*

 

Betaald voetbal in greep van crisis

Henk Hoijtink − 30/01/10, 00:00

Het faillissement van voetbalclub Haarlem, eerder deze week, staat symbool voor de financiële malaise in de eerste divisie. Maar ook bij FC Groningen, een stabiele eredivisieclub, vallen sponsors weg. Bij menig club wordt bovendien te optimistisch begroot en heerst opluchting als de maandsalarissen kunnen worden overgemaakt. Hoe het betaald voetbal in een crisis belandde.

  • Een supporter van Haarlem loopt over het veld van de deze week failliet verklaarde club. ( FOTO KOEN VERHEIJDEN EN MARCEL ANTONISSE, ANP)
  • Boven: Fans van Fortuna Sittart luisteren, in februari 2005, in het stadshuis via een beeldscherm naar de raadsvergadering waar over de toekomst van de club werd gesproken. ( FOTO KOEN VERHEIJDEN EN MARCEL ANTONISSE, ANP)

In de week waarin voetbalclub Haarlem failliet ging, voelde een andere noodlijdende eerste divisieclub, Veendam, zich geroepen een curieus persbericht te verspreiden. De club liet weten dat de salarissen van januari ’de komende dagen’ worden uitbetaald. Als dat al nieuws moet zijn, weet je wel hoe laat het is.

Veendam-directeur Jan Korte moet lachen als hem dat wordt gezegd. Hij begrijpt dat het knullig overkomt. Het bericht is een reactie op regionale opwinding, legt hij uit. In de streek doen er nogal wat verhalen de ronde over de financiële staat van Veendam, en dan moet toch maar even worden gemeld dat de lonen worden uitgekeerd – deze maand in elk geval dan. Korte ontkent niet dat de nood hoog is, met een liquiditeitstekort van 600.000 euro. „We maken ons zorgen om betaald voetbal in Oost-Groningen.”

Zo begon het, eind vorig jaar, ook bij Haarlem. De uitbetaling van de salarissen werd er zelfs even overgenomen door het UWV, en ook door sympathisanten ingezamelde gelden werden er uiteindelijk voor gebruikt. Meer dan de helft van de clubs in de eerste divisie zit in financieel zwaar weer. Maar ook de eredivisieclubs leden vorig seizoen een gezamenlijk verlies van 34 miljoen euro. RKC hing aan de rand van de afgrond en ook Willem II ziet de bodem van de kas.

Het betaald voetbal is in de greep van de crisis en de eerste klappen vallen in de kelder, bij Haarlem bijvoorbeeld, waar al jaren voor lege tribunes en in vervallen stadions marginaal voetbal wordt gespeeld – financieel en sportief. Een niveau hoger, in de eredivisie waar de tribunes nog goed gevuld zijn, luidt FC Groningen-directeur Hans Nijland de noodklok. Maanden geleden, toen bestuurders elders nog de schouders ophaalden, waarschuwde hij al dat de crisis óók het voetbal zou raken. „Daarvoor hoef je geen economie te hebben gestudeerd”, zegt hij. „Het kan niet zo zijn dat als er overal bedrijven omvallen en mensen worden ontslagen, dat dat dan aan het voetbal voorbij zou gaan.”

Bij FC Groningen zijn de spelers er vorig jaar al toe bewogen om voor dit seizoen een kwart van hun premies in te leveren. Nijland schetst eerlijk hoe de sponsorinkomsten teruglopen, door faillissementen vooral. „Normaliter hebben we in het sponsorbestand een verloop van 2 procent. Nu is dat 15 procent. Dat is fors.” En dan is FC Groningen nog een stabiele, relatief welvarende eredivisionist. Zelfs Ajax gaf een signaal door speler Emanuelson, tegen de gebruiken van schier onbeteugelde groei in, een nieuw contract zónder salarisverhoging aan te bieden. Hoe groot moet de pijn in de marge dan wel niet zijn?

Daar werd ook het Roosendaalse RBC de voorbije weken in zijn voortbestaan bedreigd, met een tekort van ruim een miljoen euro. De organisatie is grondig ingekrompen en spelers en kantoorpersoneel brachten een loonoffer van 18 procent. Maar nog steeds heeft RBC drie à vier ton nodig om het voetbalseizoen zonder problemen te kunnen afsluiten, meldt voorzitter Jan Pollemans. Hij is een ondernemer in ruste zonder wie clubjes van het kaliber van RBC feitelijk niet meer kunnen bestaan. In het verleden zuiverde Pollemans tekorten al herhaaldelijk zelf aan.

Maar het is ook voor hem bijna geen doen meer. Pollemans vertelt hoe RBC op een hellend vlak terecht kwam. „Het is een eis van de KNVB dat 70 tot 80 procent van de sponsorinkomsten vóór het seizoen gedekt is. De rest blijft in de meeste gevallen open en als je dan tegenvallers hebt, in prestaties of met de tv-gelden, zit je snel in de problemen”. Het is een vorm van optimistisch begroten die zeker in de lagere regionen van het profvoetbal niet als een uitzondering mag worden beschouwd.

Zo had Haarlem altijd het imago van een ’boekhoudersclub’: hoe kleinschalig (daardoor) ook, er werd niet meer uitgegeven dan er binnenkwam. In relatief korte tijd had die club plots een schuld van twee miljoen euro opgebouwd, zo bleek deze week bij het ter ziele gaan. Het verhaal in Haarlem was dat mogelijke nieuwe geldstromen waren geblokkeerd door het afblazen van de bouw van een nieuw stadion. Een alternatief plan was er kennelijk nooit geweest, terwijl een mislukking toch geen verbazing mocht wekken vanwege de moeizame voorgeschiedenis in Haarlem. Eerdere ideeën over een gezamenlijk stadion of een fusie met het naburige Telstar waren daar al op de klippen waren gelopen.

Dat RBC-voorzitter Pollemans een tegenvaller in de tv-inkomsten als een mogelijk bezwarende factor noemt, mag óók tekenend heten voor de bedrijfsvoering. Bestuurders die hun kop niet in het zand steken, kunnen door een teruggang op de vlak niet worden overvallen. Het voormalige Talpa betaalde ruim 70 miljoen euro per jaar voor de tv-rechten van de eredivisie, waarin de clubs uit de eerste divisie op zeer bescheiden schaal meedeelden. In een vergeefse poging een tv-zender in de markt te zetten werd er te veel betaald, zo bleek na beëindiging van het driejarige contract toen nieuwe gegadigden zich niet aandienden.

Sinds vorig seizoen exploiteren de clubs daarom hun eigen tv-kanaal, dat met 400.000 abonnees (waar er 800.000 nodig werden geacht) zijn grenzen lijkt te hebben bereikt. Aan tv-inkomsten hebben de clubs nu 50 miljoen euro te verdelen. Een afname van 20 procent in drie jaar, becijfert Groningen-directeur Nijland koeltjes. Een topclub als Ajax krijgt daarvan vier miljoen, de modale eredivisionist Heracles 1,8 miljoen en clubs uit de eerste divisie hooguit een paar ton. Het Friese Cambuur begroot voor volgend seizoen bijna de helft aan tv-inkomsten, van 450 duizend euro nu naar 250 duizend, zei directeur Alex Pama in de Volkskrant. Hij vermoedt dat tal van clubs dat niet zullen doen, al lijkt de neergang in de tv-markt onomkeerbaar – na de kunstmatig gebleken Talpa-impuls van enkele jaren geleden.

Eerste divisieclubs zijn daarnaast verplicht zeventien contractspelers te hebben, en volgend seizoen nog een meer. Die last drukt steeds zwaarder. „Als je contractspelers bijna allemaal het minimumloon geeft en je neemt er een of twee bij die wat meer verdienen, zit je aan zeven tot acht ton”, rekent RBC-voorzitter Pollemans voor. „Wij betaalden standaard een miljoen aan salarissen, ook omdat we een paar jaar geleden nog even in de eredivisie speelden. Daar raken club en spelers toch aan gewend.”

Het is goed mogelijk dat voor dergelijke scheve verhoudingen even de ogen worden dichtgeknepen, nu aan het eind van het seizoen voor het eerst degradatie uit de eerste divisie zal plaatsvinden. Voor de clubs in de lagere regionen is de basis nu al zo wankel dat teruggang naar de rijen der amateurs gevoeglijk als het einde kan worden beschouwd. Wellicht is ook Haarlem door dat vooruitzicht tot onverantwoorde sprongen verleid en voor het laaggeplaatste en armlastige Emmen dreigt dat gevaar evenzeer.

Tekenend voor het schamele imago van de eerste divisie was, vanuit de andere richting gedacht, een enquête in het weekblad Voetbal International. Massaal toonden de topamateurclubs zich daarin niet bereid te promoveren naar de eerste divisie. „Ik stel wel eens gekscherend dat je als voetballer beter af bent bij de topamateurs dan in de eerste divisie”, zegt Ad Dieben, stafmedewerker van de VVCS, de belangenvereniging van profvoetballers.

Veendam-directeur Korte was zelf ooit een modale speler die als semi-prof aan de kost kwam. Na zijn werk ging hij om half vijf ’s middags trainen. Korte pleit voor een terugkeer van het semi-professionalisme in de eerste divisie, waar de veelal karig betaalde profs en inmiddels ook al zo’n honderd spelers op amateurbasis nota bene een full-profbestaan leiden.

RBC-voorzitter Pollemans denkt aan deeltijdcontracten om de nood te verlichten. „Maar dan moet de speler in staat worden gesteld een goed tweede inkomen te verdienen”, zegt vakbondsman Dieben. „Het merendeel in de eerste divisie verdient nu 1300 tot 1400 euro bruto. Je gaat naar semi-professionalisme om te bezuinigen, dus dat wordt nog minder. Dan moet je je toch wel afvragen in hoeverre je nog betaald voetbal speelt.”

Dat ís, nu de eerste club is gevallen, her en der al de grote vraag. Dat beseft RBC-voorzitter Pollemans, ook na de voorlopige reddingsactie. „Er hoeft maar één ding fout te gaan en we hangen aan de boom”, stelt hij.

Op initiatief van Groningen-directeur Nijland komen de eredivisieclubs volgende maand bijeen om over de effecten van de financiële crisis te praten. „Los van de altijd onzekere gelden uit spelertransfers zijn de inkomsten en uitgaven op dit moment bij geen enkele club in balans, in ere- noch eerste divisie”, zegt Nijland. „Dat is een hard gegeven, dat durf ik te beweren.”

De directeur van FC Groningen laat zich leiden door ‘gezond boerenverstand’. Clubs moeten zich neerleggen bij de beperkingen: in de eredivisie bij de kloof met de grotere Europese voetballanden en in de eerste divisie bij de schrale mogelijkheden. Nijland: ,,De een wil aansluiting met Europa, de ander niet degraderen. Dat is allemaal leuk en aardig, maar ga nu eerst de rekeningen voor gas, water en licht en de alimentatie maar betalen.’’

mailIcon print |