Zonder dat we het doorhebben, worden we steeds asocialer, verkondigt Sire in de campagne ’onbewust asociaal’. Maar is dat wel zo? Is onze moraal zoek? Eerste deel van een tweeluik over de zoektocht naar de moraal van Nederland. Vandaag: de theorie.
Woedend zijn we op de exorbitante bonussen in het bedrijfsleven. Hebben we dan niets geleerd van de kredietcrisis? We ergeren ons aan het meisje dat twee stoelen bezet houdt in de bus, voor haarzelf en haar tas. Vroeger, roepen we, stonden we nog op voor ouderen. Uit Nipo-onderzoek blijkt dat Nederlanders het algemene verval van normen en waarden als een van de grootste problemen in de maatschappij zien.
Is er sprake van moreel verval?
Theoloog en filosoof Paul van Tongeren vindt van niet: „Ik denk dat elke tijd en cultuur onzeker is over het morele en die onzekerheid uitdrukt in termen van ’vroeger was het beter’. Het paradijsverhaal is het eerste voorbeeld, het refrein. Toen was alles nog duidelijk. Sinds we uit het paradijs zijn, weten we het niet meer. Ik vind dat positief. Als we niet vinden dat we iets kwijt zijn, zouden we niet geïnteresseerd zijn in de moraal. Ik zie een enorme interesse in de moraal, vooral in de deugden, bijvoorbeeld in het aanbod van symposia en boeken.”
Ook filosoof Edith Brugmans ziet geen morele verloedering: „Er is een soort dishype gaande, gevoed door de media. Zij spelen in op sentimenten, kweken onvrede door negatieve beelden over het gebrek aan fatsoen te verspreiden.”
Theoloog Theo Boer: „Ik wil in al dit optimisme een tegengeluid laten horen. Er is ook reden voor een profetische ongerustheid. Waardevolle cultuurelementen zoals respect en tolerantie dreigen naar de haaien te gaan. De samenleving is ruwer geworden. Fysiek en verbaal geweld nemen toe. Mensen grijpen vaker naar juridische instrumenten, zijn banger geworden voor elkaar. Twintig jaar geleden noemden we die proceduralisering typisch Amerikaans, nu is het hier ook.”
Van Tongeren: „Dat wil niet zeggen dat de moraal weg is. Hoeveel mensen voelden zich in de jaren vijftig niet ellendig? De generatie van mijn ouders kon niet doen wat ze wilde, moest op een lager niveau werken. Als we de moraal van verschillende tijden willen vergelijken, zouden we als een soort God boven onze tijd moeten gaan staan.”
Boer: „De protestant in mij gelooft in een moraal die boven het subject uitstijgt. Die komt uit de Bijbel, natuur, rede, intuïties of maatschappelijke conventies. De ene moraal kun je humaner noemen dan de ander.”
Van Tongeren: „Je moet oppassen dat je een moraal niet identificeert met dé moraal. Bendes in de Bijlmer hebben ook een moraal. Als je de moraal van je ouders beschrijft als dé moraal en zegt dat die zoek is, kan dat kloppen, want die generatie is overleden.”
Wat is volgens u dan dé moraal?
Brugmans: „Moraal is het besef van goed en kwaad en het handelen daarnaar. Niets moeilijks. Ik denk dat iedereen onmiddellijk in grote lijnen kan invullen wat het is.”
Boer: „Voor mij heeft moraal te maken met offerbereidheid. We praten in de westerse samenleving dan wel veel over de moraal, maar het mag ons niets meer kosten. Het gaat steeds meer om eigenbelang. Ik vind het alarmerend hoe ongemanierd politici met elkaar omgaan.”
Brugmans: „Je kunt ook zeggen dat het mooi is dat er nu minder vormelijkheid is, dat mensen van allerlei leeftijden en niveaus met groter gemak met elkaar om kunnen gaan.”
Boer: „Natuurlijk zijn er goede voorbeelden, maar ook veel slechte. Laat ik Wilders en de reacties op hem noemen. Ik vind het alarmerend dat veel Nederlanders ongenuanceerd uitdragen dat ze tegen moslims zijn, op de man spelen. Er is weinig echte oppositie tegen.”
Naast de politieke verruwing wordt de kredietcrisis vaak genoemd als gevolg van gebrek aan moraal. Zegt de crisis iets over onze moraal?
Brugmans: „Dat sommigen niet correct handelen terwijl ze weten hoe het hoort, heeft te maken met eigenbelang, winstbejag en mee willen doen aan een bling-bling-cultuur.”
