*

 

Op de bon in Kirkoek

Gastblog door Paulien Bakker − 09/02/10, 12:53

weblog Kirkoek is een van de onrustigste steden van Irak, met regelmatig bomaanslagen en ander geweld tussen de bevolkingsgroepen. Maar het is toch ook gewoon een stad waar de politie controleert op gordels en rijbewijzen.

  • (Citadel Strategic Communications)

Mohammed en ik waren al een paar dagen kriskras door Kirkoek aan het rijden toen we op een ochtend een krappe bocht maakten richting de brug over de droge Ghasa rivier, en de vijfduizend jaar oude citadel. Op driekwart van de brug mompelden we tegelijk ‘Shit!’.

Enkele tientallen meters voor ons stonden tien agenten met een paar pickup trucks. De agenten hielden alle auto’s voor ons aan. Ik heb geen geldig visum voor een bezoek aan Kirkoek, dat buiten de Koerdische regio ligt. Mohammed heeft geen rijbewijs – na 2003 is de lokale overheid lam komen te liggen door de machtsstrijd tussen Koerden enerzijds en Arabieren en Turkmenen anderzijds en als gevolg daarvan is het rijbewijs nooit meer heringevoerd in Kirkoek. Dus heeft Mohammed op een achternamiddag een vriend gevraagd hem de basis van het autorijden uit te leggen en is daarna rechtstreeks naar de Chevrolet-dealer gereden. Inmiddels is het naar hij zich kan herinneren tien auto-ongelukken later, waardoor op deze zonnige ochtend ook nog eens zijn linker buitenspiegel ontbreekt (niet dat hij die ooit gebruikte, maar het is wel een accessoire die zo’n auto helemaal afmaakt).

We minderen vaart. De verkeersagent komt langszij. Mohammed opent het raampje en zegt: ‘Choni bro’ – als rasechte Kirkoeki spreekt hij vloeiend Koerdisch, Arabisch én Turkmeens, en weet instinctief welke taal in welke situatie van toepassing is. Hij tovert een pasje tevoorschijn. Het blijkt het eigendomsbewijs van zijn auto te zijn. Je hoeft hier klaarblijkelijk niet je rijbewijs te laten zien om een auto op je naam te kunnen zetten. De agent gebaart ons naar de kant van de weg. ,,Vijf minuutjes, ik moet even met deze man gaan praten’’, zegt Mohammed optimistisch en stapt uit.

Hij is inderdaad binnen vijf minuten terug. Het gesprek met de verkeersagent – waar ik om begrijpelijke redenen niet bij mocht zijn, maar achteraf wel een letterlijke weergave van krijg – moet ongeveer als volgt zijn verlopen:

,,Choni bro. Je hebt helemaal gelijk, geef me een boete, ik moet betalen. Ik sta erop.’’ Op dit moment in het gesprek haalt hij nonchalant zijn overheidspasje te voorschijn. ,,Ik ben namelijk net als jij overheidsambtenaar. Dat is ook de reden waarom ik zo gehaast was vanochtend en mijn veiligheidsgordel vergeten ben om te doen. Ik kwam van het stadhuis, we moeten naar de gouverneur die nu een weg opent en we zijn te laat.’’

,,De gouverneur?’’

,,Ja, hij opent hier in de buurt een nieuwe weg.’’

,,In mijn buurt werken ze ook aan een weg. Dat komt maar niet af. Zou je daar de gouverneur op willen wijzen?’’

,,Natuurlijk, waar is het precies?’’

Agent geeft de exacte locatie.

,,Doe ik.’’

,,Laat die bon maar zitten, we zijn per slot collega’s, ga maar snel naar de gouverneur.’’

,,Dank je.’’

De agent weigerde een verkeersboete uit te delen voor het rijden zonder rijbewijs, voor het rijden in een auto zonder linker zijspiegel, of omdat Mohammed zijn autogordel niet om had.

En de gouverneur, op wiens uitnodiging we er ook waren? Daar hebben we uiteraard, toen we na het doorknippen van het lintje alsnog arriveerden, op gepaste afstand nog even naar gezwaaid.

Paulien Bakker is freelance journalist. Van haar hand verschijnt deze zomer bij uitgeverij Atlas ‘Duizend bommen en granaten’ over Kirkoek.

mailIcon print |