Annemarie Klee had lange tijd niet door dat haar oudste dochter Sophie anorexia had. In een boek doen zij verslag hoe deze eetstoornis het hele gezin beïnvloedde.
’Aan de buitenkant merk ik helemaal niks aan haar en gaan we met elkaar om zoals altijd, maar van binnen is er van alles aan de hand. Van binnen leeft een monster dat haar kapot wil maken, heel langzaam en stiekem. Het is sterk en vasthoudend, maar zeker niet onverslaanbaar, gelukkig. Helaas is de enige die het monster kan verslaan ook degene die het heeft gecreëerd.’
Dat monster is anorexia. Het leeft in Sophie, de oudste dochter van Annemarie Klee. In het boek ’Anorexia voor beginners’, dat vorige week verscheen, vertelt ze als gescheiden moeder over de ziekte van haar dochter. Boeken over de eetstoornis spitsen zich vaak toe op de ervaringen van de patiënt. Over de rest van familie wordt gezwegen. Met haar boek probeert Klee dit gat op te vullen.
Sophie kreeg anorexia op haar vijftiende. Haar moeder had lange tijd niets in de gaten. „Nadien heb ik me vaak afgevraagd hoe ik zo blind heb kunnen zijn. Alle signalen waren er, luid en duidelijk”, schrijft Klee. Ze vertelt: „Meisjes met anorexia worden dwangmatiger, met alles. Sophie ging bijvoorbeeld mijn keukenkastjes opruimen. Ja, het was zo’n zootje, mam, zei ze dan. Anorecten zijn vierentwintig uur per dag bezig met eten, terwijl ze niet eten.”
Haar dochter kletste tijdens de maaltijd honderduit, zodat het niet opviel dat ze niet at. Ze bouwde een muur op, sloot zich af van de wereld en van haar emoties. Ook wilde ze opeens helpen koken en ging ze vaak mee boodschappen doen.
Volgens Klee is het een misverstand dat alle meisjes met anorexia skeletten zijn. Het was niet te zien dat Sophie anorexia had. Ze at wel raar, viel af, zag wit en was moe. Daardoor kreeg Klee vermoedens, ook al zei haar dochter dat ze slecht had geslapen of ongesteld was. Rechtstreeks vragen of haar dochter een eetprobleem had, durfde ze niet. Het had ook weinig uitgehaald, zegt ze nu. Ze speelde het via haar biologielerares. Die gaf een les over eetstoornissen, waarop Sophie haar lerares huilend in vertrouwen nam.
Voor Klee was dit het startsein om wanhopig alles te gaan lezen wat er maar over anorexia geschreven is. „Mijn hoofd duizelde van de vragen. Wat moet ik doen, hoe kan ik mijn kind bereiken, waar is goede hulp te krijgen? Vooral één vraag kwam steeds bovendrijven: hoe kan ze weer beter worden?”
Met vallen en opstaan heeft Klee antwoorden op de vragen gevonden. Zo was het verkeerd dat het hele gezin zich aan Sophie aanpaste. Na acht uur ’s avonds mocht niemand meer eten. Over eten praten was taboe. Tussendoor snoepen kon niet, daar had Sophie moeite mee. ’America’s Next Top Model’, waar ze met z’n allen graag naar keken, werd voortaan overgeslagen.
In het begin praatte ze niet met de rest van haar kinderen – twee meisjes en een jongen – over de ziekte van Sophie. Het waait wel over, dacht ze toen nog. Nu zou ze de rest van het gezin erbij betrekken, al was het maar om te laten zien dat anorexia een serieus probleem is. En om de anderen niet terug te werpen op zichzelf.
Uiteindelijk vond Klee bruikbare antwoorden op de vragen die door haar hoofd tolden. „Wat mij heel erg heeft geholpen, is grenzen stellen. Sophie had in het begin de regie, zij bepaalde wat mocht en wat niet. En ik liet het gaan, bang dat ik anders een slechte moeder zou zijn. Op die manier maakte ik het voor haar makkelijker om ziek te blijven. Ze kon vasthouden aan haar eigen vreemde eetgewoontes, die langzaam ook de onze werden.”
Klee raadt andere ouders aan om de ziekte los te koppelen van de persoon in kwestie. „Blijf zeggen dat je van je kind houdt, met al zijn of haar goede, lieve eigenschappen, maar dat je het gedrag afkeurt. Maak duidelijk dat dat een eng stukje is dat niet bij hem of haar hoort.”
Het helpt ook om de aandacht af te leiden van het eten. Klee: „Vaak zitten mensen met een eetstoornis in een identiteitscrisis. Ze weten niet wat ze met de rest van hun leven willen. Het helpt om toekomstplannen te maken. Vraag wat je kind nodig heeft om beter te worden. Wie ze wil zijn, niet hoe ze wil eten.”
Om haar dochter te doordringen van het besef dat het gevaarlijk was wat ze deed, maakte Klee haar bang voor de gevolgen. Eerst begint je haar uit te vallen, maar de ziekte kan eindigen met de dood. Iedere week overlijdt er in Nederland iemand aan anorexia. Ertussenin liggen hartkwalen, afstervende hersencellen en het uitblijven van de menstruatie – dat kan tot onvruchtbaarheid leiden.
Klee zou ook meer waarschuwen voor pro-anasites. „Ik heb er nog niet naar durven kijken, maar wat daar gebeurt is misdadig. Meisjes geven elkaar tips om zichzelf uit te hongeren en om over eten te liegen tegen hun omgeving. Ik wil dat deze websites verboden worden, net als in andere landen.”
En dan heeft Klee nog een praktische tip: doe de weegschaal meteen het huis uit. Dat ding beheerst het leven van iemand met anorexia – Sophie woog zich soms wel tien keer op een dag. Een onsje extra gewicht kan leiden tot zware zelfkastijding.
Op het moment dat Klee het gevoel had dat ze de ziekte niet meer aankon, bracht ze haar dochter naar een (dure) privékliniek. Voor de reguliere hulpverlening bestaan lange wachtlijsten. Erg tevreden over de behandeling in de kliniek is ze niet.
„Er is maar weinig goede hulpverlening in Nederland. De verslavingszorg is er niet op gericht om mensen daadwerkelijk anders te laten denken. Er wordt veel gepraat over je alcohol- of drugsprobleem of je eetstoornis, maar weinig over wat je wilt doen met je leven. Bij een eetstoornis ligt de nadruk op eten. Als je een bepaald gewicht bereikt, ben je genezen. De nazorg is ronduit gebrekkig. Mensen komen thuis en moeten zichzelf maar redden.”
Ondertussen bouwen anorexiapatiënten een heel rare verhouding met eten op, vindt Klee: er wordt steeds gevraagd hoe ze zich voelden tijdens het eten. „Ik denk dat het beter is om eten als iets te benaderen wat bij het leven hoort. Maak het gezellig aan tafel.”
Het stoorde Klee ook dat ze als ouder buiten de behandeling werd gehouden. Niemand informeerde wat voor kind Sophie eigenlijk was. Ook van haar vorderingen werd Klee niet op de hoogte gehouden. Kwam het gezin op bezoek, dan zei niemand hoe ze met Sophie om moesten gaan.
Klee was liever met het hele gezin in therapie gegaan. „Iedereen moet kunnen vertellen hoe hij of zij de eetstoornis ervaart, wat hij anders zou willen zien. Dan kun je compromissen sluiten. Bij ons kwam de invloed op het hele gezin veel te laat aan het licht. Toen Sophie in mijn manuscript begon te lezen, zei ze: ’Nu besef pas ik dat mijn ziekte het hele gezinsleven heeft ontwricht’.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.