De Nederlandse steun aan de inval in Irak werd voorgekookt door minister De Hoop Scheffer en een clubje ambtenaren. Premier Balkenende stond erbij en keer ernaar.
’Het ministerie van buitenlandse zaken vliegt voor’, luidt een oud gezegde op het departement van Defensie en in andere Haagse kringen, wanneer er weer eens moet worden nagedacht over Nederlandse bemoeienis bij een brandhaard in de wereld.
Daarmee wordt bedoeld dat de minister van buitenlandse zaken logischer wijze als eerste de grote lijnen uitzet: welke Nederlands standpunt en eventueel welke militaire inzet uit de ’ijzerwinkel’ van Defensie past het beste bij de koers die Den Haag gewoonlijk volgt aan de internationale vergadertafels?
Dit keer, in de winter van 2002-2003, vlogen de kersverse, onervaren CDA-minister van buitenlandse zaken Jaap de Hoop Scheffer en zijn ambtenaren echter wel erg nadrukkelijk voorop. De Nederlandse regering moest nadenken over de dreigende Amerikaanse interventie tegen het Irak van dictator Saddam Hoessein.
De onderzoekscommissie-Davids, die de jarenlang slepende kwestie over de Nederlandse besluitvorming rond Irak onderzocht, beschrijft hoe de andere ministers van het toenmalige eerste kabinet Balkenende weinig in te brengen hadden. Want op Buitenlandse Zaken was bliksemsnel bepaald dat de trouwe bondgenoot Nederland ook dit keer achter de Amerikanen zou gaan aanlopen.
De Hoop Scheffer en zijn clubje topambtenaren zetten zo de fuik open voor Nederlandse politieke steun aan de later zo omstreden geraakte Amerikaans-Britse oorlog in Irak. De andere ministers uit het kwakkelende CDA-VVD-LPF-kabinet zwommen er in. De drie coalitiefracties in het parlement gaven ook al geen tegengas.
Dat clubje BZ-ambtenaren hield ver voor de daadwerkelijke aanval op Irak van president Bush, in maart 2003, een brainstorm met hun net aangetreden minister, ontdekte Davids. Natuurlijk kenden ze daar in het vergaderzaaltje op de Haagse ’apenrots’ ook wel de volkenrechtelijke bezwaren: veel internatonale juristen hadden al gewaarschuwd dat de oorlogsplannen en het voornemen van de Amerikaanse president om Saddam Hoessein uit zijn paleizen te verdrijven niet gedekt werden door sluitende resoluties van de VN-veiligheidsraad. Er dreigde daarom een volkenrechtelijk niet-legitieme aanval. Toch besloot het clubje op Buitenlandse Zaken al in augustus 2002 dat de support gewoon moest uitgaan naar de Amerikanen.
Hun standpunt een half jaar voor de inval: „Indien de VS uiteindelijk zouden concluderen dat militair ingrijpen de enige weg is, ligt het in de rede dat Nederland, gezien de trans-Atlantische band en de tot nu toe gevolgde harde lijn met betrekking tot Irak en de massavernietigingswapens hen politiek – en mogelijk ook materieel – daarin steunt”. De vergadering met De Hoop Scheffer was kort; drie kwartier. Daar werd wel bepaald op welke koers de minister van buitenlandse zaken zou gaan voorvliegen.
Het oordeel van de commissie-Davids over de afweging die daar werd gemaakt is snoeihard. Het volkenrecht werd er ondergeschikt gemaakt aan de oude, trouwe relatie op de as Den Haag, Londen, Washington. Davids noemt het een trans-Atlantische ’reflex’.
In theorie kon het kabinet natuurlijk nog terug krabbelen van hetgeen De Hoop Scheffer had bedacht. Tijd genoeg, de Veiligheidsraad vergaderde nog driftig, de Amerikanen waren nog niet onderweg naar Bagdad, Nederland had in het openbaar nog geen steun uitgesproken.
Davids en zijn onderzoekers beschrijven in hun 551 pagina’s dikke rapport echter dat premier Balkenende er in die fase bepaald niet bovenop zat en dat de andere ministers weinig zicht hadden op deze belangrijke positiebepaling van De Hoop Scheffer. De kiftende LPF-ministers al helemaal niet.
CDA-leider Balkenende was destijds nog een beginneling als minister, laat staan als premier en hij had veel binnenlandse problemen rond zijn eerste kabinet, dat was gevormd met de piekende LPF na de moord op Pim Fortuyn. De commissie-Davids oordeelt: „De LPF-ministers waren nieuwelingen in de landspolitiek. Ook de CDA-bewindslieden misten evenwel regeerervaring. (Na acht jaar oppositie.) De Hoop Scheffer was als ambtenaar en Kamerlid bij het buitenlandse beleid betrokken geweest. Al met al was politieke en bestuurlijke ervaring niet het opvallendste kenmerk van het kabinet”.
Balkenende zelf ging zich pas laat met de kwestie-Irak bemoeien, hij vertrouwde zijn partijgenoot De Hoop Scheffer blijkbaar blindelings. Davids: „De minister-president heeft aanvankelijk weinig of geen leiding gegeven aan de debatten over de kwestie-Irak. Later, na januari 2003, is hij zich wel intensief met dit dossier gaan bemoeien, maar het regeringsstandpunt, zoals door Buitenlandse Zaken geformuleerd, lag toen al vast”.
Tegengas aan de BZ-keuze om pal achter de Amerikanen te gaan staan en een oogje dicht te knijpen bij het internationaal recht (waarvan naleving nota bene een van de hoekstenen is in de Nederlandse Grondwet) kwam er soms wel van de inlichtingendiensten.
De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Militaire Inlichtingendienst waarschuwden voorzichtig dat juristen zo hun twijfels hadden en dat het misschien helemaal niet zo’n vaart liep met het veronderstelde chemische- biologische en nucleaire wapenarsenaal van die vermaledijde regering in Bagdad. Die wapens werden zoals bekend na de latere inval nooit aangetroffen.
Davids zegt over de remmende opstelling van de veiligheidsdiensten: „De gehele periode overziende heeft zowel de MIVD als de AIVD zich terughoudender opgesteld over de dreiging die uitging van de massavernietigingswapens van Irak dan de bewindspersonen deden in de communicatie met de Tweede Kamer”.
Binnen het kabinet kreeg deze sussende informatie van eigen veiligheidsdiensten geen voet aan de grond. Nuanceringen? Die werden door Buitenlandse Zaken eenvoudig van tafel geveegd. „Uit de rapporten van de diensten werden slechts die uitspraken gedestilleerd die pasten in het reeds ingenomen standpunt”, concludeert de commissie-Davids.
Als de waarschuwingen voor terughoudendheid van de Nederlandse inlichtingendiensten al in het kabinet werden gehoord, zorgden De Hoop Scheffer, Balkenende en VVD-minister Kamp van defensie er wel voor dat de inlichtingeninformatie van de Verenigde Staten en Groot-Brittanniƫ daar luider doorklonken, stelt Davids vast.
Bij die lobby van Washington en Londen kreeg premier Balkenende in september 2002 nog een aparte behandeling van Tony Blair. Via diens ambassadeur in Den Haag liet de Britse premier aan zijn Nederlandse collega een uiterst geheime brief overhandigen: For your eyes only. Op Buitenlandse Zaken, ontdekte Davids, waren ze er niet zo blij mee dat Balkenende die info van Blair met niemand mocht delen, zelfs niet met hen.
In zijn getuigenverhoor voor de onderzoekscommissie bagatelliseert Balkenende het belang van die Blair-brief. De premier houdt vol dat er niet veel meer in stond dan informatie van de Britse geheime dienst die enkele dagen later ook aan Buitenlandse Zaken werd verstrekt. Davids gelooft hem daarin, de onderzoekscommissie maakt geen zwaar punt van het For your eyes only document.
Probleem is wel dat niemand nu achteraf kan controleren waarmee Blair de Nederlandse premier probeerde op te peppen om achter zijn interventie in Irak te gaan staan. Want de brief was wel zo geheim dat Balkenende hem na lezing moest laten terug bezorgen bij de Britse ambassadeur. De commissie-Davids kreeg hem zelfs nu niet meer terug van de Britten.
De Irak-oorlog begint in maart 2003 en Nederland verleent dan de ’politieke steun’ waarmee de Amerikanen maar wat blij zijn, omdat zij behoefte hebben aan zoveel mogelijk politieke dekking van bondgenoten. De Duitsers en Fransen peinsden er niet over.
De term politieke steun werd trouwens aanvankelijk door toedoen van minister Donner vermeden, omdat Donner inmiddels als informateur PvdA-leider Wouter Bos probeerde te bewegen tot een nieuw kabinet van CDA en PvdA. De PvdA wilde geen politieke steun, hooguit erkennen dat de oorlog nu een feit was en dan nu maar helaas maar snel moest worden gevoerd. Maar Balkenende en Verhagen hadden geen oog voor deze PvdA-sentimenten tegen de Amerikanen en spraken gewoon keihard over ’politieke steun’.
Zoals op Buitenlandse Zaken al lang was bedacht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.