Hoe vind je een leuke man op de virtuele relatiemarkt? Wat doe je als je geen zin hebt om achter een beeldscherm langs al die potentiële geliefden te scrollen? Een datingcoach kan uitkomst bieden.
Hoe ziet jouw man eruit? Fors of tenger, heeft hij sproeten, lachrimpeltjes rond zijn ogen, een woeste krullenbos? Mijn vriendin Christien (40) weet het niet, ze zoekt hem nog. Maar waar?
Christien is warm, geestig, inspirerend, gedreven, slim, spiritueel, zeer betrokken bij de wereld en haar uitgebreide vriendenkring. En ze rijdt Saab (dat meld ik even op haar verzoek).
Christien weet best dat haar man mogelijk op internet zwerft. Dat hij schuilgaat achter een van de duizenden profielen op een van de 230 Nederlandse datingsites. Dat hij zich daar nu presenteert als ’John (43), projectmanager, hobby’s: uitgaan, sporten, wandelen langs het strand’. Of als ’Sebastiaan (41), architect, bourgondiër, dol op theater, jazz en een goed glas wijn’.
Ze weet ook dat de virtuele relatiemarkt veel mensen aan een partner helpt. Zo’n tien procent van alle relaties is ooit begonnen met een online match, een mailtje, een sms’je en een eerste date. De kans dat ze via internet een leuke man treft, is wellicht groter dan dat ze die op haar werk, via vrienden of een relatiebemiddelingsbureau ontmoet.
Alleen: Christien vindt het niet leuk om achter haar beeldscherm langs al die potentiële geliefden te scrollen. Ze doet dat nauwelijks, ze raakt ’geblokkeerd’ als ze vijfhonderd ’matches’ moet bekijken. Want: „Liefde is onberedeneerbaar, onbenoembaar. Je moet iemand ruiken en zien.”
Vanwege die blokkade rijden we op een avond naar Irma Ellens-Maat (45), die als datingcoach verbonden is aan e-matching.nl, een datingsite voor hogeropgeleiden. In de Saab, langs wegen die steeds smaller en donkerder worden en uiteindelijk onverhard. Bij het eindpunt, in het buitengebied van Giethoorn, wacht Ellens-Maat met koffie. En, zo heeft zij beloofd, het antwoord op de vraag: hoe vind je een leuke man langs de virtuele weg?
Ellens-Maat begint meteen heel praktisch: wat voor soort partner zoek je dan? Ze vult het plaatje zelf al gedeeltelijk in: „De meeste vrouwen willen geen oude man, of een man die een kop kleiner of veel lager opgeleid is.”
Leeftijd. Lengte. Opleiding. Beroep. Bij deze kille criteria begint Christien al bijna te zuchten. Want natuurlijk is het fijn als haar toekomstige man een leeftijdsgenoot is met een hbo-diploma of academische graad. Maar als hij bakker is of vrachtwagenchauffeur, of zeven jaar ouder, of desnoods toch iets kleiner, dan is het óók goed. Het gaat om ’de klik’, om het gevoel dat dít ’m is.
Dat gevoel heeft Christien in het verleden verschillende keren gehad. Meteen, pats boem, zo’n beetje bij de eerste blik. Sinds ze single is had ze een aantal dates (na speeddates, of geregeld door vrienden), maar daarbij bleef de klik uit. Dat voorvoelde ze eigenlijk al tijdens de telefoontjes van tevoren. Maar ja, zegt ze: „Ik denk dan: geef die man een kans. Ik vind het zo heftig om iemand op kleine dingen af te wijzen.”
De datingcoach heeft haar diagnose al klaar: Christien is ’tolerant’ en ’ruimdenkend’, veel te open naar haar zin. „Jij vist niet in een vijver, maar in de oceaan. Je moet wat strenger zijn, meer naar je gevoel luisteren.” Dat betekent géén afspraak maken, als ze door de telefoon al denkt: ’Sáái!’ En voor een tweede date komen alleen ’bovengemiddeld leuke mannen’ in aanmerking, zegt Ellens-Maat.
Maar zover is het nog niet. Christien hikt nog aan tegen dat beeldscherm vol bleke, vaak clichématig geformuleerde karakterschetsen. Wat mailt ze aan John, wat aan Sebastiaan, en zitten er tussen die 498 andere profielen niet mannen die veel beter bij haar passen?
Maak die lijst korter, adviseert de coach, door scherpere eisen te stellen. Bijvoorbeeld: het is fijn als hij niet rookt, van fietsen en kamperen houdt, hart heeft voor het milieu en op z’n minst geen bezwaar heeft tegen vegetariërs. Maar ook dat vindt Christien lastig: „Dan zit je op internet in een spiegel te kijken. Dat heeft iets merkwaardigs, want je valt niet op jezelf.”
Toch hebben gelijkgestemde zielen meer kans op een succesvolle relatie dan tegenpolen, zegt Ellens-Maat. En je moet ergens beginnen, in die enorme virtuele vijver. Dus hup Christien, niet zeuren: „Andere singles zijn krom, hebben een ton schuld, of zes kinderen. Jij ziet er leuk uit, je bent nog jong, je hebt je kansen voor het grijpen. Beschouw internet gewoon als een opstapje.”
Grijpen is een actie, Christien moet aan de slag. De coach geeft huiswerk op: „Ruim minstens drie uur per week in voor het bekijken van profielen en het versturen van interessemailtjes.”
Die mailtjes moeten luchtig, kort en efficiënt zijn, zegt Ellens-Maat. „Aan Sebastiaan de architect mail je bijvoorbeeld: ’Het lijkt me heel leuk om huizen te ontwerpen, daar kun je vast veel van jezelf in kwijt. Of romantiseer ik je werk nu?’ En dan eindig je niet te opdringerig: ’Het lijkt me leuk iets van je te horen.’”
De mailtjes, de profielen, de telefoontjes, de afwijzingen, van hem en van haar, al die uren in je eentje achter dat scherm, de teleurstellende ontmoetingen met mannen die virtueel veel leuker leken, de gezellige dates met mannen met wie je best een maaltijd maar niet je leven wilt delen. Dat hoort, zegt de coach, er allemaal bij. Aan het einde gloort de liefde: „Misschien word je bij nummer 11 of 13 echt verliefd.”
Terug in de Saab, de lange, donkere weg op, langs dorpen en steden die al bijna slapen. Misschien zitten John en Sebastiaan daar nog achter de computer, te mailen aan hun potentiële vriendin.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.