Vier interviews met werknemers van Trouw plaatsen de krant in perspectief. Hoe was het toen en hoe is het nu. De krant is veranderd, maar de betrokkenheid van de redacteuren blijft hetzelfde.
Jaap de Berg over 5000 keer Trouw.
De ramen bij Trouw staan al een eind open als Jaap de Berg halverwege de jaren zestig op de Duitse Kirchentage stuit op de opmerkelijke godgeleerde Dorothee Sölle. Ze is een vertegenwoordiger van de ’God is dood’-theologie, die het debat van dat moment bepaalt. De Berg mag na wat wikken en wegen Sölle interviewen. Hoofdredacteur Bruins Slot is theologisch nog aan de voorzichtige kant en voorziet onder de lezers kennelijk tumult over haar vrijzinnige denken. Dus laat de krant weten: „Wij publiceren dit interview niet om de gedachten van dr. Sölle hartelijk aan te bevelen, maar omdat het goed is te weten wat een vertegenwoordigster van een kennelijk veldwinnende theologische richting denkt.”
In de tien jaar dat De Berg dan inmiddels redacteur is bij Trouw heeft hij wel vaker de dwingende hand gevoeld van zijn hoofdredacteur. Zoals bij zijn verslag van een VVD-bijeenkomst in 1959. „Prijzend schrijven over de PvdA of de VVD werd niet getolereerd. Toen ik VVD-leider Oud aanduidde als ’de grijze liberale spreker’ was dat Bruins Slot te positief. Toen ik voorstelde om van grijs dan maar grauw te maken, besloot hij: Laat dan maar staan.”
Jaap de Berg, nu 71, is nog geen 18 jaar als hij in januari 1956 als leerling-journalist bij de Rotterdamse editie van Trouw aan het werk gaat. Aanvankelijk lijkt hij zijn journalistieke loopbaan te zullen beginnen bij het persbureau ANP als sportredacteur. Maar daar steekt De Bergs vader een stokje voor: Jaap gaat geen zondagsport doen. Het is heel hard werken bij Trouw in Rotterdam. „We begonnen om half zeven in de ochtend en leverden tot één uur kopij aan voor de zeven edities. Dan ’s middags opmaken. ’s Avonds gingen we de stad in, naar de schouwburg of een wijkraadsvergadering.”
En dan zijn er de extra’s. „Op een dag lag er een Pools schip in de haven met een bemanningslid dat in Rotterdam had gewoond. Ik kreeg een sleepbootkapitein zover dat hij me wilde brengen. Op het schip kreeg ik wodka en kaviaar, allebei nieuw voor me. Daarna ging ik de mensen spreken bij wie de Pool had ingewoond. Tot vier uur in de nacht was ik het aan het uitwerken. Het loonde de moeite niet meer om te gaan slapen dus begon ik meteen maar aan mijn dagdienst. Mijn chef vond ’s middags dat ik er wel recht op had een kwartier eerder naar huis te gaan.”
Trouw is in die tijd een ratjetoe van grote artikelen en kleine berichten, kriskras door elkaar. De Berg zal enige tijd later, als hij inmiddels op de centrale redactie in Amsterdam zit, tot veler genoegen en opluchting, een rubricering van het nieuws doorvoeren. Maar vooralsnog redigeert hij in Rotterdam onder meer ’Grote vaart en kleine vaart’, over de vaarbewegingen van de scheepvaart. „Doodsaai en vervelend werk. Dus liet ik het schip waarop een zwager van me zat van Tom Poes naar Heer Bommel varen. Toen er geen reactie op kwam, verdween het schip uit het overzicht. En zo volgden er nog tal van schepen. Tot de lijst flink was uitgedund en uiteindelijk helemaal uit de krant ging.”
Bruins Slot is, ook door zijn dubbelfunctie met het voorzitterschap van de AR-fractie in de Tweede Kamer, vaak een hoofdredacteur op afstand. Het praktische werk laat hij dagelijks aan de redactiechefs over. Vooral de nachtredacteuren profiteren van deze losse teugels en gedragen zich rebels. Ze zetten gecodeerde felicitaties aan een collega in de krant die vervolgens prompt door een telegrafist worden ontrafeld. Ze duiden gestolen schilderijen van Monet en Degas aan als ’zogenaamde kunst’.
Trouw is zeker tot diep in de jaren zestig een door en door protestantse krant. Met oog voor de gevoeligheden van de lezers. Zoals de zondagsrust. „Men ging er van uit dat we niet op zondag werkten, ofschoon we gewoon om een uur of vijf op de zondagmiddag begonnen. We hebben wel eens een marathon op zaterdag laten lopen. En over de Tour de France, die ook op zondag gewoon doorging, werd zo nu en dan slinks via een stukje over een verkeersongeval bericht. Over de gouden kunstrijmedaille van Sjoukje Dijkstra bij de Olympische Spelen van 1964, die op zondag werd verdiend, hebben we de lezers zonder omhalen verteld.” Ter vergelijking: Vier jaar eerder worden de zondagse nummers in de maandagkrant nog gewoon genegeerd.
Sport en kunst zijn een paar van de terreinen waarop Bruins Slot de beslotenheid doorbreekt. En hij geeft Trouw ook politiek en theologisch de ruimte. Er komt waardering voor Den Uyl en moderne theologen als Kuitert. Dat heeft ook zijn schaduwkanten. Als Bruins Slot in 1962 zijn ’bekering’ inzake Nieuw Guinea doormaakt, valt dat slecht bij de achterban en als de krant zich losmaakt van de al te orthodoxe ankers kost dat abonnees. Veel abonnees. „Het ontbrak ons aan het eind van de jaren zestig aan financiële middelen en de positie was kritiek. We plakten al stickertjes op de schrijfmachines om die mee te kunnen nemen. Toen ben ik Engels gaan studeren om het onderwijs in te kunnen gaan. Had ik in elk geval een alternatief voor de journalistiek.”
Drie jaar later, in 1971, voert De Berg het viermanschap aan dat de moeizame fusie tussen Trouw en de Kwartetbladen in goede banen moet leiden. Kort, want daarna kiest hij voor het onderwijs. Vooralsnog.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.