*

 

Australische wijn in crisis – of juist niet?

Remke de Lange − 16/01/10, 15:16

Aanhoudende droogte en een dramatisch druivenoverschot dwingen de Australische wijnindustrie tot een pas op de plaats. Een ambachtelijke aanpak moet het tij keren.

Jarenlang was Australië het troeteldier van de wijn producerende landen. Technisch goed gemaakte wijnen met fruitige smaken en vriendelijke prijzen, wereldwijd vielen wijndrinkers er massaal voor. Vooral in Engeland en Amerika stuntten supermarktketens stevig met ’3 voor een tientje’-aanbiedingen. De exportcijfers klommen gestaag omhoog tot het recordjaar 2006-07, waarin 800 miljoen liter Australische wijn werd verscheept. „We waren in de mode”, zegt Bill Hardy, merkambassadeur van het bedrijf dat voorvader Thomas Hardy anderhalve eeuw geleden begon. Al in 1895 was Hardys met een productie van 1,5 miljoen liter Australisch grootste wijnmerk.

Maar wie in de mode is kan ook weer uit de gratie raken. De voorspoed zorgde voor zo’n enorme groei in aanplant dat Australië nu kampt met een schrikbarend druivenoverschot: een vijfde van de totale wijngaardcapaciteit is niet rendabel, waarschuwden onlangs vier overkoepelende organisaties in een gezamenlijk optreden. Druiventelers weten er alles van: velen raken hun fruit aan de straatstenen niet meer kwijt. Jaren aanhoudende droogte en de stijgende Australische dollar maken de situatie nog lastiger. In het laatste financiële jaar verkocht Australië 750 miljoen liter wijn aan het buitenland.

Maar het onderliggende probleem is misschien wel groter: ’Australië’ was een merk geworden. Erger, een inwisselbaar merk. Want voor goedkoop en soepel kun je in de winkel net zo makkelijk naar Chileense of Zuid-Afrikaanse wijn grijpen. Van dat algemene imago moet Australië af, zegt Paul Henry, manager van AWBC, de overheidsorganisatie die de industrie ondersteunt met marketing, regulering en internationale handel. AWBC propageert in zijn nieuwste beleid de wijnen uit de regio’s. Als het bij Franse wijn doodnormaal is om een ’Elzas’ of een ’Bordeaux’ te kiezen, waarom zou dat dan niet gelden voor de typische regiowijnen die Australië maakt?

Hunter Valley maakt gerenommeerde semillon-wijnen, Barossa stevige shiraz. In Coonawarra vind je heerlijke cabernet sauvigon en in Adelaide Hills frisse sauvignon blanc. Clare Valley maakt geweldig riesling en McLaren Vale mooie shiraz en grenache. Henry: „Tien jaar geleden hadden consumenten voldoende houvast aan merken die ze konden herleiden tot een land, zelfs als de bedrijven achter die etiketten hun druiven uit alle uithoeken van de wijnwereld haalden.” Maar de markt is veranderd: mensen willen weten waar hun eten vandaan komt, en dus ook hun wijn. Hét moment dus om consumenten te laten zien hoe divers ’Australië’ eigenlijk is.

Aanpassen en innoveren, dat is het antwoord op de crisis, vindt ook Stephen Strachan, directeur van de federatie van wijnmakers. Volgens hem is er een ’stille revolutie’ gaande: wijnmakers met een vooruitziende blik zijn al overgestapt op druivenvariëteiten die bijvoorbeeld goed tegen droogte kunnen, maken wijnen met lagere alcoholpercentages en keren zich af van de zware, met veel hout(snippers) behandelde chardonnays die jarenlang zo populair waren.

„Misschien is evolutie een beter woord”, verbetert Strachan zichzelf. „Innovatie is altijd een stevige pijler geweest onder de Australische wijnindustrie, maar is een tijdje overschaduwd door al dat commerciële succes.” Belastingvoordelen voor investeerders en nieuwelingen op de markt gaven een enorme impuls aan de groei, iets wat Strachan in retrospectief een ’grote fout’ noemt. „Wijnproductie is een kwestie van geduld en lange adem, niet van snelle winsten.” Juist daarom heeft hij veel vertrouwen dat de wijnsector zich vanzelf zal herstellen.

Veel betrokkenen verwachten dat 2010 het moeilijkste jaar in heel lange tijd zal worden. Strachan: „Maar ik denk dat bedrijven die én een zekere geschiedenis hebben én zich blijven vernieuwen en investeren in experiment, goed door deze periode heen zullen komen.”

Gelukkig stikt het in Australië van de eigenwijze wijnmakers die met hun kop in de wind vasthouden aan, of terugkeren naar, het ambacht. Het land mag dan geschiedenis hebben gemaakt met de ’vliegende wijnmakers’ die met hun expertise de hele wereld overvlogen, veel huidige wijnmakers staan met hun voeten juist stevig op Australische bodem.

„Ik breng steeds meer tijd door in de wijngaarden”, vertelt Chester Osborn, vierde generatie wijnmaker van d’Arenberg, een van de meest succesvolle familiebedrijven in de regio McLaren Vale, een mediterraan wijngebied net onder Adelaide. „Kijken hoe de planten erbij staan, druiven proeven. De zuurgraad meet ik niet, ik proef gewoon.” Osborn is een maker die prat gaat op ambachtelijkheid, gezond verstand en ’minimal input’: geen groeimiddelen, geen insecten- of onkruidverdelgers, weinig irrigatie. Al zijn druiven komen terecht in hopeloos ouderwets ogende houten mandpersen waarin ze op een zachtaardiger manier worden geperst dan in moderne machines.

Geduld in de wijngaard, druivenplanten streng terugsnoeien voor een kleinere opbrengst, oude wijngaarden met ’vergeten’ variëteiten in ere herstellen, minimale irrigatie; wijnmakers met historisch besef kiezen voor een nieuwe, ambachtelijke aanpak. Sommigen hebben zelfs de tractor weer vervangen door paard en wagen. Minder efficiëntie (en hoge winsten) misschien, maar meer smaak en karakter. Deze wending staat haaks op het imago dat Australië met z’n technische vooruitstrevendheid had opgebouwd. „Zelfs de goedkoopste wijn was technisch goed, consistent en volstrekt betrouwbaar. Dat is tegen ons gaan werken”, zegt Bill Hardy.

mailIcon print |