*

 

Koenders ziet weinig in nieuw systeem

18/01/10, 15:10

Minister Bert Koenders van Ontwikkelingssamenwerking noemt het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) 'een constructieve bijdrage aan het debat over ontwikkelingshulp', maar plaatst kanttekeningen bij het voorstel om een aan de overheid gebonden organisatie - NLAid- op te richten.

  • Ministers Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) en Verhagen (Buitenlandse Zaken) worden onthaald door kinderen uit Kebkabiya in Darfur.  (ANP)
    Ministers Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) en Verhagen (Buitenlandse Zaken) worden onthaald door kinderen uit Kebkabiya in Darfur. (ANP)

In het rapport ’Minder pretentie, meer ambitie, dat de WRR maandag naar buiten heeft gebracht, pleit de raad voor een een speciale dienst zoals de Amerikanen en de Britten die hebben. In navolging van USaid zou deze organisatie NLAid kunnen gaan heten. NLAid zou volgens de WRR los moeten staan van de Nederlandse ambassades, die zich niet meer met ontwikkelingshulp moeten bemoeien.

De minister veegt het idee niet meteen van tafel en stelt voor om een grondige analyse te maken. Volgens Koenders „vereist het voorstel van de WRR een serieuze afweging als alternatief voor het huidige model".

Tegelijkertijd wil de minister het huidige systeem niet loslaten, omdat er „ook veel voordelen verbonden zijn aan de huidige structuur waarbij de besteding van ontwikkelingsgelden gedelegeerd is aan ambassades en de politieke integratie van beleid is gewaarborgd". Bovendien zou NLAid ook kunnen leiden tot nieuwe bureaucratie en dat zou een stap terug kunnen zijn „in een tijd dat de overheid gevraagd wordt te bezuinigen", aldus Koenders.

Hij zegt wel toe het voorstel serieus te bekijken. Koenders noemt het hele rapport interessant en „een constructieve bijdrage aan het debat over ontwikkelingssamenwerking”.

Het voorstel van de WRR om het aantal landen waar Nederland ontwikkelingshulp aan geeft terug te brengen tot tien, bestrijdt hij. De PvdA-minister wijst erop dat het aantal partnerlanden de afgelopen jaren als is verminderd van honderd naar veertig en dat hij nog verder terug wil. „Het getal van tien lijkt tamelijk willekeurig”, zegt hij over het voorstel van de WRR.

De Raad stelt ook dat de vaste afdracht voor ontwikkelingssamenwerking van 0,7 procent van het nationaal inkomen kan worden losgelaten. „Ik zou het teleurstellend vinden als dit interessante rapport van de WRR leidt tot een smalle discussie over de 0,7-procentsnorm”, reageert Koenders

De studie van de WRR duurde twee jaar en is gebaseerd op documenten en interviews met ruim vijfhonderd personen uit binnen- en buitenland. De ontwikkelingshulp in de huidige vorm bestond vorig jaar zestig jaar. De afgelopen jaren is er meer maatschappelijke discussie ontstaan over de hulp en de effecten. Sommige critici vinden dat de hulp niet werkt en soms zelfs averechts uitpakt.

]]>

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />