Een politicus die niet luistert naar de samenleving zit per definitie fout. Maar een politicus die zijn besluit afhankelijk maakt van de samenleving zit óók fout, vindt hoogleraar parlementaire geschiedenis Carla van Baalen.
Of minister Camiel Eurlings een anti-democraat is door de opvattingen van automobilisten boven die van het parlement te stellen? Dat vindt de Nijmeegse hoogleraar parlementaire geschiedenis Carla van Baalen een ingewikkelde vraag. „Het is maar hoe je het bekijkt”, zegt ze. „Hij luistert naar de mening van vier miljoen leden van de ANWB, en ook niet-leden mogen de enquête over de kilometerheffing van de ANWB invullen. Iedereen kan dus meedoen, super! Zo bezien zou je hem nooit een anti-democraat noemen.”
Maar de vraag kan ook bevestigend worden beantwoord: „Vanuit de opvattingen over de representatieve democratie zeg je: de Tweede Kamer vertegenwoordigt het Nederlandse volk van achttien jaar en ouder, de ANWB niet. Het parlement is de plek om beslissingen te nemen. Dat zijn de regels van het spel en daar handelt Eurlings niet naar. Vanuit dat oogpunt is hij geen democraat.”
Opmerkelijk, dat woord keert voortdurend terug in een gesprek met Van Baalen, die aan de Nijmeegse Radboud Universiteit de parlementaire geschiedenis bestudeert. Ze kan veel voorbeelden noemen van invloed van de samenleving op parlementaire besluiten. Maar niet eerder hoorde ze een minister zeggen dat het standpunt van een belangenvereniging – de ANWB – doorslaggevend is voor zijn besluitvorming. CDA-minister Eurlings heeft voor de kilometerheffing de steun van een meerderheid in de Tweede Kamer al op zak. Naast de coalitiepartijen CDA, PvdA en ChristenUnie zijn ook GroenLinks en D66 voor de invoering van een systeem waarbij de automobilist betaalt per gereden kilometer. Maar hij wil meer dan die ruime parlementaire meerderheid, zei hij vrijdag: „Voor mij als minister is de Tweede Kamer daarin (in het draagvlak – red.) niet genoeg. Ik wil ook dat de gemiddelde automobilist zich in dit plan kan vinden. Anders komt het er niet. Ik ga het systeem er niet met machtsmiddelen doordrukken.”
Van Baalen hoorde het de minister zeggen, en vond het opmerkelijk. „Ik kan me voorstellen dat de minister zich breder wil oriënteren. Voor het draagvlak telt niet alleen het parlement. Het is ook helemaal niet ongebruikelijk om buiten het parlement om te praten met belangenorganisaties. Het maatschappelijk middenveld houdt zich niet afzijdig, dat zie je ook op andere terreinen. De politiek functioneert niet in het luchtledige, het is heel goed om voortdurend voeling te houden met de achterban. Draagvlak, technische uitvoerbaarheid, alles telt mee.
„Maar de uiteindelijke afweging maakt de politiek, en niemand anders”, doceert Van Baalen. „Het is aan het kabinet tot een verstandig besluit te komen, en het is aan de Kamer dat goed of af te keuren, en daarbij de belangen van het volk in de gaten te houden. De Kamer is de afspiegeling van het volk. Al is de ANWB nog zo groot, een afspiegeling van het Nederlandse volk is ze niet. Eurlings kan zijn besluit daar dus ook niet van af laten hangen. Wat zullen we nou krijgen? Het is heel eigenaardig om een bepaalde bevolkingsgroep over zo’n belangrijk onderwerp te laten beslissen. Je kunt niet een soort referendum aan deze groep voorleggen. En dat voor een lid van het CDA dat altijd tegen een algemeen referendum is geweest.”
