Principes vormen de basis voor juist handelen. Meer regeltjes verminderen het verantwoordelijkheidsbesef.
’Wij zijn de tijd: zoals wij zijn, zo is de tijd.” Dat schreef kerkvader Augustinus meer dan anderhalf millennium geleden al. Het zijn wijze woorden, die iedereen oproepen verantwoordelijkheid te nemen voor de wereld om zich heen. Ook in een tijd van crisis.
Een ingrijpende crisis –een van de grote onderwerpen van 2009– riep de vraag op waar het systeem heeft gefaald. Dat is terecht. Maar ook deze crisistijd is onze tijd. Iedere dag opnieuw geven mensen met hun doen en laten zelf invulling aan het systeem van wetten, regels en toezicht. Hoe je dingen doet, dat telt.
Het is zaak oog te hebben voor de lange termijn, het belang van de ander en de speciale verantwoordelijkheden die horen bij ieders functie of plek in de samenleving. Eigen keuzes van nu werken door, verder dan we ons vaak kunnen voorstellen.
Wanneer ik achterom kijk en 2009 overzie, dan valt me op dat economie en moraliteit steeds sterker met elkaar worden verbonden. Dat gebeurt in de politieke arena, maar ook bij discussies thuis, op school en in allerlei publieke fora. Het gedrag van mensen met economische macht is scherp onder de loep genomen. Economie blijkt mensenwerk. En waar mensen werken ontstaat veel moois, maar gaan ook dingen mis.
De kredietcrisis heeft de wereld geconfronteerd met de gebreken van het economische systeem. Maar hij is ook het gevolg van menselijk falen. Onze waarden en normen zijn in deze tijd steeds meer een onderwerp van zorg. Door schaalvergroting, globalisering en individualisering zijn de effecten van gedrag op anderen minder zichtbaar en voelbaar. Het morele kompas blijkt daardoor soms minder gevoelig.
De Amerikaanse socioloog Etzioni meent dat het normbesef te wensen overlaat. Het is tijd voor een heroverweging. „ Het moment is aangebroken voor een moreel debat wat een goede samenleving inhoudt”, zegt hij in de WRR-publicatie Aftershocks. Economic crisis and institutional change (2009).
Een moreel debat kan helpen keuzes te maken. Weloverwogen, scherpe keuzes. Complexe keuzes. Keuzes die de wereld van morgen bepalen.
Naast openheid en dialoog is sturing nodig om tot de juiste keuzes te komen. Dat vraagt om moreel leiderschap. Van oudsher ligt ook hier een taak voor de overheid. Maar ik zou deze taak op een manier invulling willen geven die recht doet aan gezamenlijke verantwoordelijkheden. Overheid, bedrijven en burgers kunnen elkaar steeds op die verantwoordelijkheden aanspreken.
Enkel vertrouwen op regels en financiële prikkels door de overheid is niet voldoende. Versterking van het toezicht is nodig, maar dat betekent niet noodzakelijkerwijs meer regels. Wanneer we organisaties overstelpen met regels en voorschriften maken we bestuurders en werknemers eerder minder dan meer bewust van de gevolgen van hun keuzes. ’Wat mag moet kunnen’, wordt dan al snel de moraal.
Ook financiële prikkels kunnen ten koste gaan van de motivatie van mensen om uit zichzelf goed te doen. Als opa en oma een financiële vergoeding van de overheid krijgen voor de opvang van de kleinkinderen zijn ze dan nog wel geneigd om zomaar in te springen? Er wordt minder bloed gedoneerd wanneer er een financiële vergoeding tegenover staat. Het blijkt ’lucratiever’ een beroep te doen op de morele plicht. Iets soortgelijks gebeurt bij kinderdagverblijven, waar boetes voor te laat komen juist het effect hebben dat ouders hun kinderen te laat komen halen. Zij kopen het simpelweg af.
Het is verstandiger zoveel mogelijk te sturen op basis van principes. Dit sluit goed aan bij ons rechtssysteem. Begrippen als ’goede huisvader’ en ’goed koopmanschap’ regelen impliciet veel zaken. Leiding geven aan de hand van principes vergt echter een flinke dosis vertrouwen. Vertrouwen tussen de overheid en het bedrijfsleven, tussen de overheid en burgers, tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en burgers.
Sturen op basis van principes vraagt om openheid. Dat geldt voor de overheid, maar ook voor het bedrijfsleven (inclusief de financiële sector). Good governance is transparant over de bereikte resultaten en strategische keuzes voor de toekomst.
Codes zijn hier een belangrijk instrument, zoals de ’Code Banken’ die net is ingegaan. Bankiers hernemen hun maatschappelijke rol. Essentieel daarbij is dat zij hun verantwoordelijkheid kennen en nemen. Dit vraagt om moreel leiderschap. De Code kan alleen een succes worden als de mensen in de top van de banken het goede voorbeeld geven.
Datzelfde geldt breder voor corporate governance. Een bedrijf dient een breder belang dan enkel de winst op de korte termijn. Het gaat niet alleen om de aandeelhouders, maar om alle belanghebbenden. Zo wegen de belangen van werknemers, toeleveranciers, maatschappij en milieu ook mee.
Hier is moreel leiderschap vereist. Wereldwijd verbreden ondernemers hun horizon. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is een ingeburgerd begrip. Ook hier draait het om je verantwoordelijkheden kennen en nemen, vooruitzien en rekening houden met mensen die je niet kent en vaak ook nooit zult leren kennen. Omdat ze ver weg zijn, in ruimte en soms ook in tijd.
De overheid kent haar eigen verantwoordelijkheden, maar heeft ook als taak anderen op hun verantwoordelijkheid te wijzen.
Laten we op een meer bewuste manier invulling geven aan onze plannen voor de toekomst. Met oog voor de gevolgen van onze keuzes, op de korte én lange termijn. Zo komen we gelouterd uit de crisis. Zo nemen we onze verantwoordelijkheid. Want samen zijn we de tijd. Onze tijd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.