*

 

Islamschool Noen laveert tussen traditie en integratie

Harriët Salm − 27/01/10, 00:00

Volgens de Koran mag homoseksualiteit niet, vertellen de leerkrachten aan de leerlingen van de Rotterdamse islamitische basisschool Noen. Maar, zeggen ze erbij: homo’s verdienen wel respect. Burgerschapsvorming heet dat. Noen is een positieve uitzondering, vindt de onderwijsinspectie. Niet alle moslimouders zijn daar blij mee.

Christenen, zegt Bilal (12 jaar), denken bijna hetzelfde als wij. „Zij zeggen ook: je mag niet stelen van God, en niet schelden.” De jongen uit groep 8 van islamistische basisschool Noen in Rotterdam krijgt les in levensbeschouwing. Zijn juf Anita Bouchtoubi vult hem aan: „Bij de joden is het net zo. Elk geloof streeft goed gedrag na.”

Karima (12) voert de discussie verder: „Wie zich goed gedraagt komt bij Allah in de hemel. Maar dat denken christenen en joden ook.” Bilal: „Wij weten zeker dat de islam de waarheid is, maar anderen denken weer dat zij het zeker weten.”

Bouchtoubi – zelf moslim geworden, nadat ze 20 jaar geleden trouwde met een Marokkaanse man – hamert er vaak op tijdens deze les: mensen met een andere godsdienst ’verdienen respect’. „Je mag ze best raar vinden, hoor, je mag een mening hebben. Maar zij mogen ook een mening over jou hebben en je moet ze wel met respect behandelen.”

Het lesboek ’wereldwijd geloven’ dat bij de les levensbeschouwing wordt gebruikt, heeft groep 8 van deze islamitische school al uit. De bedoeling is dat de leerlingen nu wekelijks een uurtje filosoferen over het verschil tussen hun godsdienst en die van anderen.

Volgens de onderwijsinspectie geeft deze school onder meer door deze aanpak invulling aan de taak burgerschapsvorming en sociale integratie. Het is op 1 februari alweer vier jaar geleden dat dit verplicht aan scholen werd opgelegd. Maar nog lang niet alle scholen zijn er actief mee bezig, constateert de inspectie in haar jaarverslag over 2009.

Burgerschapsvorming en integratie, kun je daar les in krijgen? Nee, zeggen directeur en leerkrachten op basisschool Noen. Maar beide vakken komen vanzelf buiten lessen levensbeschouwing aan de orde.

Neem de taalles. De oefening gaat over het vieren van een verjaardag. „Dat kennen de meeste leerlingen niet, want moslims vieren geen verjaardagen. Of het gaat over huisdieren. Wie houdt er nou dieren in zijn huiskamer, wat vies, is dan de reactie”, vertelt directeur Ed Coors. „En dus leggen we het uit: zo werkt het in deze samenleving.”

Kinderen zijn een spiegel van de gezinnen waar ze uit voortkomen, vindt Coors. Een flinke groep ouders van de leerlingen van deze school, gevestigd in de achterstandswijk Nieuw Crooswijk, leeft geïsoleerd.

„Als deze zeer traditionele mensen posters in de stad zien met daarop een blote dame voor een lingeriereclame, dan denken ze: moet dat nou? Ze vinden de Nederlandse samenleving bij voorbaat slecht. Ze sluiten zich daarom af.”

In hun uiterlijk voldoen veel ouders aan dit beeld: als de school uitgaat, wachten de van afkomst veelal Turkse en Marokkaanse vrouwen in lange traditionele gewaden met hoofddoeken hun kinderen op. Ze kiezen voor een islamitische school, omdat ze hopen dat daar hun eigen normen en waarden gelden. Coors: „Het is onze verantwoordelijkheid om de angst van deze ouders voor de samenleving weg te nemen.”

