*

 

Buitenmaatse aandacht

Wim Boevink − 26/01/10, 00:00

Een lezeres mailde dat ze het aantal Kleine Verslagen gewijd aan het Demjanjuk-proces, hoe belangrijk ook, ’buitenmaats’ vond. Ze miste op deze plaats ’de dagelijkse zaken’.

Maatvoering is inderdaad altijd discutabel, en ’enkele pakkende artikelen’ over het proces in München waren voor haar ’ruim voldoende’ geweest. Er zullen er meer zijn die er zo over denken, en er is weinig onredelijks in hun standpunt.

Het dagblad Trouw vierde zaterdag zijn twintigduizendste editie. En terwijl ik dit schrijf worden in Westerbork en elders, met toehoorders in de stromende regen, uur na uur, dag na dag, de namen voorgelezen van 102.000 Nederlandse joden die tijdens de holocaust hun leven verloren. En tussen die twee gebeurtenissen loopt een lijn. En die lijn maakt ook een lus naar München.

Deze krant werd opgericht in 1943, op 18 februari verscheen ondergronds de eerste editie onder de naam Trouw. Amper twee weken later, op 2 maart van dat jaar, vertrok de eerste deportatietrein met Nederlandse joden vanuit Westerbork naar Polen, naar het vernietigingskamp Sobibor. Nog achttien van die treinen zouden volgen, de laatste vertrok op 20 juli 1943. Deze treinen vervoerden ruim 34.000 joden – van wie er achttien overleefden. Een derde van alle omgekomen Nederlandse joden werd dus in Sobibor ’vernietigd’– er is nauwelijks een ander woord voor.

Ivan Demjanjuk was in Sobibor – volgens een persoons- en detacheringsbewijs van de SS – tussen 26 maart en 1 oktober 1943 als kampbewaker aangesteld, en daarmee volgens de aanklacht medeplichtig aan de moord op zeker 27.900 – hoofdzakelijk Nederlandse – joden.

De vernietigingsmachine van de nazi’s in dit deel van Polen, met Belzec, Sobibor en Treblinka, was een van de donkerste geheimen in de oorlog, al drongen radioberichten via het Poolse verzet toch tot het westen door. Maar een van de meest gruwelijke berichten, tot op heden een uiterst zeldzaam ooggetuigeverslag over de werking van gaskamers, een blik in de hel, bereikte in maart van 1943 al de mensen van de Trouw-groep. De ooggetuige was een getormenteerde SS’er, Kurt Gerstein, die via een Nederlandse vriend de misdaden van zijn land wereldkundig wilde maken. Die vriend, J.H. Ubbink, had weer verbinding met Cor van der Hooft, een van de mensen van Trouw.

Al in de editie van 19 maart 1943 maakte de krant gewag van ’de koude en meest onmenselijke wijze’ waarop ’onze joodse medeburgers’ worden vermoord. Het ooggetuigeverslag bleef evenwel ongepubliceerd, de tekst bleef verstopt in een kippenhok in de Achterhoek – men achtte het waarschijnlijk te gruwelijk om te geloven.

En nu volgt deze krant dat proces in München, ook via een buitenmaats aantal Kleine Verslagen. Misschien is het vanwege deze voorgeschiedenis, maar misschien meer nog vanwege het buitenmaatse van de gebeurtenissen van toen en de laatste, állerlaatste getuigen ervan.

mailIcon print |