Beste Beatrijs,Kort geleden was ik op bezoek bij een oude, nooit getrouwde dame die aan alzheimer lijdt en in een verpleeghuis zit. Toen ze haar huis verruilde voor een kamer moest er heel veel weg.
Al haar mooie spulletjes – waaronder zilver, kristallen glaswerk en sieraden – verdeelden de neven en nichten onder elkaar. Tijdens ons gesprek miste ze haar bontjasje en haar sieraden, en ze vroeg aan haar neef waar alles gebleven was. „Het is verdeeld onder de familie”, was het antwoord, waarop ze verontwaardigd zei: „Maar ik ben toch nog niet dood?” De neef sprak namens allen zijn zorg uit over eventuele diefstal van de sieraden. „Ik kan niet eens een ketting omdoen of een paar oorbellen dragen!”, klaagde ze. Ik vond het triest en raadde haar aan het onderwerp nog eens ter sprake te brengen bij haar familie. „Mag een familie zich dat wel op voorhand toe-eigenen?”, vroeg ik me af, toen de neef mij later verzekerde dat ze het over vijf minuten vergeten zou zijn.
Verdwenen sieraden
Het probleem met alzheimerpatiënten is dat zij het leven niet meer kunnen overzien. Deze dame is niet voor niets in een verpleeghuis opgenomen. De zorg voor zichzelf wordt haar aldus uit handen genomen. De persoon verkeert in veiligheid, maar de bezittingen niet. Diefstal in zorginstellingen komt voor. Niet systematisch, maar wel incidenteel. En anders gebeurt het wel dat demente patiënten zelf voor sinterklaas spelen. Omdat ze geen besef meer hebben van de waarde, kunnen ze zo een diamanten ring weggeven aan een uitzendkracht die aardig voor hen is geweest (en dit vervolgens onmiddellijk vergeten). Natuurlijk mogen die geschenken niet worden aangenomen, maar het gebeurt wel. Voor de opvatting ’Dement of niet, mensen mogen zelf beschikken over hun eigendom’ valt best iets te zeggen, maar familieleden hebben ook een punt als ze denken: daar gaat de erfenis! Hoe bevoogdend ook, het is niet ongebruikelijk dat waardevolle spullen van demente patiënten op voorhand worden verdeeld om te voorkomen dat een en ander in het ongerede raakt.
Als een alzheimerpatiënt volwassen kinderen heeft die regelmatig op bezoek komen, kunnen die ervoor zorgen dat mama’s favoriete ketting of oorbellen in haar bezit blijven. Zij kunnen ook controleren dat ze deze draagt of dat ze in een bepaald laatje liggen. Demente patiënten zonder kinderen hebben het in dit opzicht moeilijker. Ze hebben niemand die dichtbij genoeg staat om dit soort details in de gaten te houden.
U hebt tegen deze dame gezegd dat zij moet protesteren over deze gang van zaken. Maar waarschijnlijk heeft haar neef gelijk als hij zegt dat zij vijf minuten later is vergeten waar zij zich net nog over opwond. U bent een buitenstaander. U kent haar exacte conditie niet. U weet niet wat een tijdelijke klacht waard is van iemand bij wie u toevallig op bezoek bent. Het gaat nogal ver om de goede trouw van de familie die haar belangen behartigt in twijfel te trekken. Ik denk dat u zich hier beter niet mee kunt bemoeien.
Dat wil allemaal niet zeggen dat u zich niets hoeft aan te trekken van het verdriet van deze dame. Het is vreselijk om op het einde van je leven in verwarde toestand in een inrichting te moeten eindigen. Dat is een groter probleem dan die verdwenen oorbellen of kettingen. In plaats van u zorgen te maken over haar bezittingen, kunt u beter af en toe deze dame bezoeken en proberen om het voor een uurtje of wat gezellig voor haar te maken.
Beste Beatrijs,
Ik (man, 28) woon bijna twee jaar samen met mijn vriendin. Het geval wil dat zij een vriendin heeft die regelmatig langskomt. Op zichzelf een beste meid, maar ze heeft een ongelooflijk grote mond en zoekt altijd de confrontatie. Als mevrouw iets niet bevalt, dan krijg je het voor je kiezen. Mijn partner is in mijn ogen veel te lief door niet tegen haar in te gaan, wat ik dus wel doe. Het liep laatst zo hoog op – nota bene tijdens mijn vriendins verjaardag – dat ik mijn bekomst van haar heb. Hoe moet ik hiermee omgaan? Mijn relatie is verder heel goed en ik wil haar niet verbieden om met die vriendin om te gaan als zij dat zelf nog wel wil.
Belaagd in eigen huis
Praat er gewoon over met uw vriendin! U kunt toch wel tegen haar zeggen dat u niet zo dol bent op deze ruziezoekster? Misschien krijgt uw vriendin langzamerhand ook genoeg van deze vriendschap en kan ze een beetje dimmen met de contacten. Stel anders voor dat uw vriendin wat vaker buitenshuis afspreekt met haar. Of ga zelf de deur uit en spreek met een vriend af, wanneer de helleveeg weer eens op de agenda staat. Of neem de wijk naar tv- of computerscherm en zet een koptelefoon op, als zij bij u over de vloer is. U hoeft niet mee te doen aan het gesprek tussen de twee vriendinnen.
Beste Beatrijs,
Ik ben een jonge vrouw die bewust niet voor kinderen kiest. Op mijn werk zijn er veel vrouwelijke collega’s die in de pauze in de kantine alleen maar over hun baby’s, hun pijntjes, luiers, borstvoeding en aanverwante kinderzaken kunnen praten. Het lijkt wel alsof jonge moeders totaal niet door hebben dat andere mensen dit soort gesprekken saai en oninteressant vinden. Hoe kan ik hen op een vriendelijke manier duidelijk maken dat ik geen zin heb om dat geleuter steeds aan te moeten horen?
Genoeg van babypraat
Mensen mogen praten waarover ze willen. Als iedereen een gemeenschappelijke belangstelling heeft (of het nu opera, beurskoersen of baby’s betreft), dan is er geen manier waarop u hen van dat onderwerp af kunt houden. Maar waarom zou u? Als het gesprek u niet bevalt, kunt u altijd weggaan en elders gaan zitten. Beter nog is om van tevoren uw tafelgenoten uit te zoeken. Zijn er geen mannen op uw werk? Ga bij hen aan tafel zitten! Mogelijk krijgt u dan voetbalanalyses over u heen. Zo blijft het tobben. Gelukkig is er leven buiten het kantoor.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.