Zelf is deze Nederlandse schooldirecteur geen moslim. Vóór zijn overstap naar het islamitisch onderwijs gaf hij les op een openbare basisschool, ook in een achterstandswijk met veel allochtone leerlingen. „Ook daar zijn veel gefrustreerde ouders, die teleurgesteld zijn in de maatschappij.”

Hij gelooft dat een islamitische school voor hen meer kan betekenen dan een openbare. „Het onderwijs wordt hier vanuit de identiteit van de ouders gegeven en dat maakt dat de kloof tussen school en thuis niet zo groot is. Ik zie elders dat leerlingen uitvallen vanwege die kloof. Die kans is kleiner als ze op onze school zitten.”

Een hoofddoek is hier niet verplicht en veel leerlingen en leerkrachten dragen hem ook niet. Dat zouden sommige ouders graag anders zien. „Het komt voor dat ouders afhaken”, zegt Coors, „omdat de school bijvoorbeeld lessen geeft in levensbeschouwing en de leerlingen daarin voorhoudt dat andere godsdiensten net zoveel respect verdienen als de eigen islam. Zij hebben dan liever dat er alleen maar islamles gegeven wordt.”

Binnen de eigen gemeenschap oogst de school voor deze wat vrijzinnige houding dus niet alleen maar lof. Noen is vijf jaar geleden opgericht en heeft maar 150 leerlingen. Dat zouden er veel meer zijn, is Coors’ overtuiging, als de school traditioneler zou zijn en juist minder aandacht aan bijvoorbeeld goed burgerschap zou geven.

Het is soms lastig laveren tussen traditie, godsdienst en integratie, maakt hij duidelijk. Dilemma’s zijn vaak vergelijkbaar met die van een christelijke of een joodse school, stelt Coors. Harry Potter in de bibliotheek? „Alles wat met toveren en magie te maken heeft, is ongewenst voor veel ouders en bieden wij daarom niet aan.”

Seksuele voorlichting krijgen jongens en meisjes apart. Leerkracht Bouchtoubi geeft de les aan de meiden. „Je vertelt dat in de Koran staat dat homoseksualiteit niet mag, maar tegelijk vertel je dat anderen daar anders over denken. Wij hebben respect voor elk mens, God oordeelt, niet wij. Dat probeer je de leerlingen bij te brengen.”

Of dat ook lukt? Coors: „Deze school bestaat nog maar een paar jaar: een echte omslag in de mentaliteit krijg je zo snel niet voor elkaar.”

Aïsha (12), in de pauze op weg naar de speelplaats, voelt zich thuis op deze school, omdat ze zich volgens haar geloof kleedt, met hoofddoek, en daar hier niet raar op wordt aangekeken, vertelt ze. „In de tram riep laatst iemand: hé hoofddoek. Dat is niet leuk, dan voel je je buitengesloten.”

Haar vriendin Hatice (ook 12) overweegt ook om een hoofddoek te gaan dragen als ze volgend jaar naar het voortgezet onderwijs gaat. „Dan ga je naar het paradijs, je doet het voor God”, geeft ze als reden.

De leerlingen hebben tijdens de geschiedenisles, vertelt hun leerkracht, uitleg gekregen over de Tweede Wereldoorlog. Maar als je Hatice en Aïsha vraagt wat er op 4 of 5 mei herdacht wordt, blijken ze het niet te weten.

Het is lastig om deze groep leerlingen, van wie de ouders of grootouders pas na de Tweede Wereldoorlog naar Nederland gekomen zijn, uit te leggen wat er toen gebeurde, verklaart Coors. „Het zegt ze niks.”

De directeur heeft daarom onlangs het Nationaal Comité 4 en 5 mei benaderd en een monument voor verzetsstrijders op een nabijgelegen begraafplaats geadopteerd. De regeling is net getroffen, Coors is benieuwd hoe de ouders zullen reageren. „Het kan gevoelig liggen. Maar we leggen het wel uit: zonder gedegen kennis van de Nederlandse geschiedenis kun je niet goed wonen in dit land.”

mailIcon print |