Maatschappelijk draagvlak is een vrij recente term, maar sinds de invoering van het parlementaire stelsel in 1848 is er altijd maatschappelijk verzet geweest tegen politieke plannen. Van Baalen wijst op de Aprilbeweging, die zich in 1853 keerde tegen katholieken die de pas veroverde grondwettelijke godsdienstvrijheid wilden gebruiken om de kerkprovincie anders in te richten. Tienduizenden protestanten tekenden een petitie tegen dit katholieke voornemen. Ze boden die in april 1853 aan aan Koning Willem III. Zelf protestant, was hij gevoelig voor de argumenten van zijn geestverwanten. Dat leidde tot de val van het kabinet: de liberale minister van binnenlandse zaken Thorbecke kon de uitspraken van de koning niet voor zijn rekening nemen en bovendien vond hij dat katholieken alle recht hadden van de vrijheid van godsdienst gebruik te maken.
„Een prachtig verhaal”, vindt Van Baalen. „Zoveel maatschappelijke onrust organiseren in een tijd met zulke gebrekkige communicatiemiddelen, dat kregen ze maar mooi voor elkaar. Dat verzet kwam puur vanuit de samenleving: voor het grondwetsartikel over de vrijheid van godsdienst was destijds bij protestanten onvoldoende draagvlak.”
Niettemin bleef het artikel staan als een huis. Want luisteren naar geluiden in de samenleving was ook in het verleden niet synoniem met doen wat de samenleving zegt. Ander voorbeeld: de kruisraketten. Premier Lubbers wilde ze begin jaren tachtig in Nederland plaatsen, de Kamer stond daar in meerderheid achter. Maar het maatschappelijk verzet was groot. In 1983 demonstreerden 550.000 mensen, de grootste demonstratie ooit. En 3.7 miljoen mensen tekenden een petitie. Het kabinet stelde de beslissing uit en scherpte de voorwaarden aan.
Staat Eurlings in die traditie? „Lubbers heeft heel erg rekening gehouden met de onrust”, zegt Van Baalen. „Hij sprak de demonstranten toe in de Houtrusthallen, probeerde ze te overtuigen, al keerden ze hem de rug toe. Hij luisterde wel, maar hij heeft nooit gezegd: als er zo- of zoveel mensen komen demonstreren, dan zien we van de beslissing af. Het besluit nam hijzelf, en zo hoort het.”
Dezelfde Lubbers werd in dat najaar weggehoond wegens zijn economische saneringsplannen. Het was een hete herfst, met permanente demonstraties en stakingen. „Maar Lubbers ging onverschrokken door. Bij de volgende verkiezingen won hij negen zetels! Mensen zeiden: misschien waren die hervormingen toch nodig. Met een onwelgevallig besluit is een kabinet dus niet per definitie slecht af.”
Politici moeten, zegt Van Baalen, voortdurend laveren tussen de vraag of ze doordenderen of meebewegen: premier Piet de Jong ging eind jaren zestig soepel om met de protestbeweging, Lubbers gaf met de kruisraketten deels toe maar dramde met de economische sanering door, het tweede kabinet-Balkenende zette ondanks grote onrust door met zijn ingrepen in de sociale zekerheid.
Eurlings staat ook voor die keus. „Hij zou er goed aan doen te luisteren naar alle geluiden in de samenleving, waaronder de ANWB. Hij kan vaststellen dat het draagvlak beroerd is en van zijn plannen terugkomen. Maar hij moet zich niet afhankelijk maken van wat de ANWB vindt, maar zélf een afweging maken en die beargumenteren. Hij kan de geluiden uit de samenleving ook serieus nemen, maar toch met de kilometerheffing doorgaan. Vindt een groot deel van het volk dit geen goed idee, dan kunnen we hem afstraffen bij de verkiezingen. Maar het kan ook zijn dat de kilometerheffing over een paar jaar een succes is, en dan is de kans groot dat mensen vinden dat hij het fantastisch heeft gedaan.”
Hoewel ze veel kritiek heeft op de aanpak van Eurlings aanpak, zou ze zijn uitspraken van vrijdag niet ’fout’ of ’onvergeeflijk’ willen noemen. Van Baalen: „Dat oordeel laat ik aan anderen. Maar opmerkelijk, dat vind ik het wel.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.