*

 

Loevendie’s Spinozaopera

Jolanda Breur − 09/01/10, 00:00

De Amsterdamse componist Theo Loevendie denkt na over een opera over Neêrlands beroemdste filosoof: Spinoza. Misschien wordt het een oratorium. „Ik verdraag net als hij geen autoriteit.”

  • Theo Loevendie (Johannes Abeling)

Ze werden niet ver van elkaar vandaan geboren en beiden genieten een internationale reputatie. Baruch de Spinoza als filosoof, Theo Loevendie als componist.

De laatste had niet alleen een achterstand in de tijd – hij werd drie eeuwen na zijn beroemde stadgenoot geboren – maar ook in afkomst.

Spinoza (1632-1677), zoon van een Portugees-Joodse koopman, groeide op in de Amsterdamse Jodenbuurt en werd vanaf jonge leeftijd degelijk onderwezen. Loevendie (1930) was kind in de eenvoudige Kinkerbuurt waar filosofie niet op het schoolprogramma stond.

Toen hij als zestienjarige voor het eerst een bibliotheek bezocht, ging er een wereld voor hem open. Hij begreep niet alles van de denkers waarmee hij kennismaakte, maar zijn nieuwsgierigheid was gewekt. En hij ontdekte Spinoza.

„Een fascinerende figuur met aansprekende ideeën”, vertelt Loevendie. „Hij was kritisch over het christendom en heeft de Bijbel uitgerafeld.” Spinoza was een van de eersten die dit boek aan een gedegen analyse onderwierpen. Hij zag het als mensenwerk waarin ook fouten voorkomen, een ketterse gedachte in die tijd. „De man had een vlijmscherpe intelligentie en legde de vinger op alle inconsequenties. Hij liet zijn hoofdwerk, de ’Ethica’, niet voor niets pas na zijn dood publiceren.”

In de bibliotheek die Loevendie bezocht, vond hij ook muziekliteratuur. Als kind legde hij al een bovenmatige belangstelling aan de dag voor gecomponeerde klanken. Een onderwijzer die zijn muzikale talent onderkende, zorgde dat het werd ’gered’. „Klassieke muziek was niet gewoon in mijn milieu, maar hij liet me op de lagere school met de piano spelen en nam me mee naar concerten”, aldus de componist. Op zijn negende kwam hij voor het eerst in een kerk, de Westerkerk in Amsterdam. Daar beluisterde hij een compositie van Bach. „De orgelklanken donderden de ruimte door, heel indrukwekkend. Mijn onderwijzer vroeg me wat ik er van vond. Wel mooi, zei ik. En hij: beetje onwennig zeker, hè? Dat moest ik beamen.”

Loevendie begon te componeren. Met cijfers, want noten lezen kon hij niet. De onderwijzer raadde zijn ouders aan iets te doen met de gave van hun zoon. Daar kwam echter ’niets van terecht’.

Maar net als bij Spinoza en zijn denkbeelden kroop het bloed waar het niet gaan kon en ontpopte Loevendie zich tot een internationaal geroemd jazzmusicus. Hij studeerde alsnog klarinet en compositie aan het conservatorium van Amsterdam. Ook werd hij hoofdleraar compositie aan de conservatoria in Den Haag, Rotterdam en Amsterdam. Zijn muziek wordt nu wereldwijd vertolkt.

Die muziek kent invloeden uit het Midden-Oosten, een gevolg van Loevendies zwak voor de islamitische cultuur. Hij was 25 jaar met een Turkse getrouwd en raakte thuis in deze leefwereld.

Ook de hierin gangbare abstractie van kunst en godsidee sprak hem aan. „In de christelijke traditie had God een baard, iets wat Spinoza al betwijfelde. De filosoof hing het pantheïsme aan dat God gelijkstelt met de natuur, meer als een soort kracht. Dit bezorgde hem de reputatie van atheïst, terwijl het voor ons een moderne gedachte is. Ik vind het een aantrekkelijke optie, want in het traditionele godsgeloof herken ik me totaal niet.”

De Tweede Wereldoorlog was net voorbij toen rasamsterdammer Loevendie kennis nam van Spinoza’s ideeën en levensverhaal. Hij realiseerde zich dat het decor niet meer bestond. „Zoals de Jodenbuurt; weg. Nu staat daar de Stopera, toentertijd was dat in de volksmond de wijk Vlooienburg.” Sindsdien overweegt de componist een opera over leven en werk van de filosoof te schrijven. „Alles wat met deze stad te maken heeft, is onderdeel van mijn leven.”

