélène Oppatja maakt een onderscheid: „Bij de officiële inspraak zie je dat vooral de tegenstanders zich organiseren, nooit de voorstanders. Maar we zijn nu ook een experiment gestart waarbij burgers een budget krijgen om zelf een initiatief te realiseren. Dat geeft mooie resultaten.”

Jan Willem Eggink (D66 Utrechtse Heuvelrug) pleit voor ’interactief beleid’: „Referenda en burgerinitiatieven zijn extra’s die niet het verschil maken. Het echte verschil zit hem erin hoe het college de inwoners betrekt door in een vroeg stadium de inbreng van belanghebbenden te zoeken. Dat is nog een hele kunst overigens.”

Maar als het dan lukt om iets tot stand te brengen, dan is het raadswerk ook prachtig, wil zijn partijgenoot Arjan Kleuver uit Utrecht nog kwijt: „Raadslid zijn is geweldig! Je hebt de kans om vorm te geven aan je Grote Idealen, en je hebt de kans om stoeptegels recht te laten leggen als buurtbewoners het na heel veel bellen en schrijven zelf niet lukt. Bovendien word je gedwongen om na te denken over zaken waar je lang niet altijd verstand van hebt: je wordt er slim van.”

Co Backer van BaZo Beverwijk is dan weer iets gekwalificeerder in zijn enthousiasme: „Het is een fascinerende hondebaan.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />