*

 

Toprestaurants kunnen niet op tegen die ene ton met griesmeelpap

Karin Luiten − 02/01/10, 00:00

„Nederlandse militairen krijgen bij hun rantsoen maaltijdblikken van Struik. Tijdens mijn mariniersopleiding kregen wij erin gestampt dat je die blikken opwarmt met behulp van een esbitje (opvouwbaar brandertje met brandstofblokje).

Dat doe je dan dus ook. Vooral blijven roeren, anders brandt het aan. Op een beurs, jaren later, ontmoette ik toevallig iemand van Struik. Toen ik hem vertelde van mijn diensttijd en hoe wij zijn blikken opwarmden (en verbrandden) viel zijn mond open van verbazing. ’Man! Die blikken moet je au bain marie verwarmen. Wist je dat dan niet? Je kookt water in je canteen cup. Daar gooi je dat blik in en als het water kookt, is je eten heerlijk warm (zonder kans op verbranden) en heb je tegelijk heet water voor koffie, thee of chocola. Juist hartstikke handig.’

Wat hebben wij lopen etteren met die rotblikken. Terwijl het achteraf juist handige blikken bleken te zijn. Alleen: wij wisten het niet.

Voor mij dus weinig culinaire heimwee naar mijn diensttijd. Of nee, wacht even. Het gebeurde tijdens een zware periode waarin we fysiek en mentaal werden afgebeuld. Dag en nacht waren we in touw. Koud, nat en onzeker over wat er ging gebeuren. Na weer zo’n doorwaakte nacht vol kaart- en kompasoefeningen waren we moe, ellendig en hongerig. Totaal onverwacht stond daar plotseling, helemaal uit het niets, een gamelle met dampend hete pap. Griesmeelpap, volgens mij. Wittig, met vlokken en een beetje zoetig. Wij konden onze mokken tevoorschijn halen en opscheppen. Die pap, dat was het lekkerste wat ik ooit heb gegeten. Dat zeg ik zonder aarzelen, terwijl ik sindsdien toch in vele rijkbesterde Parijse gelegenheden ben geweest.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />