*

 

’Mijn zoon is gestorven voor een leugen’

Maaike Veen − 29/01/10, 00:00

Een Dag des Oordeels zal het niet worden voor Tony Blair, vandaag tijdens zijn verhoor door de Britse Irak-commissie. De commissie is geen rechtbank en op een mea culpa van de oud-premier hoeft niemand te rekenen.

  • Foto uit 2007 van het bezoek van  premier Blair aan  de Britse  troepen in  Basra, in het zuiden van Irak. (FOTO EPA     )
    Foto uit 2007 van het bezoek van premier Blair aan de Britse troepen in Basra, in het zuiden van Irak. (FOTO EPA )

„Tony Blair zegt dat op een dag God zijn rechter zal zijn. Maar zijn echte rechters zijn de mensen die dit onderzoek volgen”, zegt Rose Gentle. Ze is de moeder van Gordon, één van de 179 Britse soldaten die in Irak tussen 2003 en 2009 zijn gesneuveld. Gordon werd gedood door een bermbom in 2004. Rose Gentle is sindsdien vastbesloten Blair voor het gerecht te slepen. Haar herhaalde verzoeken om Blair persoonlijk te spreken zijn keer op keer afgewezen. Het Irakonderzoek volgt ze op de voet. „Hoe meer ik hoor, hoe kwader ik word. Het komt op mij over dat Blair vastbesloten was om Irak binnen te vallen en dat hij wist dat er geen massavernietigingswapens waren. Ik heb altijd gezegd dat mijn zoon is gestorven voor een leugen.”

Zelfs bij de loting voor een plaatsje vandaag in de zaal waar de Chilcot-onderzoekscommissie de oud-premier ondervraagt, zat het haar tegen. Op het laatste moment krijgt ze nu nog wel een plaatsje in een zaaltje waar de zitting op een scherm wordt getoond. Zelf is ze al gehoord door de commissie, net als andere directe familieleden van de gesneuvelde militairen aan wie is verzocht om vragen op te stellen, ook voor Blair.

Rose Gentle staat niet alleen in haar oordeel over de eens populaire premier. Volgens een van de peilingen gelooft meer dan de helft van de Britten – 52 procent – dat Blair het land opzettelijk heeft misleid over de oorlog. Maar niemand verwacht dat de onderzoekscommissie die conclusie ooit zal kunnen trekken. Blair zal misschien wat fouten toegeven, maar hij zal altijd achter zijn beslissing staan. „Ik deed dit omdat ik dacht dat dit het juiste was”, luidt Blairs mantra.

„Het is moeilijk om te vechten tegen het zogenaamde morele gelijk”, zegt Philippe Sands, een professor in internationaal recht, die door de Nederlandse commissie-Davids is gehoord. Ook Sands zegt geen hoge verwachtingen te hebben van het Britse onderzoeksrapport. „Ik verwacht geen beslissende uitkomst. Ik denk niet dat deze commissie zoals in Nederland kan komen met een oordeel over de wettelijkheid van de oorlog. Er zit geen enkele jurist in de commissie.”

Het is ook voor Gentle nog maar de vraag of het verhoor van Blair en het uiteindelijke rapport van de Irak-onderzoekscommissie haar zullen helpen tot een zekere afsluiting te komen. De ouders van overleden soldaten hadden daarom Blair in een brief gevraagd of ze na zijn verhoor een kwartier met hem konden spreken. Antwoord hebben ze (nog) niet gekregen.

De verhoren met de belangrijkste Britse hoofdrolspelers in de beslissing over de meest controversiële oorlog in de recente geschiedenis hebben het Irak-onderzoek tot leven gebracht, ten minste in de media. Het grote publiek toont minder belangstelling voor de live te volgen verhoren. „Het is wel een emotioneel onderwerp, maar de meeste mensen raakt het niet diep”, zegt Helen Coombs van opiniepeiler Ipsos-Mori. „Mensen hebben niet zo’n lang geheugen. Ze maken zich veel meer zorgen over de economie, de gezondheidszorg en het onderwijs.”

Toch vormt het Chilcot-onderzoek een dagelijkse herinnering voor de Britten aan de oorlog die hun vertrouwen in de regering zo heeft ondermijnd. Met de verkiezingen voor de deur maken de Labour-verkiezingsstrategen zich zorgen. Zij vrezen dat de kiezers die al in 2005 thuisbleven, in mei niet zullen terugkeren mede onder invloed van het Chilcot-onderzoek. Het verhoor van Blairs opvolger, Labourleider en premier Gordon Brown zal al voor de verkiezingen plaatsvinden. Hoewel in eerdere verhoren werd gesuggereerd dat hij betrokken was bij de besluitvorming – hij was toen minister van financiën – hoeft hij zich volgens Coombs niet echt grote zorgen te maken. „Het is geen onderwerp op basis waarvan mensen nu stemmen”, zegt zij.

Tegenstanders grijpen vandaag hun – wellicht laatste – kans om te protesteren tegen de oorlog. Naar verwachting zullen enkele duizenden demonstranten Blair opwachten. Dat is slechts een fractie van de miljoen mensen die aan de vooravond van de invasie in Irak in het centrum van Londen protesteerden.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />