Om uit de huidige spagaat van carrièrediplomatie en goede bedoelingen te komen, moet een nieuwe ontwikkelingsorganisatie worden opgezet, die wordt gevoed met belastinggeld maar wel op afstand van de overheid staat.
Dat stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) voor in een rapport dat vandaag wordt gepubliceerd. De nieuwe ontwikkelingsorganisatie wordt voorzichtig NLAid gedoopt. Die suggestie doet bij ons de haren recht overeind staan, maar het zou onterecht zijn hem terstond terzijde te schuiven. Het advies van de WRR is stevig beargumenteerd, en daarom een discussie waard.
De WRR blijft niet hangen in de discussie over de vraag of ontwikkelingshulp werkt of niet. Dat is een debat ’voor de Bühne’, stelt de raad, waarin iedereen met goed gekozen voorbeelden zijn gelijk kan halen. In plaats daarvan analyseren de schrijvers de verschillende vormen van hulp, en stellen zich de vraag hoe die het meest efficiënt georganiseerd kunnen worden.
Ze maken onderscheid tussen humanitaire noodhulp, ondersteuning bij economische ontwikkeling, en mondiale publieke goederen (zoals energie en klimaat). Om de verschillen kort aan te geven: noodhulp vergt logistieke topprestaties, ontwikkeling vereist een goede verankering in het lokale politieke systeem, en voor het beheer van mondiale publieke goederen is wereldwijde samenwerking tussen staten onontbeerlijk.
Volgens de WRR is het huidige stelsel van ontwikkelingssamenwerking niet toegesneden op deze taken. Samenwerking via de Nederlandse ambassades is niet ideaal, omdat diplomaten nooit lang op hun post blijven. En de particuliere organisaties creëren weliswaar draagvlak voor ontwikkelingshulp, maar zijn niet de beste uitvoerders van projecten. Vandaar die spagaat tussen carrièrediplomatie en goede bedoelingen.
Of je daar uit komt met een NLAid is zeer de vraag; voor je het weet heb je een nieuwe structuur geschapen die een verlengstuk wordt van de buitenlandpolitiek. Maar het rapport van de WRR bevat een reeks aanbevelingen die de moeite van het onderzoeken waard zijn. De belangrijkste boodschap is dat Nederland scherper moet kiezen, voor de regio waarin zij wil investeren, voor sectoren waarin zij toegevoegde waarde kan brengen (bijvoorbeeld water of gezondheidszorg) en voor gerichte investeringen in kennis van het ontwikkelingsproces.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.