Overheid moet wikken en wegen tussen bescherming van privacy en veiligheid van vliegtuigpassagiers. De scan ziet explosieven die nu niet worden opgemerkt.
Na een mislukte aanslag op een vlucht van Amsterdam naar Detroit met Kerst voert het kabinet de bodyscan op Schiphol versneld in, gesteund door een grote meerderheid in de Tweede Kamer. Maar er klinkt ook radicale kritiek, uit angst voor aantasting van de privacy zoals van D66-EuroparlementariĆ«r Sophie in ’t Veld. Die lijkt bij sommige sympathisanten door te slaan. Alles wat maar enigszins een inbreuk op de privacy kan vormen, wordt resoluut afgewezen. Van de bodyscan wordt een karikatuur gemaakt: met de ’naakscanner’ kan ’de overheid straks door onze kleren heenkijken’. Volgens deze critici moeten we gewoon zorgen dat overheidsorganisaties beter samenwerken en informatie delen. Daarmee wordt voorbij gegaan aan het feit dat het vastleggen en wereldwijd delen van informatie over personen ook een privacyvraagstuk is.
Feit is dat de beveiliging in de luchtvaart allesbehalve waterdicht is. Als ik op reis ga, neem ik voor mijn fotocamera vaak een klein statiefje mee. Op iedere luchthaven in de wereld haal ik dat uit mijn tas en leg het in een open bakje op de band zodat de bewakers het kunnen zien. Anders weet ik zeker dat mijn tas leeg moet. Op Schiphol laat ik het altijd in mijn tas zitten. De beveiliging is er nog nooit op aangeslagen.
Wie weet wat iemand anders dan kan meenemen? Ik verkeer ook niet in de veronderstelling dat het verbod om flesjes vloeistof met een inhoud van meer dan 100 milliliter echt bijdraagt aan onze veiligheid in de lucht. Ook kleine hoeveelheden van de juiste vloeistof kunnen grote schade veroorzaken. Dat is zo’n niet-effectieve maatregel, die hoogstens bijdraagt aan het ’veiligheidsgevoel’. Ook het uittrekken van je schoenen op Amerikaanse luchthavens is een symbolische maatregel.
Ook terroristen gaan met hun tijd mee en spelen in op nieuwe veiligheidsmaatregelen door nieuwe methoden te ontwikkelen. Abdulmutallab wist dat het explosieve materiaal op zijn lichaam niet gevonden zou worden. En hij is niet de enige. Ik vind dat niet echt een geruststellende gedachte als ik straks op 32.000 voet zit op weg naar mijn volgende reisbestemming.
Natuurlijk kan de samenwerking tussen instanties in de veiligheidsketen altijd beter. En natuurlijk is het zorgwekkend om te constateren dat de Nigeriaan al voor de mislukte aanslag bekend was bij de Amerikaanse autoriteiten. Maar dat is nu precies het hele punt: Ć”ls iemand die van plan is een aanslag te plegen al ergens ter wereld bij de autoriteiten bekend is, willen we er dan echt op vertrouwen dat die informatie precies op het goede moment op precies de goede plek is en dat degene die er dan kennis van neemt precies de goede beslissing neemt? Laten we niet naïef zijn.
Zelfs privacyfighter Sophie in ’t Veld is genuanceerder dan een deel van haar achterban. Na de mislukte Kerstaanslag zei ze dat het natuurlijk van belang is om te zoeken naar methodes die zo min mogelijk inbreuk maken op de privacy. Maar, voegde ze eraan toe: „We moeten natuurlijk wel voldoende maatregelen nemen zodat we de technologische vooruitgang die terroristen boeken kunnen bijhouden.”
Ik wil niet wachten op een geslaagde aanslag met slachtoffers voordat we effectieve veiligheidsmaatregelen nemen. Honderd procent veiligheid bestaat niet, maar ook fysieke beveiligingsmaatregelen zullen nodig zijn om dreigingen het hoofd te bieden. Zoals de bodyscan die explosieven traceert die met de huidige poortjes niet worden opgemerkt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.