Het Europese parlement heeft zich, vandaag precies een week geleden, fier uitgesproken tegen de discriminatie van christenen in Maleisië en Egypte. De resolutie, ingediend door de Europese Conservatieven en Hervormers, kreeg ’vrijwel unanieme steun’.
Mede-indiener Peter van Dalen, lid voor de ChristenUnie, betoonde zich verheugd. „Het is bijzonder”, zei hij in het Nederlands Dagblad, „dat het Europees Parlement zich zo eensgezind nadrukkelijk uitspreekt tegen christenvervolging.”
Nu betwijfel ik of de betreffende landen er lang van wakker zullen liggen, maar inderdaad: het gebaar is zonder meer ’bijzonder’. En het Europarlement kan nog even voort.
Toevallig verscheen onlangs de jaarlijkse ’Ranglijst’ van Open Doors – een uiterst brave stichting van uiterst brave christenen die zich al decennialang inzet voor vervolgde geloofsgenoten. Overigens: van de vijftig landen waar christenen het volgens deze club het zwaarst te verduren hebben, zijn er 35 van islamitische signatuur.
Maleisië komt op de lijst nog niet voor. Daar is het onrustig omdat het hooggerechtshof besloot het woord Allah – ook voor Maleisische christenen de gebruikelijke term – toch toe te staan tijdens de eredienst. Moslims koelen sindsdien regelmatig hun woede op kerkgebouwen en kerkgangers.
Egypte, waar het al veel langer slecht toeven is voor de christelijke minderheid, bekleedt op de index de twintigste plaats. In de nacht van 6 januari werden bij het uitgaan van de kerk in Nag Hammadi zes kopten vermoord – nieuw dieptepunt in een eindeloze reeks pesterijen, vernielingen en aanslagen. Sinds de jaren zeventig zijn naar schatting meer dan vierduizend kopten door moslimgeweld om het leven gekomen. En nog nooit is ook maar één dader opgepakt, laat staan veroordeeld.
Tien dagen na dit incident was er een betoging in Amsterdam van zo’n tweeduizend hier woonachtige kopten. Zij vroegen om ons ’medeleven’ en om ’een juiste weergave van de feiten door de media’. „Dat ik niet altijd huil”, zei de spreker uit de koptische gemeenschap, „betekent niet dat ik geen verdriet heb.”
Veel aandacht wist de demonstratie daar op de Dam geloof ik niet te trekken. Zoals ook het lot der Iraakse christenen, der Nigeriaanse christenen, der Saoedische christenen, der Iraanse christenen, zelden leidt tot roerende solidariteit. Ongeveer elke onderdrukte minderheid, hoe ver ook van het bed, kan in dit land rekenen op warme sympathie. Behalve als ze de pech hebben christen te zijn.
Tja, schreef Monique Samuel, dochter van een koptische vader, daags erna in een bitter betoog op de opiniepagina van nrc.next. „Islamofobie bij ons in Europa is een populair onderwerp, maar christianofobie in de islamitische wereld is dat niet.”
Ze had ook dichter bij huis kunnen blijven. Half december kwam de zaak van de koptische tramconducteur voor de rechter. Deze man, ooit vanuit Egypte gevlucht naar het tolerante Nederland, wilde graag zijn gouden halsketting-met-kruis zichtbaar blijven dragen. Elf jaar lang was dat geen enkel probleem geweest. Nooit een klant of collega die klaagde dat hij zijn geloof wel erg opzichtig beleed.
Maar ineens besloot het Amsterdams vervoersbedrijf dat het kruisje „afbreuk doet aan de professionele uitstraling van het uniform”. Moslima’s daarentegen mogen onder werktijd wél een hoofddoek dragen „omdat er geen alternatief bestaat voor het voorschrift uit de Koran om het haar te bedekken”.
De rechter gaf het vervoersbedrijf gelijk. Die durft, kortom, niet te tornen aan een bizarre kledingtip uit de zevende eeuw. En is wel reuze dapper als het om de crucifix gaat.
Was ik een gevluchte Egyptische christen, ik had de logica niet begrepen. Of juist maar al te goed.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.