De dicteetijger gaat voor de winst
De dicteetijgers in actie tijdens het Delfts Dictee. V.l.n.r.: Rein Leentfaar, Bert Jansen en ?dicteetor? Bill van Beusichem. © FOTO INGE VAN MILL
Dicteenomaden trekken van Breskens naar Deventer, Delft of Schiedam om aan lokale dictees mee te doen. Daar kapen ze alle prijzen weg. Voor hen is Het Groot Dictee der Nederlandse Taal het allerhoogste.
Aan de tafel van een Delfts etablissement zit een oudere, goed geklede heer, met ’platinablond haar’ (zegt ie zelf). Hij drinkt een maltbiertje, eet een licht verteerbaar hapje en bladert nog wat door zelf samengestelde lijsten met moeilijke woorden. Zoals mehari (dromedaris), wienerschnitzel (zonder hoofdletter) en pre-eclampsie (zwangerschapsvergiftiging, met koppelteken).
Om tien over zeven begint deze 61-jarige heer, Bert Jansen genaamd, onrustig te schuiven op zijn stoel. Want over twintig minuten begint het Delfts Dictee, waarvoor hij speciaal vanuit het Gooi naar de Prinsenstad is getogen. Zenuwachtig wil hij zichzelf niet noemen: „Het is eerder gezonde spanning”.
Jansen is een taalfanaat, een uitblinker op het gebied van spelling. Hij maakt deel uit van een klein groepje ’dicteenomaden’, die van Breskens naar Rijssen, Deventer, Schiedam of Hoorn reizen om aan dictees mee te doen. Daar kapen ze alle prijzen weg, die volgens Jansen overigens niet meer behelzen dan ’een warme hand en een fles wijn’.
Ze zijn zó goed, deze dicteemannen, dat ze in plaatsen als Papendrecht, Almere en Zeewolde worden geweerd. Want voor de locals is er geen lol meer aan als neerlandicus Jansen uit Bussum, oud-wethouder Rein Leentfaar uit Breskens en bioloog Pieter van Diepen uit Leiden de zaal binnenkomen. „Als we met z’n drieën zijn, grappen we: ’Wie zou er vierde worden?’”, zegt Jansen.
Delft heeft een andere, sympathiekere manier bedacht om deze excentriekelingen onschadelijk te maken. „Wij hebben ze gewoon een eigen tafel en een aparte prijs gegeven”, zegt organisator Margriet van Bebber. Zo kunnen de ’dicteetijgers’, zoals ze op deze avond heten in Delft, toch gewoon meeschrijven.
Dat valt niet mee, zoals verwacht, want dit dictee is geschreven door Pieter van Diepen, een van de nomaden dus. „Het wordt pittig”, wist Jansen al van tevoren. En inderdaad: zelfs de tijgers kreunen onder zinnen als ’Lawaaiig en gestrest sms’end verbeiden giechelige bakvissen de entree van hun hiphopidolen. Quasinonchalant zien chaperonnerende pa’s de tête-à-têtejes aan. De seksuele revolutie en safe sex, dat is voor hen een déjà vu.’
Het voorlezen van het dictee is het eerste ’magische moment’ van de avond, zegt taaltijger Jansen. Het tweede breekt aan na de pauze, als de winnaars bekend worden gemaakt. De beste ’gewone’ deelnemer heeft achttien fout. Van de nomaden is de Haarlemse belastingadviseur Bill van Beusichem, alias ’de dicteetor’, vanavond superieur. Hij had vier fout, Jansen en Leentfaar ieder elf.
Die score is ietwat teleurstellend, vindt Jansen: „Maar ja, you win some, you lose some.” En hij maakt liever een moeilijk dictee dan één dat door slordige amateurs in elkaar is geflanst. Of een dictee vol lokale eigennamen, zoals onlangs in Wageningen. Daarin maakten Leentfaar en Jansen elk zo’n dertig fouten, doordat ze de namen van plaatselijke politici, bedrijven en straten niet kenden.
Het Groot Dictee der Nederlandse Taal, dat vanavond uitgezonden wordt, is voor de nomaden het allerhoogste. Jansen wist eenmaal, in 1997, door te dringen tot de Eerste Kamer, waar het dictee traditiegetrouw wordt voorgelezen. „Ik had vijf fout, ik was de beste Nederlander, maar ja, ik had vijf Belgen voor me.”
Vanwege het beperkte aantal plaatsen in Den Haag moeten de dicteenomaden zich vanavond thuis voor de tv behelpen. Al maakt Van Diepen het dictee liever tijdens een georganiseerde ’meeschrijfsessie’ in Zevenbergen, met een grootscherm en mensen die van zijn prestatie kunnen getuigen. Want stel nou dat hij minder fouten maakt dan de officiële winnaar? „Dan kan ik dat zo tenminste bewijzen.”
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
Hoe word je een dicteenomade?
Veel mensen vinden taal wel leuk, weet Bert Jansen, docent Nederlands en redacteur van lespakketten. „Maar ze laten er weinig voor schieten.” Een ’dicteenomade’ doet dat wel: die zegt verjaardagen af om in Deventer of Harlingen aan een lokaal dictee mee te doen.
Behalve een ’meer dan gemiddelde belangstelling voor taal’ moet de dicteenomade ook over competitiedrang beschikken. „We willen allemaal winnen”, zegt Jansen. „Ook van elkaar.”
De dicteenomaden helpen elkaar wel. Ze wisselen bijvoorbeeld hun lijsten met moeilijke woorden uit. Die stellen ze samen uit de Dikke van Dale, die Jansen van A tot Z doornam: „Het zijn maar 4500 pagina’s, als je er tien per dag pakt, ben je al een heel eind.”
Om al die moeilijke woorden te onthouden, maakt hij gebruik van zijn eigen geheugentechniek’: „Ik verzin ezelsbruggetjes. Ik maak in mijn hoofd een web van woorden die met elkaar in verband staan”.
Geen Belg, maar Bliek
De twintigste editie van het Groot Dictee der Nederlandse Taal is geschreven door Gerrit Komrij en wordt als vanouds voorgelezen door Philip Freriks. Meeschrijven kan: vanavond voor de tv, 20.30 uur, Nederland 1. De dicteenomaden voorspelden overigens afgelopen vrijdag al wie er vanavond gaat winnen. Dat is Hans Bliek uit Eindhoven, iemand uit hun eigen groep. Vanavond gaat er dus geen Belg met de eer strijken: „Bliek is echt heel goed.”
Tips voor vanavond
De echte fanatiekeling bestudeert natuurlijk al weken de leidraad van het Groene Boekje. Deze grofweg 35 pagina’s tellende inleiding bevat alle basisregels: van de lastige tussen-n en het liggende streepje tot het trema.
Aanbevolen lectuur is ook ’De Dikke Drieduizend Dicteewoorden’, samengesteld door het Genootschap Onze Taal.
Wie vandaag pas met de voorbereiding van het Groot Dictee begint, kan zijn prestaties misschien opvijzelen door zo min mogelijk te verbeteren, zeggen dicteenomaden Rein Leentfaar en Bert Jansen. „Je bent al gauw aan twijfel ten prooi. Heel vaak ’verfouter’ je de boel.” Hun tip: zet een kruisje bij de woorden waarover je twijfelt, bekijk die nog eens goed en laat de andere woorden ongemoeid.
Tip twee: bij twijfel aaneenschrijven. „Er heerst in Nederland een aaneenschrijffobie”, zegt Jansen. Verreweg de meeste fouten in het dictee vallen in de categorie ’los of aan elkaar’. Let op: het is ’1 aprilgrap’ of ’eenaprilgrap’, ’top 10-vermelding’ of ’toptienvermelding’. Een van de instinkers in de categorie tussen-n is het woord ’tweefasestructuur’. Dat moet zonder n, omdat het meervoud van fase zowel ’fases’ als ’fasen’ is.







Stuur artikel door