Vijf jaar na de grote roof wijdt het Westfries Museum in Hoorn een speciale nacht aan de nog altijd spoorloze kunstwerken. De beveiliging van het museum is inmiddels verbeterd.
Dit weekeinde is het vijf jaar geleden dat het Westfries Museum in Hoorn werd beroofd van het hart van zijn collectie. Van de tientallen gestolen schilderijen en zilveren objecten met een geschatte waarde van tien miljoen euro, ontbreekt sindsdien elk spoor. „Wat moet je met zo’n triest jubileum? Het liefst zouden we deze pijnlijke gebeurtenis zo snel mogelijk vergeten”, zegt directeur Ad Geerdink. Maar dat zou de dieven alleen maar in de kaart spelen. Om te voorkomen dat de geroofde kunstvoorwerpen in de vergetelheid raken, organiseert het Westfries Museum van 9 op 10 januari ’De nacht van de gestolen kunst’.
Met lezingen, poƫzie, kunst en muziek zal aandacht worden gevraagd voor de 23 schilderijen en 60 zilveren voorwerpen die vijf jaar geleden verdwenen. Belangrijkste gast is Julian Radcliff van het Art Loss Register in Londen, de organisatie die zich bezighoudt met het registreren en opsporen van gestolen kunst over de hele wereld. Hij zal vertellen over een aantal opgeloste kunstroven. Museumconciƫrge Ben Olijve zal zijn naar aanleiding van de inbraak geschreven museumsmartlap ten gehore brengen. De bezoekers krijgen verder een presentatie te zien van alle vermiste kunstschatten en een toelichting op de cultuurhistorische waarde ervan. De verdwenen schilderijen, allemaal uit de zeventiende eeuw, zijn onder meer van Jan van Goyen, Jacob Waben en Mathias Withoos. Geen van de gestolen stukken was verzekerd, omdat de premies niet waren op te brengen.
De afgelopen jaren zijn er diverse tips gekomen, van mensen die op een veiling een zilveren molentje of brandewijnkom hadden gezien die ze meenden te herkennen uit de museumcollectie. Geerdink: „Maar telkens bleek het te gaan om voorwerpen van andere meesters.” De directeur, die twee jaar geleden aantrad en zelf de diefstal niet heeft meegemaakt, merkt dat de medewerkers er nog steeds door zijn aangeslagen. „Voor hen is deze herdenkingsnacht ook een stukje verwerking.”
Geerdink wil niet veel kwijt over de beveiligingsmaatregelen die het museum na de inbraak heeft getroffen. „Laten we het erop houden dat het voor inbrekers een lastige klus is om nog binnen te komen.” Na de inbraak, die pas de volgende ochtend werd ontdekt, stond het alarm van het museum opvallend genoeg gewoon ingeschakeld. Omwonenden hadden ook niets gezien of gehoord. De verklaring van het museum dat de dieven het ’geavanceerde’ beveiligingssysteem hadden gemanipuleerd, riep vragen op bij beveiligingsdeskundigen. Volgens experts is het onmogelijk om onopgemerkt moderne bewegingsdetectors af te plakken.
Later bleek dat de beveiliging toch niet zo geavanceerd was: de bewegingsmelders binnen waren verouderd en de beveiliging van de buitenkant was al jaren uitgeschakeld. Na een bericht daarover in de Telegraaf kwam de raad van Hoorn in spoeddebat bijeen. Daarbij werd duidelijk dat het beveiligingsbedrijf van het museum in september 2004 nog had gemeld dat er veel verouderde detectie was en had geadviseerd het systeem en de detectors up-to-date te maken. De gemeente investeerde 46.000 euro in het museum, waarvan 19.000 voor extra beveiliging.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.