Eén debutante, Franca Treur, wist deze herfst onmiddellijk naam te maken. Haar ‘Dorsvloer vol confetti’ beleeft nu al druk op druk. Maar hoe goed zijn de andere debutanten van het afgelopen seizoen? Nels Fahner ontdekte in de debutenberg zeker vijf schrijvers met gevoel voor dromen, mythen en het fantastische. Een overzicht.
Het onweert hevig in Amsterdam als de nachtwinkel van Osman, hoofdpersoon van ’De tram van half zeven’, wordt opgeschrikt door de binnenkomst van een zestienjarig meisje. Ze heet Isis, is van huis weggelopen en al snel blijkt dat ze de hele nacht wil blijven. De Turkse Nederlander Jacob Osman stemt na enige aarzeling toe; zij slaapt boven, hij staat in de winkel en ze zal vertrekken met de tram van half zeven.
Wat begint als een gebaar van medemenselijkheid wordt een worsteling die een week duurt: Isis, verschenen als een engel des lichts, heeft het prima naar haar zin en wil blijven. Dat gaat goed, totdat beiden moeten vluchten voor Jacobs schuldeisers.
’De tram van half zeven’, Michiel Klein Nulents debuut, had van alle licht-donker symboliek topzwaar kunnen worden. Maar dat weet de auteur met zijn droge beschrijvingen van alledaagse handelingen te voorkomen: „Hij brak het ei door het met een klap tegen zijn voorhoofd te slaan, een oude gewoonte.” Jacob krijgt bovendien mooi tegenspel van de dwarse, stuurloze puber Isis. „Het is hier zo verschikkelijk kút allemaal!”, zegt ze als ze een tijd moet doorbrengen in een caravan op een zompig weiland. ’De tram van half zeven’, het verhaal van een beproeving, is zo moeiteloos vormgegeven dat het nieuwsgierig maakt naar wat Klein Nulent nog meer in zijn mars heeft.
Iets van een mythische vertelling heeft ook ’De trompetboom’ van Hannah van Munster. Hoofdpersoon is de tienjarige Julius, een zwijgzaam jongetje dat door zijn moeder Berthe aan het begin van de zomer onverwacht wordt achtergelaten bij zijn opa, Gabriël Zilverberg. Terwijl Berthe in New York een zangcarrière probeert op te bouwen, probeert Julius de afwezigheid van zijn moeder te verwerken door een ware odyssee aan zwerftochten in de omgeving te ondernemen.
’De trompetboom’ is nogal ernstig uitgevallen; een beetje ironie had het boek goed gedaan. Te vaak ook klinkt de stem van de verteller door in de gedachten van de kleine Julius. Van Munster schrijft wel zorgvuldig, kiest hier en daar mooie beelden – een ‘spatheldere’ hemel, een ‘papierbleke huid’, ‘voorparadijselijke modderpoelen’ – maar het blijft toch allemaal wat vlak.
Wat Van Munster mist, is bij een andere debutant, David Veldman, in ruime mate aanwezig: humor, vaart, spanning. Niet voor niets heet zijn debuut: ’Egidius Donker ra-ra boem-boem’. Veldmans personages, de gebruinde makelaar Kees, Johnny de overjarige rockster en de jonge schrijver Victor, worden met zwier op papier gezet: „Als het op vriendinnetjes aankomt, is Victor belachelijk kieskeurig. Hij zou een meisje dumpen om een spelfout. Of omdat ze de verkeerde boeken leest.”
Het lijkt allemaal licht en laconiek, maar met de personages van Veldman is iets bijzonders aan de hand. Bijna allemaal zijn ze bang voor iets of iemand: een orkaan die nadert, een dreigend ontslag, een plotselinge aanslag op uitgerekend hún kantoor. Ook de opbouw van de verhalen is onvoorspelbaar: personages duiken opnieuw op en verdwijnen weer. Het boek heeft iets van een pot Bengaals vuur: een vrolijk, maar voortdurend sissend projectiel, met wat Nederlanders eromheen die zich, zoals Nederlanders eigen is, heel wat verbeelden.
Humor is ook de belangrijkste kwaliteit van Judy Westerveld, die in ’De schoonmaker’ de psyche van een raamambtenaar beschrijft. Hier geen gedoseerde ironie, maar een voortdurende, Elsschot-achtige satire. Hoofdpersoon Evert, als beleidsmedewerker gespecialiseerd in ’cultuureducatie’, voert op kantoor niets uit. Hij beseft dat, en ondertussen groeit zijn angst voor ontdekking.
Wanneer er plotseling iemand op kantoor zijn stukken blijkt te lezen en hem ongevraagd van tips voorziet, neemt Everts angst toe. Hij gaat op zoek naar de tipgever, die zijn opmerkingen in potlood ondertekent met ’de schoonmaker’. Wat volgt is een klucht met telkens een nieuwe wending, soms onverwacht, soms wat flauw. Toch is dit een geestig en beschamend portret van een kantoorsamenleving waarin authenticiteit niet in tel is en iedereen vruchteloos zoekt naar erkenning.
Het meest indringende debuut van het afgelopen half jaar is ’De val van Hippocrates’ van Menno Lievers. De jonge arts-assistent Erik Liefco probeert carrière te maken in een ziekenhuis waar aan de lopende band medische fouten worden gemaakt en collega’s elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Zelf wordt Erik eerder door plichtsbesef dan door liefde voor het vak gedreven: hij heeft een broertje verloren en hoopt dit goed te maken door arts te worden. Zijn vriendin Beatrijs, die hij doorlopend bedriegt, heeft weinig vertrouwen in Eriks pogingen en neemt hoe langer hoe meer afstand. Erik worstelt door, drinkt door en vrijt door met allerhande verpleegsters, onderwijl verscheurd door onzekerheid en wroeging, omdat hij zichzelf door een onhandigheid mogelijk met aids heeft besmet.
’De val van Hippocrates’ stelt allereerst vragen bij de beroepsethiek van Nederlandse artsen, die sinds 2003 kunnen kiezen tussen de eed van Hippocrates en een nieuwe eed, die meer aansluit bij de huidige medische praktijk. Ook de politiek wordt aan Lievens scherpe blik onderworpen. En toch gaat dit debuut over hypocrisie, falend leiderschap en de daaruit voortvloeiende fouten uiteindelijk vooral over schuld: Erik wordt, terwijl de grens tussen droom en werkelijkheid vervaagt, een soort Christus die anderen probeert te redden maar tot slot zelf de rol van zondebok op zich moet nemen. Een beklemmende, zwarte roman, een boek om een paar dagen kapot van te zijn.
Een heel uiteenlopende oogst, al met al. Van het spetterende, maar wat oppervlakkige werk van David Veldman en het ironische van Judy Westerveld tot de mythisch geïnspireerde vertellingen van Hannah van Munster en Michiel Klein Nulent. Menno Lievers maakt van deze rij nieuwe vertellers de meeste indruk.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.