Hoe krijgt de PVV-leider het toch voor elkaar om zijn tegenstanders steeds in het defensief te krijgen?
Geert Wilders is een goede debater. Partijen als CDA, PvdA en VVD vissen in dezelfde electorale vijver als de PVV en lijken geen grip op hem te krijgen. Wilders bepaalt de toon en inhoud van het debat, zelfs als hij voor de rechter staat lijkt hij de regie te hebben.
Hoe krijgt Wilders dit voor elkaar? Jaren geleden stelde de Amerikaanse taalkundige George Lakoff zich een soortgelijk vraag: waarom lukte het de Republikeinen steeds weer om de Democraten op achterstand te zetten in het debat? Hij introduceerde een eenvoudig concept, ’framing’. De Republikeinen waren goed in framing, en hetzelfde geldt voor Wilders.
Een frame is een manier van presenteren van een politieke boodschap. Een goed frame heeft twee kenmerken: het blijft makkelijk hangen en de tegenstander die in het frame stapt, kan het debat eigenlijk al niet meer winnen.
Wilders heeft een aantal van deze frames. Een eerste is het ‘probleem en ideologie frame’. In dit frame gaat het altijd over concrete problemen. Een buschauffeur in Gouda wordt beroofd. Ouderen in een seniorenflat in Utrecht wordt het leven zuur gemaakt door jonge Marokkanen. Volgens Wilders zijn die gebeurtenissen geen incidenten, maar gekoppeld aan de islamitische ’ideologie’. „In heel Nederland neemt het straatterrorisme toe. Het is een islamitische intifada”.
Het frame gaat over concrete gebeurtenissen en blijft dus eenvoudig hangen. Bovendien: wie in dit frame van Wilders stapt, kan al bijna niet meer winnen. Wie over de concrete problemen in debat gaat, kan maar een conclusie trekken: Wilders heeft hier gewoon gelijk. Een veel voorkomende reactie is om tegenvoorbeelden te noemen: veel Marokkanen functioneren goed, Marokkaanse meisjes doen het zo goed. Bovendien: de islam is niet zo inktzwart als Wilders beweert. Maar welke beeldvorming ontstaat zo? Wilders benoemt de ellende, anderen staan die weg te relativeren en verdedigen ook nog eens de islam. George Lakoff zei het al: wie in het frame van de ander stapt, bevestigt de boodschap van de ander.
Een tweede frame: Wilders stelt regelmatig radicale en onhaalbare oplossingen voor. ’Oppakken, aanpakken, uitzetten’. ’Wat er in kan, kan er ook weer uit’. De reactie van zijn tegenstanders: Wilders roept maar wat, hij lost niets op. Maar gaat het zijn aanhang om die oplossing?
De kracht van een onhaalbare oplossing is dat er vaak emotie achter schuil gaat. Iemand die echt verontwaardigd is over het gedrag in Gouda en Utrecht, proeft in Wilders’ voorstellen dezelfde verontwaardiging, hoe onhaalbaar ze ook zijn. De gretige opponent die de voorstellen als onhaalbaar afserveert, roept zo maar het beeld op dat hij de emotie ontkent. En er is een bekend mechanisme: wie de emotie ontkent, laadt de verdachtmaking op zich dat hij de onderliggende problematiek ontkent.
Wat is de beeldvorming? Wilders probeert tenminste wat, zijn tegenstanders zijn nog steeds in de ontkenningsfase. Wie in het frame van de ander stapt, bevestigt de boodschap van de ander.
Wilders beschikt over deze en andere frames en het debat met hem is dus lastig. De drie traditionele partijen moeten daar iets tegenover stellen. Allereerst moeten ze het debat ’reframen’.
Neem Wilders’ onderwerpen en frame die op je eigen manier, waardoor juist je tegenstanders, inclusief Wilders, het lastig hebben. Een eenvoudig voorbeeld: Wilders zet graag Haagse bestuurders neer als een zelfvoldane elite. Het CDA als eeuwige regeringspartij past helemaal in dit beeld. Die partij moet dus niet in Wilders’ frame stappen, maar kan wel reframen. Bijvoorbeeld door te benadrukken dat de Haagse politiek hyper-hijgerig is geworden. Zo’n hijgerigheidsframe blijft hangen, haakt aan bij de emotie dat ’Den Haag’ een probleem is, op een voor een regeringspartij comfortabele wijze (ministers als Donner en Hirsch Ballin zijn allesbehalve hijgerig). De politicus die de ene na de andere Kamervraag stelt, heeft het opeens lastig in dit frame.
Ten tweede: Wilders’ frames zijn geen debattrucs. Ze worden gedragen door zijn authentieke opvattingen over de staat van het land, opvattingen die velen aanspreken.
De vraag voor de middenpartijen moet zijn of zij ook over een aansprekend verhaal beschikken over de grote problemen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Anders wordt reframing een flauw trucje.
Ten derde, het ontwikkelen en uitproberen van frames kost tijd. Waarom was Pim Fortuyn zo succesvol met zijn frames? Hij had ze honderden keren kunnen uitproberen in zaaltjes in het land en wist uiteindelijk precies de juiste snaar bij velen te raken.
De PVV is heel goed in het onderhouden van haar verhaal en zal ongetwijfeld nieuwe frames ontwikkelen. Wie daar twee maanden voor de parlementsverkiezingen mee begint, kan te laat zijn.
Vandaag verschijnt Hans de Bruijns boek ’Geert Wilders in debat: Over de framing en reframing van een politieke boodschap’. Uitgeverij Lemma.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.