Wie plantjes koopt om zijn tuin mee op te fleuren, krijgt daar plastic afval bij cadeau. De zwarte of bruine potjes die de kluit van de plantjes omhullen, verdwijnen immers meestal rechtstreeks in de vuilnisbak. Tot groot verdriet van marketingconsultant en tuinbouwexpert Vincent van Rijsewijk. "In de Nederlandse boomkwekerijsector gaan jaarlijks zo'n drie miljard plantenpotjes om. De meeste belanden in de vuilverbrandingsoven. Zonde, want als het plantje al lang dood is, dan had zijn plastic jasje gemaakt van olie theoretisch nog vijfhonderd jaar kunnen leven."
Toen Van Rijsewijk door een fabrikant van bioplastic op basis van aardappelzetmeel werd gevraagd om na te denken over nieuwe toepassingen voor zijn product, hoefde hij dan ook niet lang na te denken. Plantenpotjes van bioplastic die makkelijk afbreekbaar zijn en geen schaarse grondstoffen opslurpen, leken hem ideaal. Daar dachten de boomkwekers en pottenfabrikanten in eerste instantie anders over. "Men vreesde voor gedoe en extra kosten. Consumenten die ik peilde, waren wel razend enthousiast. 'Waarom zou je plastic gebruiken als er ook materialen zijn die je op de composthoop kunt gooien?' reageerde men."
Hoewel de sector dus niet stond te popelen, besloot Van Rijsewijk toch door te gaan met zijn groene plan. "De marketeer in mij zei dat dit een goed plan was. Nederland is wereldwijd tuinbouwland nummer 1, dan moet je ook op het gebied van duurzaamheid vooroplopen. Bovendien zijn buurlanden als Duitsland en Engeland meer met duurzaamheid bezig dan Nederland, dus kun je verwachten dat er vanuit die landen vraag komt naar milieuvriendelijke verpakkingen."
Met een aantal gelijkgestemde kwekers richtte hij drie jaar geleden de Vereniging Planty! op met als doel het rijp maken van de geesten in de sector voor bioplastic. Dankzij zijn contacten bij vakbladen - Van Rijsewijk werkte jarenlang als freelance journalist voor vakbladen in de tuinbouwsector - wist hij daarin de discussie over het gebruik van plastic op basis van aardolie aan te zwengelen. Met succes. Treeport, een vereniging van 170 boomkwekers, besloot zelfs aandeelhouder te worden van het bedrijf Planty! dat ging werken aan de ontwikkeling van de bioplastic plantenpot.
Aan de uitstalling van potjes die op Van Rijsewijks vergadertafel staan, is te zien dat het de nodige voeten in de aarde had voordat het ideale afbreekbare potje was gevonden. "Bioplastic kan niet boven de 110 graden worden verhit. Het voordeel daarvan is dat productie de helft minder energie verbruikt dan potjes op basis van aardolie. Het nadeel is dat het bioplastic niet genoeg verhit kon worden om in de smalle matrijzen van de gewone plastic potjes te persen." De oplossing werd eerst in een dikkere mal gezocht, maar dat zou te veel grondstoffen kosten. Uiteindelijk slaagde een matrijzenmakerij in Nieuwkuijk erin om een mal te maken waarin het wel lukte om een pot te fabriceren die ook in de potmachines van de kwekers past.
Op tafel staan ook potjes van papier, kokosvezel en rijstkaf. "We hebben ook naar andere bioplastics gekeken, maar aan al die materialen kleefden te veel nadelen. Ze waren of te duur of niet geschikt voor grootschalige productie. En maïs viel sowieso al af omdat dit vaak genetisch gemodificeerd is en ook als voedsel kan dienen. Het aardappelzetmeel dat we gebruiken, is wat dat betreft ideaal, het is niet meer geschikt voor consumptie, ook niet voor vee, en in een aardappelland als Nederland is het materiaal ruim voorhanden."
Eind dit jaar ligt het product waarschijnlijk in de schappen. Als de grote tuincentra tenminste hun bezwaar tegen de iets hogere prijs - het biopotje is een paar cent duurder dan een gangbaar potje - opzij willen zetten. Van Rijsewijk begrijpt niet waarom die daar moeilijk over blijven doen. "Het potje is maar tussen de 1 en 2 procent van de kostprijs van de plant en het is nu eenmaal zo dat consumenten meer groene eisen stellen. Daar moet je als sector op inspelen."
Van Rijsewijk denkt dat bioplastic de kroon op het werk van de Nederlandse tuinbouwsector kan worden. "De sector staat open voor innovatie en heeft de afgelopen jaren al veel geïnvesteerd in een groenere werkwijze, nagenoeg zonder chemicaliën. Van die
forse investeringen merkt de consument weinig omdat je ze niet kunt zien. Zo'n potje van bioplastic is een heel tastbare manier om te laten zien dat je een groen hart hebt."
Laat dat soort argumenten maar aan een marketeer over. Van Rijsewijk: "Wat mij vooral drijft, is de motivatie om mensen bewust te maken van het probleem met plastic afval en hun levenswijze te veranderen. Zo'n potje is daar een mooi middel voor. In het voorjaar is iedereen met plantjes bezig. Als je dan een potje met een biologo in handen hebt, zet je dat toch even aan het denken."
© 2013 - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.