Debat beter dan religiecanon
U bekijkt nu: pagina 1 van 2.
Een canon van de religie, hebben we daar wat aan? Kennis is prima, vinden elftalspelers rabbijn Klapheck en theoloog Borgman. Maar het gaat erom actuele kwesties met elkaar te bespreken. „Vraag daarom eerst naar andermans religieus geïnspireerde visie.”
Er zijn religieuze feiten die iedereen moet weten, volgens hoogleraar filosofie Hent de Vries. Onlangs pleitte hij voor een brede religieuze canon. Immigranten zullen om te integreren meer hebben aan zo’n canon dan aan een inburgeringscursus, denkt hij.
Erik Borgman, hoogleraar systematische theologie aan de Universiteit van Tilburg, denkt van niet. Welke kennis over religie belangrijk is, ligt niet voor eeuwig vast, maar is voortdurend in beweging. Daarnaast moet iemand de relevantie ervan inzien, wil ze invloed hebben. En dat kan volgens Borgman alleen als die kennis aan actuele kwesties is gekoppeld, bijvoorbeeld de scheiding van kerk en staat. Wat immigranten en in het bijzonder moslims betreft, kan men volgens hem beter proberen religieuze verschillen in het gesprek te betrekken.
„Ik benader het van de andere kant. Bij meningsverschillen vraag je eerst naar andermans religieus geïnspireerde visie van een goede samenleving. Wat ziet die ander hier, hoe gaat hij daarmee om en wat is het probleem? Dan pas komt kennis ter sprake en de oplossingen die wij er ooit voor vonden, zoals de verhouding tussen privé en openbaar en wat dat openbare dan is. Uit dit gesprek kan wel eens blijken dat onze traditionele aanpak niet meer voldoet.”
Een religiecanon is niet zozeer nuttig voor immigranten, alswel voor autochtone Nederlanders, volgens rabbijn Elisa Klapheck. Ze vindt hun kennis van religie en cultuur vaak beneden peil. Toen ze onlangs Vondels werk ’Jozef in Egypte’ cadeau wilde doen, bleek het niet meer verkrijgbaar. „Schrikbarend, dat is toch een klassieker?”
Als er een canon komt, vindt ook de rabbijn dat weinig feitjes moeten vastliggen. Daarnaast hoort hij geen ’officiële’ standpunten van religieuze stromingen te verkondigen. „Dat zijn de clichés uit de negentiende en twintigste eeuw. Ga uit van thema’s als het hiernamaals of openbaring en biedt aanleiding voor een discussie hierover.” Het begrip openbaring, legt ze uit, is in verschillende religies belangrijk. „Maar kom niet aan met een geschrift dat op de berg Sinaï uitgereikt zou zijn of dat Jezus die openbaring is. Dat bevestigt niet-religieuzen in hun oordeel dat religie ouderwets is en niets voor hen. In de wijsbegeerte is openbaring een bron van inzicht, naast de rede.”
Klapheck meent net als Borgman dat het goed is maatschappelijke problemen, eventueel met deze canon, bespreekbaar te maken.
Nieuwe landgenoten niet trakteren op feitenkennis, maar klaarstomen om aan het publieke debat mee te doen, lijkt Borgman zinvoller. En daarbij hoeven ze het niet met autochtonen eens te zijn.
„Een goed burger ben je niet door je aan te sluiten bij de uitkomst van een debat, maar door je eigen visie constructief in te brengen. Wanneer nieuwkomers gedrag in de publieke ruimte als onzedelijk ervaren, mogen ze dat zeggen. En dan moeten we niet meteen met die pavlovreactie komen van ’wij vinden dat dit moet kunnen’. Ze hebben niet per se gelijk, maar we kunnen ons standpunt nog eens overwegen. Onze opvatting is het resultaat van gelijksoortige debatten.”
Voor zowel migranten als autochtonen is het belangrijk te weten dat kwesties in een democratie altijd opnieuw aan de orde gesteld kunnen worden, meent Borgman. „Ook autochtonen zijn het niet met iedere wet eens. De wet geldt dan toch, totdat ze door een democratische discussie veranderd is.”
Klapheck beaamt dat een goede burger een actieve burger is. Maar niet-westerse immigranten leren debatteren is niet zo eenvoudig, brengt zij tegen dit idee in. Ze zijn het van huis uit vaak niet gewend en debatteren is volgens haar zelfs voor autochtonen moeilijk. Werkzaam in Duitsland en de Verenigde Staten liep ze tegen de verschillen aan tussen de debatculturen van deze landen en Nederland. „Nederlanders zijn geslotener in het debat. Ze vinden het moeilijk hun ongelijk of onwetendheid toe te geven en vellen sneller een oordeel.”
Dat herkent Borgman: „We reageren vaak alsof het alleen over fatsoen gaat, maar we hebben ook onze gevoeligheden. We zijn zelf onderdeel van het debat, staan er niet buiten.”
Hij vindt dat autochtonen best mogen toegeven dat iets heilig is voor ze. „Leg uit waarom je denkt dat respect voor homo’s positief is. Zo komt het gesprek op een hoger niveau.”
Filosoof De Vries reageerde met zijn voorstel tot een canon ook op een hoge ambtenaar van het ministerie van justitie. Die zei tijdens het debat ’religie en beleid’ dat hij beleid over religie best kon maken zonder godsdienstwetenschappers. Hun onderzoeken duren volgens hem te lang en zijn vaak onbruikbaar om problemen op te lossen.
Iedereen denkt religie te begrijpen maar dat is schijn, reageert Borgman. „Religies zijn geen verzamelingen feiten en meninkjes waar mensen zomaar vanaf stappen. Ze zijn gebaseerd op tradities, op lange en diepe discussies. Hoewel ze niet statisch zijn, veranderen ze dus niet omdat ons dat nu goed uitkomt.” Maar de politiek zit niet op nuance te wachten, meent hij. „Oplossingen moeten binnen twee jaar zichtbaar en het liefst meetbaar zijn en niet na de soms benodigde tien jaar.” Daarnaast wil de politiek ’niet nadenken, maar standpunten en snelle oplossingen voor vermeende problemen.’
Wetenschappers zijn bij beleidsvorming wel degelijk nodig, vindt ook Elisa Klapheck. Voor het samenstellen van een religiecanon, acht ze godsdienstfilosofen het meest geschikt.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
- Toon heel artikel
- vorige pagina
- 1
- 2
- volgende pagina




Reacties (3)
@AB
Als er geen feite waren omtrent Jesus, dan was het inderdaad snel afgelopen met Christendom in zijn vroegste stadium. Feit is dat National Geographic TV (atheistisch/evolutionair) deze feiten ook niet ontkent. Ze proberen enkel de waarheid te verdraaien en het onderuit te halen.
As for Bertrands complaints: FEAR has its foundations in selfishness. Selfishness is the reason that mankind has fallen, it begets desires, lust, murder, hatred and more. Jesus preached and taught to be serving, helping & loving, the opposite of selfishness. Perhaps you should consider this wisdom above Bertrands complaints, for Bertrand cannot save you.
Gustaaf, Weert op 24-06-2009, 19:10
Allereerst, debat zonder kennis is onmogelijk, ook kennis van je gesprekspartner. Verder gaat men er hier vanuit dat iedereen `debatteert' over verheven zaken. Vergeet dat maar. Dat doet de gemiddelde immigrant niet, dat doet de gemiddelde autochtoon niet. Dat is, met alle respect, een elitair ondervangen met weinig impact in de echte wereld. Alleen al het voorbeeld "homo-erotische liefde binnen religies" .. vergeet het maar dat daar zinvol over gedebateerd kan worden. Daarvoor ontbreekt aan alle kanten de kennis. Zo'n debat (al eeuwenlang) gaat in korte slogans en wil niet overtuigen, maar men wil gelijk krijgen. Kennis kan helpen, meer niet.
JvG, Groningen op 24-06-2009, 15:58
Feit is dat er enkel een theologische Jezus bestaat en geen historische Jezus. Feit is dat door een vertaalfout uit het Hebreeuws in het Latijn een 'maagd' Maria werd gecreëerd (i.p.v. geschikte vrouw) ... met alle onzin-gevolgen! Religieuze feiten ?
Alle religies zijn man-made-producten die elke feitelijkheid ontberen. "Religion is based ... mainly on fear ... fear of the mysterious, fear of defeat, fear of death. Fear is the parent of cruelty, and therefore it is no wonder if cruelty and religion have gone hand in hand. ...I regard it as a disease born of fear and as a source of untold misery to the human race." [Bertrand Russell]
Ab, Amsterdam op 24-06-2009, 15:40
Plaats een reactie
Stuur artikel door