Theo Loevendie ziet genoeg dramatische ontwikkelingen in de levensloop van Spinoza. „Hij had de rabbijnen uit de joodse gemeenschap tegen zich. Vanwege zijn ideeën, maar waarschijnlijk ook omdat zijn overleden vader een failliete boedel achterliet. Hij weigerde daarvoor verantwoordelijkheid te nemen en kreeg de banvloek. Die Portugese rabbijnen probeerden de boel bij elkaar te houden. Ze waren pas sinds het eind van de zestiende eeuw in Nederland en Spinoza was tweede generatie.”

Met Spinoiza's eigengereidheid heeft Loevendie wel wat. De zes opera’s die hij schreef, draaiden ook om de macht versus het individu.

Toeval? „Ik verdraag autoriteit slecht”, zegt Loevendie. Zijn ouders scheidden toen hij drie was en hij groeide deels op zonder vader. Met de stiefvader die later op het toneel verscheen, kon hij niet door één deur. Militaire dienst was ’een verschrikking’. „Je werd er als individu onderdeel gemaakt van een groter geheel, dat ging dwars tegen mijn gevoel in. Het woord ’uniform’ zegt genoeg.” Slechte schoolherinneringen heeft hij niet. „Montessorionderwijs, dat was vroeger nog voor kinderen uit het arbeidersmilieu. Ik kon doen waar ik zin in had, dus ik was de hele dag in de weer met muziek.”

De componist erkent een link naar de actualiteit in zijn operaplannen. “Niet bewust. Mijn twee dochters hebben een Turkse moeder en een sterke band met haar cultuur. De migrantenmaterie houdt me enorm bezig. En mijn vrouw werkte als tolk toen de eerste Turken hier aankwamen. Ik zat er dus met mijn neus bovenop in de jaren zestig.” Hij vertelt dat mensen hem soms vroegen of zijn vrouw een hoofddoek droeg. „Nee, ik, antwoordde ik dan. Zij kwam uit een goed milieu, studeerde en op de universiteiten in Turkije waren hoofddoekjes verboden.”

Loevendie leerde zijn eerste vrouw op de boot van Istanbul naar Marseille kennen. Hij reisde rond als muzikant. „Op de vijfde dag vroeg ik haar ten huwelijk, maar ze nam me niet serieus en moest lachen. Onmogelijk, zei ze, wij zijn moslims en jullie christenen. Ik voelde me voor het eerst van mijn leven christen. Maar ik hield vol en bezocht haar in Genève, waar ze promotieonderzoek deed. Stap voor stap overtuigde ik haar en haar familie van mijn geschiktheid als huwelijkskandidaat.”

Het conservatorium leek de toen 23-jarige muzikant onbereikbaar. Daar dacht zijn toekomstige vrouw anders over. „Ik heb geen geld, was mijn argument. Daar zijn studiebeurzen voor, was haar repliek. Doorzettingsvermogen als vrucht van mijn milieuachterstand, bracht me uiteindelijk waar ik nu ben. Ik zie deze gedrevenheid terug bij allochtonen die carrière maken. Maar eerst moet je af van totale zelfonderschatting en het opkijken tegen andere milieus.”

Theo Loevendie wil in zijn nieuwe opera geen issue maken van integratie. Wel heeft hij exotische visioenen. „Die eerste Joden in Amsterdam namen de Portugese, Spaanse en Arabische cultuur mee. Spinoza’s vader handelde in zuidvruchten, knoflook, zijden stoffen. De huidige Amsterdamse eetgewoonten en taal dragen nog sporen van deze culturen.”

Hij ziet de markt in de Amsterdamse Ten Katestraat uit zijn eigen jeugd voor zich, waar toen nog veel Joodse kooplieden stonden. „Sinaasappeljoden noemden we ze. Ik denk dat zeker eenderde van de marktkooplui Joods was. Spelende kinderen op straat, dan heb ik vrouwenstemmen nodig of een kinderkoor”, mijmert hij verder.

Maar Pierre Audi, artistiek directeur van De Nederlandse Opera, heeft Loevendie laten weten dat hij meer voelt voor een oratorium. Een koor met solisten en een orkest zouden volgens hem beter passen bij een filosofisch onderwerp. „De handelingen in een opera kunnen frivoliteiten opleveren die het publiek afleiden van Spinoza’s gedachtengoed”, zegt Loevendie.

Het Muziektheater, de thuishaven van De Nederlandse Opera, is in ieder geval een ’fantastische’ locatie voor de première. Op deze plek zou de wieg van Spinoza hebben gestaan. „Maar”, zegt de componist, „opera of oratorium; ik ga er nog eens heel goed over nadenken. Misschien wordt het iets ertussenin.”

mailIcon print |