150.000 leerlingen uit groep acht maken deze week de vaak bekritiseerde Citotoets. Is het een momentopname of een betrouwbaar advies?
Geregeld klinken klachten over de Citotoets, toch buigen zich net als elk jaar vanaf vandaag weer ruim 150.000 leerlingen over de 200 meerkeuzevragen. Marleen van der Lubbe, projectleider van de eindtoets bij Cito in Arnhem, reageert op veelgehoorde kritiek.
De driedaagse Citotoets is maar een momentopname. Daar mag de toekomstige keuze voor een middelbare school niet van afhangen.
„Het is waar dat je maar op drie ochtenden een toets afneemt waarmee je meet wat een leerling in acht jaar school heeft opgestoken. Als dan, ik noem maar wat, je konijn net is overleden, dan kan het zijn dat je niet optimaal presteert. Maar dat is alleen bij enkele individuele leerlingen aan de hand. Over het algemeen heeft de toets een hoge voorspellende waarde. Het blijkt dat bij ongeveer driekwart van de leerlingen de uitkomst van de Citotoets en de mening van de leerkracht over het beste schooltype voor de leerling overeenkomt. Het is dus veel meer dan een momentopname: de toets geeft een betrouwbaar, onafhankelijk advies.”
Het is stress voor niks. De Citotoets voegt voor de meerderheid van de leerlingen niets toe: de uitkomst was al door de basisschool voorspeld.
„Een onafhankelijk advies naast het advies van de leerkracht is belangrijk om te komen tot de best passende plek voor elke leerling. Waar hij niet op de tenen hoeft te lopen maar wel voldoende uitgedaagd wordt, anders gaat het fout in de brugklas. Dat is namelijk een nare ervaring. Het kan er zelfs toe leiden dat een kind later helemaal uitvalt.
Toch is de kritiek deels waar: die eindtoets is alleen van belang voor de groep leerlingen bij wie de uitslag anders is dan het advies van de leerkracht. Dat is dus bij een kwart van de leerlingen. In hun geval moet het voortgezet onderwijs met de basisschool, ouders en leerling om de tafel om te bezien wat nu de beste keuze is. Zo werkt het ook in de praktijk. Als je kijkt waar de leerlingen terechtkomen blijkt zelfs 83 procent in de brugklas te zitten die de Citotoets adviseerde. Bijna 13 procent gaat naar een hoger brugklasniveau, en vijf procent kiest voor een lager.
Kijk je naar wat er met die leerlingen gebeurt in de tweede klas, dan blijft de overgrote meerderheid waar die zit. En: juist de leerlingen die naar een ander niveau gegaan zijn dan uit de Citotoets was gekomen, wisselen vaker van niveau na de brugklas. Ook achteraf blijkt de Citotoets daar dus soms voorspellende waarde te hebben gehad.”
De Citotoets let alleen maar op de leerprestaties van een kind. Dat is veel te eenzijdig.
„Scholen zijn vrij om de toetsen te kiezen die ze willen. Sommige scholen kiezen voor eentje die alleen de intelligentie meet, zoals de NIO. Die kijkt puur naar de capaciteiten van een kind: wat zit erin? Wij kijken juist naar: wat komt eruit? Twee kinderen kunnen dus dezelfde score hebben bij de NIO, want ze zijn even slim. Maar op de Citotoets kunnen diezelfde kinderen toch hele andere uitkomsten hebben. Want wij kijken naar wat ze geleerd hebben. Daarin meet je mee hoe geconcentreerd ze zijn en hoe gemotiveerd. Dat is bij een intelligentietest niet zo. De Citotoets is dus niet zo eenzijdig als het lijkt.
Veel scholen in het voortgezet onderwijs gebruiken de score als een minimumeis voor toelating. Zo wordt het een absolute norm, dat is ongewenst.
„Driekwart van de middelbare scholen gebruikt inderdaad Citoscores voor bepaalde types onderwijs als vuistregel. Daar is niets mis mee. Zolang het maar niet betekent dat een leerling die een andere score heeft nooit in aanmerking kan komen. Dat gebeurt echt bijna niet. Uit onderzoek van ons blijkt dat slechts 0,3 procent van de middelbare scholen alleen op de Citotoets af gaat. Dat vinden wij niet goed, maar het is een hele kleine groep.”
Basisscholen worden door de inspectie afgerekend op het gemiddeld cijfer voor de Citotoets. Dat leidt ertoe dat zij slechte leerlingen van tevoren uitsluiten aan deelname. Zo zorgen ze dat de gemiddelde eindscore van de basisschool kunstmatig hoog blijft.
„Wij vinden zelf ook dat bepaalde kinderen niet geschikt zijn voor de eindtoets. Dat zijn leerlingen die korter dan vier jaar in Nederland wonen en de taal niet voldoende beheersen. Of het zijn kinderen die naar een brugklas in het speciaal onderwijs of het praktijkonderwijs zullen gaan. Zij hebben een lage intelligentie of bijvoorbeeld een ernstig gedragsprobleem. Het is natuurlijk verkeerd als een school leerlingen niet mee laat doen, die wél in aanmerking horen te komen.”
De grote meerderheid van de basisscholen kiest voor de Citotoets als eindtoets. Daardoor krijgt de toetsontwikkelaar een monopolie.
„Het gevaar van een monopolie lijkt mij dat door gebrek aan concurrentie, een product minder goed wordt. Dat zie ik bij de Citotoets niet snel gebeuren. De toets is openbaar, alle scholen en leerkrachten krijgen hem onder ogen. Er is dus elk jaar weer een uitgebreide mogelijkheid tot discussie over de kwaliteit, dat houdt ons scherp. En de maatschappij volgt ons ook heel kritisch, we zullen heus niet verslappen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.