*

 

Schoonheid creëren uit een contrast

Sander Hiskemuller − 19/01/10, 00:00

Choreograaf Nanine Linning, wild en soms tegendraads, toert de komende maanden met een nieuw dansstuk door Nederland.

  • Scene uit 'Endless Song of Silence'.  (FOTO KALLE KUIKKANIEMI)
    Scene uit 'Endless Song of Silence'. (FOTO KALLE KUIKKANIEMI)
  • Nanine Linning: steeds in beweging.  (FOTO ANTOINETTE MOOY)
    Nanine Linning: steeds in beweging. (FOTO ANTOINETTE MOOY)
  • Scene uit 'Endless Song of Silence'.  (FOTO KALLE KUIKKANIEMI)
    Scene uit 'Endless Song of Silence'. (FOTO KALLE KUIKKANIEMI)

Bezorgd vraagt Nanine Linning na afloop van het gesprek: „Je maakt er toch wel een léuk verhaal van?” Inderdaad stemt het praten over de pijn van het afscheid nemen, het thema van haar nieuwste productie, en over het glazen dansplafond waartegen elk choreografietalent in Nederland vroeg of laat het hoofd stoot, niet echt vrolijk.

De nuchtere Linning, met haar platinablonde haar en staalblauwe ogen even onschuldig als verleidelijk, wil geenszins als zeurpiet, en al helemaal niet als ondankbaar overkomen. „Ik heb als choreograaf zo’n beetje alle dansprijzen binnengesleept die je maar kunt krijgen, ik ben in Nederland door alles en iedereen ondersteund.” Toch ging ze naar Duitsland, waar ze sinds augustus 2009 het dansgezelschap van Theater Osnabrück leidt.

Ook toert Nanine Linning (32) onder eigen naam naninelinning.nl de komende maanden met het nieuwe dansstuk ’Endless Song of Silence’ door Nederland. Het dansstuk is een ’verdieping’ van het juichend ontvangen duet dat zij als huischoreografe in 2005 voor Scapino Ballet Rotterdam maakte: over het afscheid nemen van een geliefde, en de stilte die daarop volgt.

„Na de première vijf jaar geleden kreeg ik honderden mailtjes van mensen die mij vertelden hoe geraakt ze erdoor waren. Die losgemaakte emoties overdonderden mij enorm. De choreografie bleef me aankleven, ik was er duidelijk nog niet mee klaar, de visie was niet compleet. Ik heb er nu een stuk vóór en een stuk achter gechoreografeerd: prelude, afscheid en nasleep – een poging het verlies volkomen te maken.”

Om er voor deze versie helemaal in te kunnen kruipen, moest Linning ’fysiek alle kanten op’. „Het maken van een duet is verschrikkelijk moeilijk, als choreograferende buitenstaander mis je snel de intimiteit om het gevoel écht over te brengen.” Dat kon ze alleen door het zelf te dansen, voor de allerlaatste keer – daarna is het op. „Na ’Endless Song’ ben ik als uitvoerend performer uitgepraat.”

Wat een contradictie: in het afscheid ga je nog meer van iemand houden, de liefde nog intenser beleven. ’Endless Song of Silence’ gaat volgens Linning over de ultieme daad van liefde: loslaten. Zelf maakte ze het een aantal keer mee, met geliefden en mensen die haar ontvielen. „Het is helse pijn.” Pijn waaraan eigenlijk geen emotie meer te koppelen is, zo groot is het, zo overweldigend. „Je komt op een terrein van existeren, dat is zo primair, alsof je los van de aarde komt. Dat gevoel is alleen in dans, met fysicaliteit, op te roepen. Wat zijn de lessen die je dan tegenkomt? Omarm je het gevoel of werk je het tegen?”

Noodzakelijke vragen, meent Linning, juist voor haar generatie. „Hoofden zijn we, altijd bezig met gedachten, nog wat vingers typen mee. Het lijkt me inmiddels evident dat ik op de wereld ben gezet om schoonheid te creëren, schoonheid is vaak intensiever als daar een contrast tegenover wordt gezet. Dat is wat ik doe.”