Van Tongeren: „Toch is het hoopvol dat de crisis als morele crisis wordt gezien. Minister Bos zei destijds meteen: ’Dit is nog meer een morele dan een financiële crisis.’ We lijken moreler dan ooit.”
Moreler?
Van Tongeren: „Ja. De crisis is minstens deels ontstaan door verschillen in de betalingsbalans tussen Amerika en China. Dat verander je niet door morele bekering. Sommigen zeggen dat de crisis ten dele juist is veroorzaakt door de moraal. Banken zouden elkaar te veel hebben vertrouwd, subprime hypotheken zouden zijn ontworpen om arme mensen te helpen.”
Boer: „De kredietcrisis wordt als moreel probleem overschat. De klimaatcrisis werd ook al tot morele crisis benoemd, door Al Gore. Mensen zoeken altijd naar de schuldige. Wat mij stoort, is het optimisme dat de kredietcrisis zal leiden tot een nieuwe moraal. Er zal heel weinig veranderen omdat mensen en bedrijven nu eenmaal uit zijn op winst.”
Brugmans: „Voordat je gaat roepen in termen van schuld en graaicultuur, is meer kennis nodig, zoals over de betalingsbalans. Dat mis ik in het debat.”
Wat zegt het over onze samenleving dat er zo snel over gebrek aan moraal wordt gesproken?
Brugmans: „We maken enorme ontwikkelingen door, zoals globalisering, individualisering en milieuethiek. Oude patronen en verbanden zijn weggevallen. De bevolking groeit hard. Mensen weten niet hoe ze zich met die ontwikkelingen moeten verhouden. Ze moeten het alleen uitzoeken, worden onzeker. In die onwetendheid is de gedachte ontstaan dat we normen en waarden zijn verloren.”
Boer: „Een oorzaak is ook dat onze samenleving pluraal is geworden, de georganiseerde religies zijn teloorgegaan. Dat we meer verschillen in afkomst en religie zorgt ervoor dat er over moraal steeds minder consensus bestaat. Dan kan het niet anders dan dat je in morele kwesties procedureler gaat denken, in fatsoennormen en wetjes. Dan krijg je een smalle cascomoraal die voor iedereen verplicht is. Die heeft met het goede leven – de brede moraal – niets meer te maken.”
Van Tongeren: „Het verdwijnen van onze homogene, christelijke identiteit heeft ook voordelen. We kunnen niet meer doen zoals we altijd deden, het dwingt ons tot nadenken.
„Het problematische van een plurale samenleving is dat we het heel vaak niet met elkaar eens zijn. Het gevaar is dat we proberen een nieuw soort quasireligie in te stellen, de religie van het respect of de tolerantie bijvoorbeeld. Een nieuwe overkoepeling die maakt dat we het weer met elkaar eens zijn, want dat zijn we gewend. We moeten morele perspectieven juist met elkaar laten botsen, uiten, cultiveren.”
Velen hebben geen enkele behoefte aan pluraliteit, ze zitten liever met gelijkgestemden.
Van Tongeren: ,,Een gevaar is dat je terug wilt naar de paradijselijke situatie waarin iedereen het eens was. Daar zijn Wilders en sommigen binnen het CDA een voorbeeld van. Een tweede gevaar is doen of er geen echt probleem is en zeggen dat een pragmatische oplossing volstaat. Dat zie je bij D66 en VVD. Beide kampen ontkennen de eigenheid van onze situatie. We zijn nu eenmaal pluraal, we hebben allerlei geschiedenissen en culturen in ons verzameld.”
Normen en waarden zijn een populair discussieonderwerp. Minister-president Balkenende gaf hiervoor in 2004 de aftrap. Hoe is het debat tot nu toe gevoerd?
Boer: „Het is een wat verzuurd debat. Alsof je in een slecht huwelijk zit en zegt: ’We moeten praten want de jeu is eruit’. Dat alleen al zegt dat de jeu eruit is. De moraal moet iets zijn waar je warm voor loopt, een feest om over te praten. Zijn er voldoende fora waar niet tobberig wordt gedaan over de moraal? Groeien er in Nederland niet hele groepen op zonder positief over moraal te spreken?”
Van Tongeren: „Nieuw is dat de overheid dit debat oppakt. Zo organiseerde ze een normen- en waardendebat in de Ridderzaal tussen alle geledingen van de samenleving. Maar zoiets werkt alleen als het elders, op scholen en bedrijven, wordt opgepikt.”
