Liever een High Tea in Haarlem of een actie in het blad PrachtigPekela, dan anoniem geld storten op giro 555, zeggen particuliere gevers.
Op giro 555 van de Samenwerkende Hulporganisaties stroomt het geld binnen voor de Haïtiaanse aardbevingsslachtoffers. Nederland geeft weer gul. Maar ook het particulier initiatief en kleinere organisaties mengen zich in de noodhulp. Overal in het land worden acties opgezet voor Haïti. En ook daar komt geld binnen. Veel geld.
„We hebben het te druk om de balans op te maken, maar ik denk dat er al wel meer dan 100.000 euro is binnengekomen voor Haïti”, zegt Nathan van Dam van Compassion, een Amerikaanse organisatie die ook in Nederland via kerken en gospelconcerten ouders werft voor adoptie-op-afstand, onder meer van kinderen uit Haïti. Compassion wil met het geld noodpakketten uitdelen aan de dakloze slachtoffers.
Van Dam heeft wel een verklaring voor het succes van de inzameling. „De tsunamiramp van destijds heeft bij veel mensen een bittere smaak nagelaten. Er is toen gigantisch veel geld ingezameld, dat niet altijd goed is terecht gekomen. Mensen willen zien waar hun geld naar toe gaat. Bij ons is dat volledig transparant. Onze donateurs weten precies aan welk kind het geld wordt besteed, ze hebben direct contact. Wij werken in Haïti met veertig kerken samen. De grote organisaties zijn over een jaar weer weg. Wij blijven.”
Sommige gevers maken er geen geheim van dat ze hun geld liever niet aan grote, anonieme hulporganisaties geven. Ze willen weten waar hun geld blijft. Theo Schuyt, hoogleraar filantropie aan de Vrije Universiteit, noemt ze gekscherend de zzp’ers onder de gevers, of liever: de zfzo’ers, ’zelfstandige filantropen zonder organisatie’. „Burgers willen betrokken zijn, ze geven echt niet minder aan de grote goede doelen – daar is althans geen bewijs voor. Maar ze willen daarnaast graag ook kleinschaliger projecten steunen, waarbij ze precies kunnen zien wat er met hun geld wordt gedaan.”
Niet voor niets dat Fondsen op Naam, charitatieve fondsen van particulieren, een van de snelst groeiende sectoren is op de filantropische markt, zegt Schuyt. „Doe-het-zelffondsen zijn het helemaal.”
Het vertrouwen in de grote spelers op de chari-markt is broos. Zowel Schuyt als zijn kersverse Rotterdamse collega Lucas Meijs, sinds 1 januari professor in de strategische filantropie, stellen dat de grote goede doelen er nog niet in zijn geslaagd het vertrouwen terug te winnen van de gevers. „Daar is nog een slag te maken.” Incidenten over slechte bestedingen of te hoge directeurssalarissen spelen nog telkens op.
Schuyt: „De filantropische sector moet nog duidelijker maken dat professionalisering noodzakelijk is. Je kunt een organisatie als het Koningin Wilhelmina Fonds dat op jaarbasis 65 miljoen euro onderzoeksbudget heeft te besteden, niet laten besturen door een vutter die het er op een vrijdagmiddag even bij doet. Daar heb je een superspecialist voor nodig. Die kost geld. Dat besef moet doordringen bij donateurs en daar moeten goede doelen op inzetten.”
Toch kreeg directeur Cees Breederveld van het Nederlandse Rode Kuis nog gisteren een mailtje van een inwoonster van Veenendaal. Het Rode Kruis wil haar maandelijkse bijdrage van 10 euro eigenmachtig verhogen naar 11 euro. Zonder tegenbericht wordt die verhoging doorgevoerd. „Ik heb een ander voorstel”, schreef de donateur aan Breederveld. „Verminder uw jaarinkomen met tweederde deel en bestem dat voor giro 555. Steun de mensen die het werkelijk nodig hebben.”
Dergelijke berichten brengen bij Farah Karimi, oud-Kamerlid en voorzitter van de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) een diepe zucht teweeg. Zij ontvangt ook mailtjes, vertelt ze. Ook met heel andere boodschappen. „Daarnet nog: van twee kinderen, tien en twaalf jaar, die lege flessen hebben ingezameld en dat geld willen overmaken naar giro 555.”
Ze noemt de respons van Nederland op de aardbeving ’hartverwarmend’. „Natuurlijk, er zal altijd kritiek zijn. Daarom staan de directeuren van alle hulporganisaties die in de SHO samenwerken, vandaag via de telefoon en via een chatsessie de mensen te woord. We hebben na de tsunamiramp ons werk geëvalueerd, hebben vastgesteld wat er goed is gegaan, maar vooral ook wat er fout is gegaan. Het is zo verschrikkelijk moeilijk om in dit soort situaties noodhulp te geven.”
Karimi, ook algemeen directeur van OxfamNovib, wijst op een net verschenen rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid waarin staat dat de noodhulp verder moet worden geprofessionaliseerd. „Dit is niet iets wat je als hobby kunt doen. Ik word moe van al die achterdochtige verhalen. Wij zijn als hulporganisaties transparant, wij leggen verantwoording af.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.