*

 

Meer vrouwen sterven bij of na bevalling

Nicole Lucas − 12/01/10, 00:00

Het aantal vrouwen dat tijdens of kort na de bevalling sterft, is klein, maar stijgt wel. Gynaecoloog Joke Schutte: „We moeten alert blijven.”

  • Het trainen van lastige bevallingen met een nieuw ontwikkelde patiëntsimulator vermindert het aantal sterfgevallen tijdens de geboorte. (ANP)

De moedersterfte in Nederland is toegenomen. In de periode 1993 tot 2005 stierven gemiddeld 12,1 moeders per 100.000 levend geboren kinderen. Dat zijn er beduidend meer dan in de tien jaar daarvoor. In de periode 1983-1992 bedroeg de zogenaamde Maternale Mortaliteits Ratio 9,7, blijkt uit onderzoek van gynaecoloog Joke Schutte, die daarop eind deze maand promoveert.

„Jaarlijks gaat het om 24 vrouwen die tijdens of kort na de bevalling overlijden”, aldus Schutte. „Dat zijn er, zeker internationaal gezien, gelukkig nog altijd heel weinig. Maar zo’n stijgende trend wil je niet. We moeten dus alert blijven.”

Uit haar onderzoek blijkt dat deze stijging vooral komt doordat meer vrouwen sterven die al een (soms nog niet bekende) ziekte hadden. Het gaat dan vooral om hart- en vaataandoeningen. „Een zwangerschap is een stresstest voor het lichaam. En soms blijkt dat die toch niet aan te kunnen.” Vrouwen met bijvoorbeeld een aangeboren hartafwijking of een kunstklep worden wel gewaarschuwd dat een zwangerschap risico’s met zich meebrengt. „Maar”, aldus Schutte, arts in de Zwolse Isalaklinieken, „het gebeurt heel weinig dat een arts heel resoluut zegt: u moet niet zwanger worden. Want dan zeg je natuurlijk nogal wat.”

Sterfte tijdens of kort na de zwangerschap is vooral een gevolg van pre-eclampsie, in de volksmond meestal aangeduid als zwangerschapsvergiftiging. „Dat is al jaren zo”, zegt Schutte. „Maar gelukkig zijn we ons daar wel steeds meer van bewust door de rapporten van de commissie moedersterfte en beginnen we eerder met behandeling met medicijnen, of beëindigen we de zwangerschap eerder. De verschillen met bijvoorbeeld Groot-Brittannië, waar dit veel minder voor komt, zijn daardoor al fors afgenomen.”

De verloskundige zorg kan worden verbeterd, concludeert Schutte. „Gynaecologen moeten vrouwen die risico lopen, beter voorlichten, vaker op controle laten komen.” Voor terughoudendheid met medicijnen is veel te zeggen, maar die kan ook te ver gaan, zo zegt zij. Artsen denken te vaak dat de natuur het wel oplost. Schutte: „We leggen er wel eens te veel nadruk op dat alles zo natuurlijk mogelijk moet gebeuren. Zwangerschap is weliswaar geen ziekte, zwangere vrouwen kunnen wel heel ernstig ziek worden. De roze wolk kan heel zwart zijn.”

Ook vrouwen zelf zouden zich dat beter moeten realiseren, vindt de gynaecoloog. Blijven roken, overgewicht, op latere leeftijd zwanger worden vergroten de risico’s van een zwangerschap voor de baby en de moeder. „Vrouwen zelf moeten ook een steentje bijdragen”, aldus de gynaecoloog. Ze bepleit ook speciale aandacht voor allochtone vrouwen, vooral vrouwen uit Azië, sub-Sahara-Afrika, de Nederlandse Antillen en Suriname. „Zij lopen een hoger risico”, zegt Schutte. Onbekendheid met het zorgsysteem, beperkte kennis van de taal en het ontbreken van een sociaal netwerk spelen daarbij wellicht een rol.

mailIcon print |