Bekend door haar expressionistische multimediale producties als ’Bacon’ (2005), naar de schilder die ze zo bewondert, en ’Cry Love’ (2007) trekt Linning naar eigen zeggen de cross-over door tot een ’symbiose’. Dans, video, muziek en vormgeving versmelten tot iets nieuws; het is haar persoonlijke visie op ordening van de chaos van ons moderne leven. „Als dat lukt heb je magie.” Het soort dans dat ze maakt, ’steeds meer multidisciplinair, steeds extremer’, is eigenlijk onmogelijk in Nederland. „Wat ik doe vereist een eigen theater, ik moet kunnen creëren op toneel. Alleen een groep als het Nationale Ballet kan dat enigszins in thuishonk Het Muziektheater. Maar voor zulke bastions ben ik te wild.”

Daarom juichte ze toen het Theater Osnabrück belde om daar het zieltogende dansgezelschap te komen beademen. Ze kreeg er tien dansers, naar eigen keuze, en staat elke dag met hen op toneel. „Ik heb er een orkest en een koor tot mijn beschikking, en omdat ik in de directie zit heb ik veel zelf in de hand.” Met haar eerste productie aldaar scoorde ze een zaalbezetting van meer dan 90 procent, waar die eerst nog geen 40 was. „Ze waren in Osnabrück een in zichzelf gekeerd danstheater gewend, ze vinden het fantastisch dat ik de blik naar buiten wend.” Met plannen voor de regie van Puccini’s ’Madame Butterfly’ lijkt Linning ’onze eigen’ Sasha Waltz te worden, de Duitse choreografe met succesvolle opera-ensceneringen op haar naam. „Waltz zit nog erg aan de danskant. Ik ga voor totale gelijkheid van alle onderdelen.”

Duitsland was een superkans. Want hoe succesvol ook als choreograaf in Nederland; op een gegeven moment dient zich hier een niemandsland aan. „Talent wordt op weg geholpen en dan houden de kansen op – totdat je zo ongeveer Hans van Manen heet. Volgende stappen blijven uit, alle artistiek leiders bij gezelschappen zullen de komende vijftien jaar blijven zitten. Dat begrijp ik, maar artistiek moet ik óók een volgende fase in.”

Samen met collega-choreograaf André Gingras deed ze in 2008 voor de nieuwe kunstenplan periode een gooi naar een te vormen Amsterdams stadsgezelschap. Een daad van provocatie. „We wisten dat die positie zo goed als vergeven was aan Krizstina de Châtel en Itzik Galili, maar we dachten: Kunstraad, spreek je maar uit. Wat doe je met je nieuwe talent? Ze moesten nu hardop zeggen dat ze uiteindelijk toch kiezen voor de gevestigde orde.”

Zelf veranderde ze steeds radicaal haar leven. „De dag dat ik als huischoreograaf bij Scapino wegging, dacht ik dat ik aan het einde stond – het bleek een nieuw begin. Ik verkocht mijn auto, mijn motor, mijn huis. Eng, maar het is zó goed geweest.”

Steeds in beweging. Met de hang naar zelfstandigheid als drijfkracht. Om dat te bereiken heeft Linning een bedrijfje opgericht: Happy Hour Chandelier. „Elke dag vliegen dansers de wereld over om tijdens openingen en vernissages gekke dingen te doen: vanuit een kroonluchter champagne uitschenken, bijvoorbeeld. Ik ben dolgelukkig met mijn subsidie, maar als morgen commissie A of B weer eens iets verzint, wil ik toch mijn medewerkers kunnen blijven betalen. Ik ben te trots, en trouwens ook te intelligent, om voor een bijstandsuitkering mijn hand op te moeten houden. Dat vind ik het meest beledigende wat ik in de kunstwereld tegenkom.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />