De WRR waagt zich niet aan een oordeel of ontwikkelingshulp werkt. Jammer, want er is vooral debat nodig over hulp die wél werkt.
De Wetenschappelijk Raad voor het regeringsbeleid WRR heeft een doorwrocht advies geschreven over de toekomst van de ontwikkelingssamenwerking. Waar ik vooral blij van word, is het voorstel om de ontwikkelingsdeskundige in ere te herstellen. In de jaren ’90 is die afgeschaft, want de ontwikkelingslanden konden het zelf wel. Een grote misvatting.
Voor ik dat toelicht, wil ik eerst duidelijk stellen dat ik vóór ontwikkelingshulp ben. In verschillende kranten, ook in Trouw, is er recent zeer kritisch gereageerd op mijn proefschrift. Helaas ook vanwege beweringen die helemaal niet in het proefschrift staan. Nergens beweerde ik dat hulp nooit kan helpen, en ik gaf ook suggesties voor betere hulp. Vooral hulp die mensen iets leert waarmee ze geld kunnen verdienen is vaak heel effectief. En daar zijn deskundigen voor nodig.
Ik heb zelf als deskundige in 15 landen gewerkt, en overal ontmoette ik mensen die goed waren in hun vak en daar prima van konden leven. Zoals de Peruaanse boer die het in een arme streek systematisch beter deed dan de anderen, onder dezelfde omstandigheden. Hij wist hoe je de schapen het beste kon fokken, welk gras je waar moest planten, etcetera. Ik kwam er voor een project om boeren te helpen om betere boeren te worden. Het ging daarbij vooral om kennisoverdracht. Het project was een groot succes.
Er zijn ook succesverhalen uit Afrika. Het Afrikarapport van het IOB (evaluatieorganisatie van het ministerie) beschrijft een zeer succesvol irrigatieproject in Mali, waardoor 30.000 boeren hun inkomen fors zagen toenemen. Mali werd een voedselexporterend land.
Ik kan zo nog wel even doorgaan, maar mijn punt is duidelijk:welvaart ontstaat door het genereren van producten en diensten waar iemand anders goed voor wil betalen. Maakt niet uit wat voor product. Als de productie maar efficiënt is, voldoet aan de verwachtingen van de klant, op het goede moment en op de goede plek beschikbaar is. Hoe je dat moet doen kun je leren –en dat kan ook in Afrika.
De WRR beveelt aan de Nederlandse hulp vooral te concentreren op Afrika, en met een goede reden: daar heeft de laatste decennia nauwelijks economische ontwikkeling plaatsgevonden. Natuurlijk zijn de omstandigheden daar ongunstig: het bestuur is slecht, de ministers en ambtenaren zijn corrupt, de infrastructuur belabberd, enzovoort. Maar toch zijn er aardig wat Nederlandse bloemenkwekers heel succesvol in Afrika. Omdat ze weten hoe het moet.
Succesvol een bedrijf opzetten in Afrika kan dus best. En er is geen enkele reden waarom Afrikaanse boeren dat niet ook zouden kunnen. Maar dan moeten ze wel leren hoe. Daar moet de ontwikkelingshulp bij helpen.
Nederland moet daartoe de ontwikkelingshulp die loopt via regeringen en de publieke sector, drastisch verminderen. In slecht geregeerde landen (vrijwel alle Afrikaanse landen) heeft hulp via de overheid sowieso nauwelijks effect, vaak is het effect zelfs negatief. De grote hoeveelheden euro’s van de hulp leiden tot een hogere waarde van de lokale munt en daardoor tot een relatief hoog prijsniveau. Volgens de Wereld Bank (2009) is Afrika nu bijna dubbel zo duur als India. Veel bedrijven en boeren in Afrika kunnen daarom niet internationaal concurreren.
In plaats van geld te sturen, moet Nederland kennis aanbieden, zowel directe vakkennis als ’ondernemerskennis’, in de vorm van opleidingen en cursussen. Per land en per streek moet worden bekeken waar de kansen liggen, voor welke producten. Soms zullen er helemaal geen kansen zijn, als er geen wegen zijn om de producten naar de klant te brengen. Maar we moeten waarschijnlijk ook af van het idee dat we iedereen overal op de wereld kunnen helpen. We kunnen ons beter concentreren op die problemen waarbij de kans groot is dat het wél werkt.
Het WRR-rapport stelt voor dat Nederland zich concentreert op twee sectoren: water en landbouw. Ik zou daar transport en logistiek aan willen toevoegen. Als mensen een inkomen verdienen kunnen ze ook betalen voor watervoorziening, medicijnen, schoolboeken. Dus is er ook meer kans dat die publieke voorzieningen worden aangeboden en goed werken. En zo maken we, uiteindelijk, de hulp overbodig.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.