Als de temperatuur onder nul daalt, laait de discussie weer op. Moeten de kuddes in de Oostvaardersplassen worden bijgevoerd of kleingehouden?
Kamerleden hebben de minister van natuur en landbouw alweer vragen gesteld over het beheer van de Oostvaardersplassen tussen Almere en Lelystad. Dion Graus (PVV) vindt dat de winter voor heckrunderen, konikpaarden en edelherten een dieronwaardige situatie oplevert.
Eigenlijk komt de opwinding een beetje vroeg. Elk jaar sterven honderden dieren in de Oostvaardersplassen. Van ouderdom of doordat ze te zwak zijn. Maar de meeste sterven aan het einde van de winter, als het in februari of zelfs in maart nog gaat vriezen. Op dit moment zijn de vetreserves nog voldoende. 2009 was een heel groeizaam jaar, met volop voedsel. Aan de andere kant zijn de Kamerleden een beetje laat. Onder de dooiende sneeuw komt nog behoorlijk wat groen gras tevoorschijn.
Meevoelen met wilde dieren als het koud is, is heel menselijk, snapt beheerder Hans Breeveld. „Ik begrijp de emoties, en het is mooi dat mensen om dieren geven. Dat doen wij ook.” Hoe goed bedoeld ook, bijvoeren is funest, legt hij uit. Bij voedsel worden dieren minder actief. De spaarstand, noemt Breeveld dat. Ook het aantal geboorten daalt in het winterseizoen. Extra voedsel geven, maakt de dieren actiever, waarmee de behoefte aan voedsel toeneemt. Ook de bronst kan vervroegen, waardoor jonge dieren worden geboren op een ongunstig moment.
Een andere oplossing om dierenleed te voorkomen, komt sinds jaar en dag van het CDA. Afgelopen juni pleitte Kamerlid – en dierenarts – Henk Jan Ormel nog voor preventieve aantalsregulatie: dieren al voor de winter afschieten. Ook dit ligt niet voor de hand. De internationale commissie (ICMO) die in 2006 advies uitbracht over de grote grazers, was glashelder. Ze pleitte voor een ’reactief’ en ’populatie volgend’ beheer. Alleen als duidelijk is dat een dier toch sterft, zich afzondert of apathisch wordt, kan afschot plaatsvinden. Dat vergt goed toezicht op de kuddes, in de late wintermaanden zelfs dagelijks. Boswachters schieten verzwakte dieren af voordat ze nodeloos gaan lijden.
Tekenend voor de Oostvaardersplassen is dat de natuur haar gang kan gaan. Afgelopen november gaf de Raad van Europa voor de tweede keer een ’Europees diploma’ aan het natuurgebied, vanwege excellent beheer. Staatsbosbeheer ziet dat de natuur werkt. Edelherten en runderen die na de winter niet aansterken, krijgen het jaar daarop geen kalf. De populaties runderen en paarden zijn redelijk stabiel. Ook sterven de laatste jaren meer edelherten dan er geboren worden. Een teken dat de natuurlijke grens is bereikt.
Terugkerend bezwaar tegen het beheer in de Oostvaardersplassen is dat er een hek omheen staat. Dieren kunnen niet naar voedselrijkere gebieden trekken. Uitbreiding laat echter op zich wachten. Afgelopen november stemde de gemeenteraad van Lelystad, onder aanvoering van de CDA-fractie, tegen het openstellen van het bos Hollandse Hout voor de grazers. De raad wil eerst wachten op nieuwe rapportages, die in 2011 worden verwacht. De verbinding naar het Oosten, die 1800 hectare natuur- en recreatiegebied extra oplevert, is pas in 2014 een feit.
Tot dan zal de discussie wel voortduren, verwacht boswachter Breeveld. „Van elke tien eieren die een koolmees legt, worden vaak ook maar een paar jongen volwassen. Daar hoor je niemand over! Maar bij die grote beesten voelt iedereen zich betrokken. Ik hoop dat mensen uiteindelijk inzien dat ook grote grazers het soms niet redden. De natuur is fantastisch mooi, maar ze heeft ook een andere kant.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.