*

 

Verslaafd uit Pakistan terug in Afghanistan

Gert Jan Rohmensen − 07/01/10, 00:00

Afghanistan kent vele honderdduizenden verslaafden aan harddrugs, vooral heroïne en opium. Hun situatie is meestal uitzichtloos; voor slechts honderden zijn afkick- en rehabilitatiemogelijkheden beschikbaar.

  •  (Eddy van Wessel)
    (Eddy van Wessel)

Desolaat. Smerig. Gevaarlijk. Het voormalige Russische Cultureel Centrum in de Afghaanse hoofdstad Kaboel was ooit bedoeld om de relaties tussen Rusland en Afghanistan te versterken. Begin jaren ’90 werd het een doelwit van de verschillende vechtende facties van de moedjahedien, die zich er jarenlang verschansten.

Het in de jaren ’80 in sovjetstijl opgetrokken pand, dat met behulp van een kinderblokkendoos lijkt ontworpen, zit vol met gaten van beschietingen. Tot midden vorig jaar diende het gebouw vooral als toevluchtsoord voor de duizenden drugsverslaafden in Kaboel.

Het gebouw staat nu leeg, maar de grond ligt bezaaid met puin, glasscherven, zilverpapiertjes, sigarettenpeuken en injectiespuiten. De catacomben stinken als een open riool, en stukken plastic wapperen voor de ramen.

Door grote granaatgaten in de muren vallen bundels licht, die de duisternis enigszins verjagen. Bij het schijnsel gebruikten de verslaafden hun drugs, met injectiespuiten of door de dampen in te ademen. Dagelijks stierven hier mensen aan overdoses of uitputting.

Door de grote toeloop van verslaafden – en omdat Moskou het gebouw terug wil – is het Russische Cultureel Centrum medio vorig jaar door de politie ontruimd. Het grootste deel van de 600 tot 800 verslaafden in het gebouw is overgebracht naar een opvangcentrum elders in de stad, waar zij onderdak krijgen en eventueel een afkicktherapie kunnen volgen.

In heel Afghanistan, dat ruim 25 miljoen inwoners telt, zijn volgens een schatting van het UNODC – het anti-drugs- en anti-misdaadbureau van de Verenigde Naties – zeker een miljoen drugsverslaafden. Het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken houdt het zelfs op twee miljoen gebruikers, die makkelijk en relatief goedkoop aan hun drugs komen. Het UNODC becijferde dat Afghanistan met meer dan 90 procent wereldwijd de grootste producent is van opium.

Alleen al in Kaboel zijn naar schatting 50.000 tot 60.000 drugsverslaafden. De meesten gebruiken opium, of het zeer destructieve opiumderivaat heroïne. De afgelopen jaren is het drugsgebruik in Afghanistan hand over hand toegenomen. Niet alleen onder mannen. Ook vrouwen en zelfs kinderen zijn verslaafd.

Veel verslaafden hebben hun gewoonte niet in Afghanistan zelf opgedaan, maar in de buurlanden Pakistan en Iran waar zij jaren geleden door het oorlogsgeweld naar toe zijn gevlucht. De gewoonte om heroïne te spuiten hebben zij vaak hier opgedaan. De risico’s zijn groot. Niet alleen door overdoses; velen delen hun naalden waardoor ook het aantal hiv-besmettingen toeneemt.

In de opvangkampen in Iran en Pakistan was hun situatie vaak al uitzichtloos door gebrek aan werk en opleiding. Na hun repatriƫring naar Afghanistan bleek dat ook daar weinig mogelijkheden zijn om een bestaan op te bouwen.

„Als ik brood wil eten moet ik iedere dag werken, maar nu ik verslaafd ben hoef ik dat maar eens in de drie dagen te doen”, vertelt de 42-jarige Barialay Haji, die met ’werken’ bedelen op de markt bedoelt. Door goedkope heroïne te gebruiken neemt zijn hongergevoel af en hoeft hij minder vaak te bedelen. Andere verslaafden zeggen wel te willen afkicken, maar zeker te weten dat ze terugvallen in hun verslaving zo gauw ze zonder toekomstperspectief weer op straat terechtkomen.

Nejat en Wadan, twee organisaties die samenwerken in het nieuwe Centrum voor Drugsbehandeling en Rehabilitatie in Kaboel, trekken zich hun lot aan. Het midden vorig jaar geopende centrum heeft een nachtopvang voor gebruikers en honderd bedden voor mensen die willen afkicken. Verslaafden verblijven er ruim zes weken voor een zogeheten ’detoxificatie’-programma, en leren ook hoe zij kunnen terugkeren in de maatschappij zonder opnieuw verslaafd te raken. Ook heeft het centrum een werkgelegenheidsproject voor ex-verslaafden.

Het centrum draait nu op donaties van de Internationale Organisatie voor Migratie IOM en enkele andere organisaties. Het Afghaanse ministerie van gezondheid stelde een vervallen maar inmiddels opgeknapte fabriek – Jangalak genaamd – ter beschikking.

Nejat heeft een lange ervaring met de behandeling van drugsverslaafden. Het begon in 1991 met een eerste behandelcentrum in Pakistan, en opende in 2003 een kleine vestiging met 45 bedden in Kaboel.

Sinds vorig jaar mei zijn ruim 400 verslaafden geholpen met afkicken. De directeur van het centrum, dr. Tariq Suliman, erkent dat het grote probleem is hen ’schoon’ te houden. Hij schat dat het slechts een kwart van de afgekickte verslaafden lukt om definitief van de drugs af te blijven, vooral door gebrek aan werk.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />