*

 

Rode Poncho’s moeten nu aan democratie gaan meedoen

Stijntje Blankendaal − 13/01/10, 00:00

Bolivia heeft een nieuw parlement. De Rode Poncho’s, de militante achterban van president Morales, moeten zich voortaan gedeisd houden.

  • Leider Carlos León bij zijn huis in Belén: Uniform alleen aan bij belangrijke momenten. (Ben Speck)

De Rode Poncho’s van Bolivia, een pressiegroep van indianen, zijn met twee personen in het parlement gekozen. „De pistolen die we eigenlijk moesten inleveren, laten we verstopt thuis achter. We doen het nu via de democratische weg, via onze senator”, zegt leider Carlos León.

Indianen, Afro-Bolivianen, mijnwerkers en boeren zijn sinds deze week sterker vertegenwoordigd in de Boliviaanse politiek. Alle 36 indianengroepen hebben hun eigen vertegenwoordiger gekregen.

Het zojuist beëdigde nieuwe ’plurinationale parlement’ wordt gekleurd door rokken en poncho’s. De partij van de herkozen president Morales, de socialistische Mas (Movimiento Al Socialismo) haalde 115 van 166 zetels.

Met tweederde meerderheid in beide kamers kan Evo Morales gerust ademhalen, in tegenstelling tot de afgelopen drie jaar, toen de oppositie de meerderheid had in de senaat. Morales (aymara-indiaan) riep bij de opening van het parlement op tot het nastreven van consensus, als principe van de indianen.

Maar Morales krijgt het niet makkelijk. Hij moet zowel de oppositie als zijn voormalige stoottroepen, de Rode Poncho’s, tevreden houden. Beide groepen zijn elkaar de afgelopen jaren op straat te lijf gegaan.

In de senaat wordt Morales opgevolgd door Isaac üvalos, ex-boerenvakbondsleider en strijder voor de indianenrechten. Deze verscheen in vol ornaat, met rode poncho en leren zweep op de borst. ’Met kracht’, zei hij, om er wetten voor meer autonomie, een agrarische verzekering en wegenprojecten door te krijgen.

Zijn achterban komt uit de omgeving van het Titicacameer, op twee uur rijden ten noorden van hoofdstad La Paz, op 4200 meter hoogte. Het stadje Achacachi, met een kleine achtduizend inwoners, merendeels aymara, is de trotse voortbrenger van de Ponchos Rojos, de Rode Poncho’s. Op de website van de gemeente wordt reclame gemaakt met de mannen, die vanaf de jaren tachtig en negentig gewapend met mausers de straat op zijn gegaan om het ’neo-liberalisme’ omver te werpen.

In 2003 was dat de regering van Gonzalo Sanches de Lozado en in 2005 van diens vice-president en opvolger, Carlos Mesa, die aftrad na heftige protesten door het hele land, waarna Morales werd gekozen.

„Maar de oorsprong van de Rode Ponchos gaat veel verder terug”, vertelt leider Carlos León (45) in een conglomeraat van boerenbonden even buiten Achacachi. „Dit is de wieg van de Rode Poncho’s, die begon met de strijd van Paulino Quispe in de jaren vijftig tegen de grootgrondbezitters. Hij trok een rode zak aan en begon zijn mensen te verdedigen, ter nagedachtenis aan indianenopstandeling Túpac Amaru, die 1782 werd gevierendeeld door de Spanjaarden.”

In 1953 werd de landhervorming afgekondigd en ontstonden de agrarische bonden. León: „Maar met het neoliberalisme kwam de vakbeweging weer in de knel. In de jaren tachtig zijn er heel wat van ons door paramilitairen in het Titicaca-meer terechtgekomen. Daarom hebben we ons verenigd in het rood, ter ere van Paulino Quispe.”

President Gonzalo, die volgens de Rode Poncho’s het Boliviaanse gas voor een prikkie aan het buitenland wilde verkopen, trad in 2003 af, nog vóór de gewapende Rode Poncho’s de hoofdstad hadden bereikt.

León: „We gingen in drie groepen, eerst zouden de ongewapenden gaan, dan de lichtgewapenden en dan de zwaargewapenden. Maar bij de aankomst van de eerste groep viel de regering al.”

Na Morales’ verkiezing eind 2005 zijn de Rode Poncho’s actief geweest bij de verdediging van diens nieuwe grondwet en paradeerden zij zelfs met de militairen, iets wat ze door de oppositie niet in dank is afgenomen. Ze hebben er de naam ’stoottroepen van Morales’ aan overgehouden.

Maar nu is het, voorlopig, rustig. León: „We mogen nu ons uniform –zwarte hoed, rode poncho, zweep en zwarte broek– alleen gebruiken bij belangrijke momenten.”

Rode Poncho Facundo Herrera Kapa (49), die pal naast het Titicacameer woont, gaat het kritisch volgen: „We willen een werkelijke verandering. Als het nodig is, dan gaan we daar de straat weer voor op.”

mailIcon print |