Boer: „Vertilt de overheid zich niet aan dit debat? Zo’n debat vereist een vertrouwelijke en geborgen omgeving, had niet voor niet plaats in levensbeschouwelijke gemeenschappen, politieke partijen, kranten en verenigingen.”
Brugmans ziet veel vocabulaire onmacht. „Morele woorden als pijn en offer hoor ik niet vaak meer. Ik hoor wel: ’Dat moet toch niet kunnen.’ Wat bedoelen mensen daarmee? Welk verhaal hoort daarbij? Het is belangrijk dat mensen met elkaar over moraal praten, omdat moraal tussen mensen ontstaat.’’
Wat voor moraal heeft onze plurale samenleving nodig? Wie moet die overbrengen?
Van Tongeren: „Enerzijds moeten minimale spelregels worden versterkt en gehandhaafd. Anders eroderen ze. Een regel is dat je de ander niet in zijn integriteit mag aantasten, hem niet mag hinderen in zijn vrijheid, zoals hij jou daarin niet hindert. Nederland heeft de handhaving een tijd verwaarloosd. Door die pluralisering wisten we niet meer of die regels nog wel golden, want anderen vonden ze niet meer nodig. Anderzijds moeten mensen weer worden uitgedaagd om hun eigen maximale waarden en idealen te formuleren en te cultiveren.
„Toen ik bijvoorbeeld met docenten in het voortgezet onderwijs werkte aan morele vorming, ontdekte ik dat zij zelf niet meer weten waar zij voor staan. Als je hebt afgeleerd je morele overtuigingen te uiten, heb je niets meer over te brengen.
„Langere tijd dacht ook ik dat je iedereen zelf moet laten ontdekken wat hij vindt, maar opvoeders zijn ervoor om kinderen, leerlingen, studenten uit te dagen en voor te gaan. Anders verschuil je je achter je eigen onmacht. Uiteindelijk bleek dat de docenten een mening hadden, maar die niet naar voren brachten, uit angst iets op te leggen.”
Boer vindt levensbeschouwing de aangewezen instantie om ’het goede leven’ aan de man te brengen.
Van Tongeren reageert: „Religie heeft nauwelijks nog iets te zeggen. Dan geef je de zwakste partij een taak die zo hard nodig is.”
Boer: „Ik vind levensbeschouwelijke tradities waardevol omdat daar de morele verhalen worden bewaard en doorverteld. Soms ontdek je daar waarden die je moet afstoffen. In onze tijd is dat de offerbereidheid.”
Van Tongeren knikt: „Levensbeschouwingen als christendom, humanisme en islam zouden met elkaar kunnen wedijveren om te laten zien wat hun kwaliteit is.”
Brugmans: „Bij pluraliteit is het besef belangrijk dat je al belangrijke waarden deelt, zoals gelijkwaardigheid, vrijheid van meningsuiting en democratie. Misschien moet er meer ruimte komen tussen religie en moraal, dat er een opening naar mystiek komt. Dan hoef je niet te denken: als ik seculariseer, ben ik mijn wortels kwijt en is mijn moraal op drijfzand gebouwd. De zekerheden van een bekend patroon kwijtraken, is niet alleen maar armoe.”
Brugmans ziet kennis als instrument om onvrede en onzekerheid weg te nemen, zoals in de discussie over de kosten van een migrant. Die dreigt van morele aard te worden, gericht tegen moslims. Brugmans: „Zeer zorgelijk, maar waar zijn de personeelsfunctionarissen van DSM, Corus of Unilever die ons vertellen wat hun buitenlandse werknemers en werknemers in het buitenland ons opleveren? Dan gaan mensen genuanceerder denken in plaats van morele etiketten plakken.”
Boer: „Ik vind dat je vooral moet kijken naar waar jezelf in gebreke bent gebleven. Met zelfkritiek los je de crisis en het immigratiedebat niet op, maar worden ze hanteerbaarder. Veel mensen zien zichzelf als slachtoffer in plaats van medeverantwoordelijk. Dat is funest voor engagement. Jack van Gelder zei eens in een interview dat hij normen en waarden mist in de samenleving. Hij noemde iemand die geen voorrang gaf bij een rotonde. Pas na doorvragen vertelde hij dat als reactie zijn middelvinger had opgestoken. Zo komen normen en waarden nooit van de grond.”
Van Tongeren knikt: „Kijk niet alleen of je je aan de regels houdt, de smalle moraal. Dan ben je vergelijkbaar met een voetballer die alleen maar oppast dat hij niet buitenspel staat. Je wordt pas een goede voetballer als je in staat bent iets virtuoos te doen. De brede moraal is dat je iets moois en groots realiseert.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.