*

 

Een dagje terug in de tijd

Hester Otter − 30/01/10, 00:00

Rondom de grens tussen Fins Lapland en Rusland ontstaat het toerisme mondjesmaat.

  • Op een sneeuwscooter door het magische landschap van Rusland.  (FOTO JAN HAZEVOET)
    Op een sneeuwscooter door het magische landschap van Rusland. (FOTO JAN HAZEVOET)
  • Topi en Mari wonen in Russisch Karelië en zijn zelfvoorzienend, maar kunnen een beetje hulp wel gebruiken. (FOTO JAN HAZEVOET)
    Topi en Mari wonen in Russisch Karelië en zijn zelfvoorzienend, maar kunnen een beetje hulp wel gebruiken. (FOTO JAN HAZEVOET)

Met een grote bontmuts op, haar handen diep in haar jaszakken gestoken en de kraag als een warme deken om haar nek, loopt de Russische douanemedewerkster uit de controlepost naar buiten, richting een colonne sneeuwscooters. Een flauwe glimlach werpt ze de scooterrijders toe, die twee aan twee voor de Russische grensovergang staan te wachten op toestemming het ongerepte sneeuwgebied in te mogen gaan.

Het douanegebouw is een sprong vooruit, vergeleken met de vrolijk blauw geverfde houten cabine een paar honderd meter verder. De cabine, met ernaast een ijzeren hek, is via dezelfde weg te bereiken, omringd door de zwarte silhouetten van naaldbomen die elk een dikke sneeuwlaag dragen. Het nieuwe pand is gefinancierd met geld van Europa, heeft veel glas, een net toilet en goede verwarming. De totstandkoming symboliseert het voorzichtige contact tussen Europa en Rusland. Het initiatief lijkt een weerslag te hebben op het personeel. Nors kijken ze nog steeds, maar af en toe kan er een voorzichtig glimlachje af. De douanemedewerkster werpt een blik op de paspoorten, knikt richting het kantoor, waarna de papieren kunnen worden getekend.

Met de dagtocht naar Rusland gaat een wens van veel toeristen in vervulling. „Wanneer mensen Finland bezoeken, willen ze kijken naar de grens van het grote Rusland”, vertelt Paul Blaak, reisbegeleider. De relatie tussen Finland en het buurland is moeizaam. Rusland wordt met argusogen gevolgd en het doet de Finnen nog steeds pijn dat ze in de Tweede Wereldoorlog grote delen van hun grensgebied moesten afstaan en hierdoor ook jarenlang van hun familie werden gescheiden. Na de oorlog was het slechts sporadisch mogelijk om als Fin voet op Russisch grondgebied te zetten. Dat veranderde na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Er kwamen vier grensovergangen, met sinds twee jaar ook een overgang in Kuusamo, in Fins Lapland.

Wie de grens achter zich laat, wordt beloond met een blik op de enorme uitgestrektheid van het landschap, waar ’s winters de zon waterig is en de dagen grijs blijven, met bevroren meren, door sneeuw bedekte bomen die samen een soort verstild ijsparadijs vormen. De temperatuur is al lang richting de min twintig gezakt, misschien zelfs richting de min dertig, maar ook dat hoort bij deze ’Russische ervaring’.

De tocht per bus gaat over hobbelige wegen. Vrolijk gekleurde, maar grotendeels verlaten dorpen schieten voorbij, met soms nog net een rokende schoorsteen. Langs de weg staat een houten woonwagen, met een oude Mercedes ernaast. Weer een datsja, vertelt de Finse gids Juha Nieminen. Een Rus staat in de deuropening van de woonwagen, rookt stoïcijns een sigaret in de bittere kou die hem niet schijnt te deren, net als de locatie – midden in het bos, verstoken van elke vorm van luxe, geen stromend water, geen elektra, geen sanitair. Een groepje toeristen kijkt verbijsterd naar de Rus in z’n houten woonwagen. Hij lijkt vooral geïnteresseerd in z’n sigaret.

De dorpjes, verborgen tussen de eindeloze naaldbomen en dwergberken, bleven door deze onbereikbaarheid geconserveerd. Zo wist het plaatsje Niska tot tien jaar geleden zich te redden zonder toegangswegen. „En toen er wel een weg was, had niemand geld voor een auto om ’m te berijden”, vertelt de gids. De rivieren en de meren boden genoeg vis. Maar nadat steeds meer mensen van buitenaf ook hun hengel uitwierpen, betekende dat de dood in de pot voor de lokale bevolking. De jongeren trokken definitief weg.

Dat is ook het verhaal van het dorpje van het echtpaar Topi en Mari, beiden in de zeventig. Ze openen gastvrij de deur van hun eenvoudig onderkomen, enkele tientallen kilometers van de Russische grensovergang. Mari schenkt mierzoete thee, Topi – met een dikke bontmuts en doorleefd gezicht – lacht vriendelijk, maar verstaat alleen Russisch en Karelisch, een variant op het Fins dat in deze grensstreek nog steeds wordt gesproken. Het plafond is niet hoger dan 1.80 meter en een oven stookt de kleine ruimte warm. De woning bestaat uit een slaapkamer met een bank en een keuken. Daar staat de oven, de keukentafel, wat stoelen en een wandkast met blikken.

Het dorp telt naast dit echtpaar nog een stel als enige bewoners. De andere huisjes staan te verpieteren onder een pak sneeuw. Het zijn zomerhuisjes geworden, vertelt Topi. De meeste mensen vertrekken ’s winters richting de stad en ’s zomers genieten ze van de natuur. Ook de kinderen van Topi en Mari zijn vertrokken. Maar de twee weten te overleven. Aardappels, groente en bessen staan op het menu, net als vis, hert, konijn en vogel. Om drie uur ’s nachts staat Topi op voor het vlechten van manden en Mari maakt een paar uur later het eten. Stromend water is er niet en een televisie ontbreekt. „We maken ons nergens zorgen over”, zegt hij. „We zijn gelukkig.” Na het bezoek stopt de gids hun een paar eurobiljetten in de hand.

„Rusland wil het toerisme bevorderen”, zegt Juha, „maar het kost tijd om de service te kunnen bieden die de toerist wil. Die service hadden ze hier decennialang niet. Dat betekent dat je als toerist nu vaak nog een stuk terug gaat in de tijd en dus ook iets aan comfort moet inleveren.”

Her en der openen hotels hun deuren, zoals in het dorp Püüjürvi, dat zich kenmerkt door een lange rij flats, omringd door naaldbomen. De flats boden eens onderdak aan arbeiders van een inmiddels gesloten houtfabriek. Een deel van de werknemers woont er nog steeds. Ze zijn zelfbenoemde handelaren geworden in ’van alles’.

Even lijkt het alsof de pittoreske dorpen van een paar kilometer verderop echt tot het verleden zijn gaan behoren. De kans is groot dat ze verdwijnen, treurt de gids. Het toerisme ziet hij als een van de weinige mogelijkheden om te kunnen overleven. „Toerisme levert banen op”, zegt hij. „Je kinderen kunnen aan de slag. Niska heeft bijvoorbeeld een wilderniscentrum waar vijftig mensen werken. Stel dat je zo’n initiatief op tien plekken realiseert, dan kunnen vijfhonderd mensen hun brood in de dorpen verdienen.”

Hij weet dat het toerisme het authentieke karakter van het dorpsleven zal veranderen, maar zoveel keuze is er niet voor de overgebleven bewoners. „Er zijn twee scenario’s: of je accepteert dat de cultuur van het dorp verandert, of je accepteert dat de dorpen verdwijnen. Welk scenario is het beste?”

Sinds kort kunnen toeristen tijdens een dagtocht iets van het authentieke Russische leven proeven. De grensovergang mag dan iets toegankelijker geworden zijn, reizen door dit uitgestrekte gebied is een ervaring op zich. Bij de grensovergang moeten verschillende documenten worden ingevuld en dat kost tijd. Gespecialiseerde reisbureaus zoals Voigt Travel kunnen het visumtraject van tevoren regelen. De dagtocht van Finland naar Rusland is te boeken via www.lapland.nl en kost 225 euro p.p. Op het programma staat een bezoek aan onder andere een Karelisch dorp en Püüjürvi.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />