*

 

De ontdekking van je ding

Hinke Hamer − 25/01/10, 00:00

Doe wat je leuk vindt en waar je goed in bent, dan ben je meteen een veel leuker mens voor anderen.

  • Navelstaren is juist goed voor de mens. ( FOTO JÿRGEN CARIS)

Bezoekers van de weblog vaagtaal.nl verkozen ’je ding doen’ tot vaagste vaagtaal van 2009. ’Je ding doen’ liet uitdrukkingen als ’’n stukje’, ’out-of-the-box’ en ’definitief eindconcept’ achter zich.

Van Jan Peter van Doorn was toen juist het boekje ’De ontdekking van je ding’ verschenen. Je ding doen is juist heel concreet, vindt hij. „Van je eigen ding raak je vervuld en het maakt je een leuker mens voor je omgeving.”

Wat is dat dan, ’je ding doen’? „Dat waar je in opgaat. Dat waarbij je het gevoel hebt dat het heel leuk is.”

Het heeft te maken met het omgaan met je angsten. „Je bent bang omdat je denkt dat je niet goed genoeg bent of bang dat je faalt. En dus doe je dingen waarvan je denkt dat anderen ze goed vinden. Zo ben je nooit vrij en onbevangen genoeg om te kijken wat je echt wil in het leven.”

Volgens Van Doorn werd het boek ’De ontdekking van je ding’ geboren uit de constatering dat hij niets meer te wensen had en toch niet gelukkig was. Hij had 25 jaar in de reclamewereld gewerkt en was al die tijd bezig geweest met de buitenkant, met het imago. Hij had zin in de binnenkant en besloot te gaan doen wat hij echt leuk vond. „Nadenken over mezelf en daarover schrijven. Soms een boekje uitgeven, soms een workshop leiden, of een lezing houden.” Hoe je dat beroep omschrijft, geen idee. Op de achterkant van zijn boekje staat: ’Jan Peter van Doorn is ervaringsdeskundige’.

Essentieel is dat je je ding eerst vindt, voor je je er vol overgave op stort. Dat doe je door er eens serieus over na te gaan denken. De meeste mensen doen dat niet, omdat nadenken consequenties heeft. „Stel dat je erachter komt wat jouw ding is, en er vervolgens niets mee durft te doen. Dat is vervelend. Als je weet wat bij je past – noem het voor mijn part je passie – heb je de verplichting aan jezelf om er ook iets mee te doen.”

Pleidooi voor een fikse portie navelstaarderij, zo lijkt het. Niet voor niets lezen we in deel 1 van het boek: ’Dit boek gaat over jou’. „Ik ben verzot op navelstaren”, aldus Van Doorn. „Dat doen we veel te weinig. Dat is die calvinistische schaduw die ons altijd boven het hoofd hangt. We moeten ploeteren, hard werken, en mogen niet voor onszelf kiezen. Dat is egoïstisch. Ik ben juist van mening dat je een veel leuker mens voor anderen kunt zijn als je eerst uitzoekt wat bij jou hoort en dat gaat doen.”

Maar toch moet de schoorsteen roken. Is ’je ding doen’ niet enkel weggelegd voor de elite en voor hen die al binnen zijn? „Dat is vaak de discussie: moet je rijk zijn om te doen wat je echt leuk vindt? Ik denk het niet. Sterker, het wordt makkelijker als je geen geld hebt. Dan heb je minder nodig. Als je in je eigen ding gelooft, kun je er geld mee verdienen. Je hebt niet veel geld nodig om te overleven.”

„Ik denk dat het voor iedereen is weggelegd om te doen wat bij hem of haar past. Ik ben nu bezig met een project voor vmbo-scholen. Voor jongeren tussen veertien en achttien jaar wil ik workshops geven over hoe dat moet, je ding vinden.”

’Als iedereen z’n ding doet, wordt de wereld leuker’, beweert Van Doorn zelfs in zijn boek. „We zouden minder concurreren, minder vergelijken en minder beoordelen. Je eigen ding is altijd goed, omdat het ontspringt uit je authentieke identiteit.”

mailIcon print |