*

 

Bos wil met PvdA weg uit midden, terug naar links

Hans Goslinga − 30/01/10, 00:00

Al sinds zijn aantreden in 2002 wordt PvdA-leider Bos achtervolgd door de vraag: wat wil Wouter? Aan de Haagse bittertafels is het antwoord snel gegeven: Wouter wil premier worden. Dat is op zich een goed antwoord, maar niet op de vraag, want die luidt voor de goede verstaander in wezen: wat wil de PvdA? Het antwoord daarop is niet zo gemakkelijk, zoals bleek uit de Den Uyl-lezing die Bos afgelopen maandag in Amsterdam hield.

Hij deed dat vijftien jaar nadat zijn voorganger Wim Kok in dezelfde lezing de ideologische veren van de PvdA afschudde en de positie van de partij opnieuw bepaalde. Kok regeerde toen een jaar met de liberalen. Hij zei letterlijk: ’De oude ideologie blijkt niet in staat antwoorden te geven op de sleutelvragen van deze tijd. Het afschudden van ideologische veren is voor een politieke partij als de onze niet alleen een probleem, het is in bepaalde opzichten ook een bevrijdende ervaring’.

De uitspraak was dus wat genuanceerder dan de mythevorming die er het gevolg van was. Kok was niet van plan alle rode veren af te schudden, maar hij was wel sterk onder de indruk van het blauw van de liberalen. Hun ideologie van vrije marktwerking en individuele ontplooiing leek, na de ineenstorting van het communisme, toonaangevend te worden in de wereld. Het kon dus geen kwaad bij die hoofdstroom aan te haken. Daar kwam bij dat de samenwerking van de partij van de arbeid met de partij van het kapitaal tot verbazing van Kok, die er aanvankelijk gereserveerd tegenover stond, soepel verliep.

Met de kennis van nu is het gemakkelijk te constateren dat de PvdA zich vergiste. In 2002 en 2008 zijn de grenzen van de liberale ideologie, eerst in sociaal-culturele, vervolgens in economische zin scherp zichtbaar geworden. Volgens Bos voelde zijn partij zich toen al onbehaaglijk in de slipstream van de liberalen. Hij vertelde dat de fractie in 1998 afsprak het tweede paarse kabinet als het tweede kabinet-Kok aan te duiden. ’Om te laten zien dat het een kabinet van Wim en dus van ons was. Dat goede voornemen sneuvelde binnen een etmaal, we kregen het niet over onze lippen. Het was en bleef Paars’.

Deze ontboezeming laat zien dat het voor de PvdA dus allerminst voldoende is dat zij de premier levert. Veel belangrijker is dat de partij weet wat zij wil en opnieuw het antwoord vindt op de vraag of zij, na de geslaagde emancipatie van de arbeidersklasse, nog een bestaansreden heeft. De crises die zich de afgelopen jaren hebben gemanifesteerd, zowel de identiteitscrisis als de economische crisis, hebben gemeen dat zij een verstoring laten zien van het evenwicht tussen individu en gemeenschap.

In dat perspectief zoekt Bos de niet onlogische oplossing in een herdefiniƫring van de publieke belangen. Hij rekent daartoe de zaken die in brede zin de welvaart en het welbevinden van burgers bepalen, zoals een schoon milieu, goed onderwijs, veiligheid en goede gezondheidszorg. Deze belangen wil hij volledig van marktwerking afschermen en onder hoede van de overheid brengen. Beteugelen van de markt door middel van toezicht is volgens hem niet toereikend, zoals de kredietcrisis heeft aangetoond. De markt is net als Bokito: je denkt hem onder controle te hebben, maar op een dag doet hij toch wat zijn reflexen hem ingeven. Bos wil dus een scherpe scheiding tussen staat en markt en biedt in dat plaatje weinig ruimte voor het CDA met zijn maatschappelijke middenveld. Een nieuwe vergissing?

Met het brede welvaartsbegrip baant de PvdA-leider de weg voor belastingverhogingen. Politiek betekent dit dat Bos weer meer afstand schept tot de VVD, die vindt dat de burger zoveel mogelijk zelf over zijn verdiende centen moet kunnen beschikken. De liberalen staan daarom een kleine overheid voor. De hamvraag voor de PvdA zal zijn of de burgers nog zoveel vertrouwen in de overheid hebben dat zij de zorg voor hun welvaart in brede zin aan haar toevertrouwen en direct koopkrachtverlies voor lief nemen. VVD-leider Rutte zal de PvdA op dit punt fel aanvallen.

Bos was weinig concreet over de publieke belangen die hij onder de hoede van de staat wil houden of terugbrengen. Daardoor klonken de slotakkoorden van zijn Den Uyl-lezing wat onbestemd. Een PvdA-leider die de rode dromen nieuw leven wil inblazen en zijn troepen opnieuw wil motiveren had duidelijker moeten zijn. Bos is evenwel ook minister van financiƫn in een coalitiekabinet dat meer dan dertig miljard euro moet bezuinigen. Dat komt in feite neer op een nieuwe afbakening van de collectieve sector. Het is begrijpelijk dat Bos aan de vooravond van dat gevecht nog niet al zijn kaarten op tafel wil leggen.

Voor de overtuigingskracht van zijn verhaal als partijaanvoerder kwam het ongelukkig uit dat hij vorige week in het kabinet nog instemde met uitbreiding van de marktwerking in de ziekenhuizen. Op dit punt hoeft de PvdA ook beslist geen terugtocht van het CDA te verwachten, net zo min als zij erop kan rekenen dat de christen-democraten voor belastingverhogingen zullen kiezen om de staatsschuld terug te dringen.

Of de coalitie daar uitkomt, is nog even de vraag, de politieke betekenis van de Den Uyl-lezing van Bos voor de wat langere termijn is dat de PvdA terugkeert naar oude posities. Zo trad uit de lezing ook de oude Adam van de inkomensnivellering weer naar voren, al erkende Bos dat de mogelijkheden daartoe in de sterk verbrede middenklasse beperkt zijn. Bos wil dus weg van het midden en terug naar de linkerflank, waar de PvdA de afgelopen vijftien jaar veel stemmen verloor aan de SP. Als hij premier wil worden, heeft hij een sterke electorale basis nodig. In dat perspectief heeft hij een logische koers uitgezet.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />