opinie Toen ik een paar weken geleden in Suriname rondreed, sprak ik de wens uit de grens over te steken naar Frans-Guyana. Ik weet niet precies wat ik ervan moest verwachten, maar ik denk dat de gepeperde reputatie van de hoofdstad Cayenne me trok.
Iedereen vertelde me echter dat het de moeite niet loonde, dat Frans-Guyana ongeveer hetzelfde was als Suriname. Het enige wat anders was, was dat het er zo Frans was. Je had er de gendarmerie en de mensen liepen er met stokbroden onder de arm.
We gingen niet. Voor een Franse ervaring konden we wel in Frankrijk zelf terecht. Het is overigens de vraag of het moederland zelf nog wel zo typisch Frans is. Terwijl de grote wereldlanden voortdenderen in de ratrace van globalisering, technocratisering, secularisatie en economische progressie, worden hun authentieke stukjes van vroeger vaak het langst overzee bewaard. De krant van woensdag pronkte met een foto van een meisje gehuld in de Amerikaanse vlag maar met een Zeeuws kapje op (of misschien kwam het uit Spakenburg of Volendam, dat onderscheid weet ík al niet meer). ’Dutch Iowa’ heette de foto en het zou me niet verbazen als-ie in Pella, Iowa genomen was, een plaatsje met een extreem Nederlandse couleur locale, met windmolens, tulpen, klompen en al. Ik ben er eens geweest en keek m’n ogen uit, want wie van mijn generatie wist nog wat een klokkenkleedje was of een kaarssnuiter? Zoiets dus ook in Frans-Guyana, Franser dan Frans.
In Frankrijk zelf weten ze het niet precies meer, begreep ik onlangs uit het journaal. Er is zelfs een soort onderzoek gestart naar de Franse identiteit. De vraag op zich is karakteristiek: waarom zou het je wat kunnen schelen? Maar Fransen zijn een chauvinistisch volk, dat graag ergens trots op wil zijn. De ondervraagde passanten gaven op de vraag naar de Franse identiteit heel verschillende antwoorden, de een noemde de Eiffeltoren, een ander zei Liberté, weer iemand anders vond Franse sport het wezen van de natie uitmaken, en ik hoorde ook nog iemand zeggen: ons verleden.
Dat laatste is natuurlijk het veiligste antwoord: je identiteit ligt in het verleden. Je kijkt om en ziet hoe het vroeger was en meent dat het toen beter was: alles nog op z’n plaats en je wist wat je aan elkaar had. Ik denk dat Frankrijk meer symbolen van z’n verleden en cultuur heeft bewaard dan Nederland. Wie door Nederlandse binnensteden loopt hoort nog maar een klein beetje Nederlands tussen al dat Engels, Spaans en Slavisch, de voertaal in de winkel- en reclamewereld is helemaal Angelsaksisch geworden, en klompen en tulpen koop je in toeristenwinkeltjes.
Ik ben in Frankrijk nog geen middenstander tegengekomen die Engels spreekt, ze lopen nog wel degelijk met een stokbrood over straat, op ieder dorpsplein staat een bronzen haan of een soldaat voor de mairie, kortom de ziel van Frankrijk is er nog. Toch zijn ze ook daar al bang hun nationale identiteit kwijt te raken. Hoe moet het dan wel met ons Nederlanders gesteld zijn: op drift geraakt in de grote wereld, Engelssprekend, en met een prinses uit Argentinië die het ook niet weet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.