*

 

Van een buitenhuis een kazerne maken

Beatrijs Ritsema − 02/01/10, 00:00

Beste Beatrijs, Mijn neef nodigt mij en mijn vrouw enkele malen per jaar uit op zijn buitenverblijf in de Ardennen. Dat is een traditie van de afgelopen vijftien jaar. Het probleem is zijn vrouw.

  • Beatrijs Ritsema
    Beatrijs Ritsema

Alhoewel het maar om een weekend gaat, eist zij dat wij op het einde van ons verblijf het ganse huis van onder tot boven schoonmaken, zelfs de niet gebruikte kamers. Na afloop van deze arbeid controleert zij uitvoerig en met commentaar de kwaliteit van ons werk. Dit verplichte schrobben en boenen begint ons (70-plussers) steeds zwaarder te vallen. Net zomin als wij kan en durft mijn neef op te treden tegen de schoonmaakobsessie van zijn vrouw. Hun kinderen hebben ook reeds vergeefs getracht haar aan te sporen betaalde hulp ter plaatse te zoeken. Financieel zou dit voor hen geen enkel probleem betekenen en wij zouden uiteraard graag bijdragen aan de kosten. Want wij houden van de omgeving en voor mijn sympathieke neef zou het een ramp zijn indien wij zouden stoppen met deze Ardennen-weekendjes.

Corvée voor logées

De echtgenote van uw neef is een carrière als sergeant in het leger misgelopen. Zij lijkt geknipt voor het drillen van weerspannige rekruten. Spijtig voor haar beschikt ze slechts over een buitenhuis en niet over een kazerne. Om logées van nota bene 70-plus te onderwerpen aan het regime van een werkkamp is buitengewoon ongastvrij, om niet te zeggen volslagen idioot. Eigenlijk is uw neef degene die hier paal en perk aan moet stellen. Dit is geen manier van doen en het is treurig dat hij blijkbaar zo onder de plak van zijn vrouw zit dat hij geen eind kan maken aan deze absurde gang van zaken. Ik raad u aan om bij het volgende logeerweekend van tevoren te overleggen met de vrouw des huizes. Kondig haar aan dat u graag komt, maar dat u de schoonmaakdienst niet meer gaat volbrengen. U bent er te oud voor, u bent er niet meer toe in staat en u hebt er geen zin meer in. Bied haar aan om het af te kopen. Stel dat het schoonmaken vijf uur in beslag neemt, bied haar dan 75 euro aan, waarvoor ze een schoonmaakhulp kan inhuren de dag daarna. Als ze uw bod afwijst en vasthoudt aan de dwangarbeid, is dat jammer, maar dan ziet u af van verdere logeerpartijtjes. Laat dat duidelijk zijn voor haar. Ga in dat geval gezellig in een hotelletje in de buurt zitten en maak overdag afspraken met uw neef voor wandelingen of toeristische excursies.

Beste Beatrijs,

Sinds enkele weken ben ik oma van een Chinees kindje dat mijn zoon en schoondochter na lang wachten tot hun vreugde konden adopteren. Wanneer ik vertel over mijn geadopteerde kleindochter, gebeurt het wel eens dat mensen mij in meer of minder bedekte termen vertellen dat kinderen beter in hun eigen cultuur kunnen worden opgevangen. Gisteren nog kreeg ik dat van een vriendin te horen die omstandig ging uitleggen dat zij geld gaf aan een hulpproject voor kinderen, zodat die kinderen in hun eigen land een toekomst hebben. Iedereen heeft natuurlijk recht op een mening over dit onderwerp, maar het ligt er nogal aan tegen wie je die mening op welk moment ventileert. Mijn moment was het niet. Ben ik overgevoelig?

Subtiel terechtgewezen

Het is ten enenmale ongepast om ouders of grootouders van een geadopteerd kind (of nog erger: het geadopteerde kind zelf) te gaan doorzagen met gemakzuchtige opinies over hoe het probleem van weeskinderen in derdewereldlanden idealiter opgelost dient te worden. Met dergelijke colleges bederven uw kennissen uw blijdschap met uw nieuwe kleinkind, terwijl zij zich tegelijk voordoen als moreel hoogwaardiger personen, die de belangen van weeskinderen beter dienen dan uw zoon/schoondochter. Onmiddellijk in de kiem smoren, zo’n riedel! Zeg tegen uw kennis: ‘Goed van je om geld aan ontwikkelingslanden te geven! Mijn zoon, schoondochter en ikzelf zijn heel gelukkig met ons adoptiekindje en ik weet zeker dat zij een liefdevolle opvoeding zal krijgen met alle kansen om zich volwaardig te ontplooien. Tot ziens maar weer’, waarna u zich ijlings uit de voeten maakt.

Beste Beatrijs,

Ik ben een op sommige punten wellicht wat ouderwetse man van 57. Ik heb een goede vriend met twee heftig puberende zonen van 15 en 17, die ik al sinds hun geboorte ken. Als ik daar op bezoek kom, groet ik de jongens altijd. Ze groeten niet terug, ze kijken mijn kant niet op, er kan zelfs geen misnoegd knorgeluidje vanaf. De ouders schijnen er niet zo mee te zitten, ze corrigeren dit gedrag althans niet, maar het stoort mij. De vorige keer wist ik een snedige opmerking (’Ha! Die onzichtbaarheidspil heeft toch gewerkt!’) nog tijdig in te slikken. Ik weet dat het niet mijn taak is om ze op te voeden, ik vraag me alleen af of ik hier toch iets van kan zeggen.

Onzichtbare entrée

Heel vervelend inderdaad! Ook heel merkwaardig dat de ouders niet even corrigerend ingrijpen. Het is lastig voor u als bezoeker om hier iets over te zeggen. Je verzeilt al gauw in stekeligheden als „Zeggen we tegenwoordig geen ’Hallo’ meer?” Uw snedige opmerking over de onzichtbaarheidspil is op zichzelf wel grappig, maar het is de vraag of bokkige tieners de hint zullen vatten en of het gewenste leereffect zal optreden. Het beste lijkt mij om, zodra u hen in het vizier krijgt, op hen af te lopen en hen lichtelijk ostentatief te begroeten, waarbij u hun naam noemt: „Hé, Dirk-Jan! Hoe is het?”, „Hallo, Quirijn! Alles goed?” Zo dwingt u een respons af. Steek uw hand erbij uit, zodat ze die kunnen schudden. Ze moeten wel van heel bokkigen huize komen, willen ze een uitgestoken hand negeren. Als ze desondanks nog steeds doen alsof u lucht bent, is het moment daar dat u kunt vragen: „Wat is er aan de hand? Heb ik iets misdaan of zo?”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />