’Hoe gelovig ben jij nog?’
Kunstenares Liesbeth Goudzwaard (Sela©, links) en schrijfster Franca Treur ('Dorsvloer vol confetti' ).© FOTO BART VAN DER MOEREN
U bekijkt nu: pagina 1 van 2.
Beeldend kunstenaar Sela© en schrijfster Franca Treur kregen in Zeeland het bevindelijk gereformeerde geloof met de paplepel ingegoten. Wat betekent het geloof voor hen? En welke rol speelt het in hun werk? „Soms zou ik willen wegvliegen naar een andere wereld.”
De een debuteerde met een roman die na een paar maanden aan zijn zesde druk toe is, de ander ontving twee prijzen voor haar werk. Het jaar 2009, mag je zeggen, was schrijfster Franca Treur en beeldend kunstenaar Sela© (Liesbeth Goudzwaard-Labeur) goed gezind.
Van Franca Treur verscheen in oktober ’Dorsvloer vol confetti’, volgens Trouw-criticus Jaap Goedegebuure een van de beste boeken van het jaar. Sela© bedacht begin dit jaar het glossy tijdschrift Calvijn!, een ’totaal, onvoorwaardelijk, beperkt, onweerstaanbaar en volhardend’ eerbetoon aan de kerkhervormer, ter gelegenheid van zijn vijfhonderdste geboortejaar. Ze kreeg daarvoor de Spaanprijs voor ’vernieuwing van religieuze publiciteit’ én de CBK Zeeland Stimuleringsprijs.
Het succes lacht hen dus toe, en de kunstenaar en de schrijfster (Sela© over Treur: „Literatuur is ook kunst, hoor, hoge kunst zelfs”) zijn bovendien van dezelfde generatie. Of er nog meer is dat hen bindt? Ze kunnen allebei lachen om de vraag. De overeenkomsten tussen hen, hebben ze een tijdje geleden al ontdekt, zijn legio. „Toen ik hoorde over Franca’s boek, vroeg ik me af of ze net als ik uit een reformatorisch milieu komt”, zegt Sela© (1975). „Ik ben altijd geďnteresseerd in de manier waarop kunstenaars van reformatorische komaf het geloof vertalen in hun werk. Toen ik haar boek had gelezen, wist ik precies in wat voor omgeving Franca is opgegroeid.”
Je ziet dat, zegt Sela©, aan de kenmerkende orthodox protestantse uitdrukkingen die voorkomen in ’Dorsvloer vol confetti’. Zoals over een opa die gestorven is ’zonder dat hij door de Heere bekeerd is’. Of over de domineesvrouw, die met een rood vest om haar rechte schouders naar de voorste kerkbank loopt, en over wie men zegt: ’Wie fier is van zijn eigen heeft de Heere niet nodig’.
„Toen mijn boek net verschenen was, mailde Liesbeth mij om me complimenteren”, zegt Treur (1979). Sela©: „Het knappe van je boek is dat je het zwaarmoedige geloof lichtvoetig beschrijft.”
De twee kwamen er al pratend ook al gauw achter dat ze op dezelfde Zeeuwse reformatorische middelbare school hebben gezeten. En, zegt Sela©, wat ze in Treur herkent is dat ze er beiden hun vak van hebben gemaakt om uit ’niets’ ’iets’ te creëren.
Sela© verwerkte het reformatorische geloof vorig jaar in een installatie die ze exposeerde in de Vleeshal in Middelburg. Ze hoopte buitenstaanders een introductie te geven in de bevindelijk gereformeerde subcultuur, door hen bekend te maken met een metafoor die iedere ’refo’ kent: de brede en de smalle weg. ’Breed is de weg, die tot het verderf leidt’, staat er in de Bijbel en er is een bekende wandplaat die dat inzichtelijk maakt; de brede weg leidt via het dranklokaal en de schouwburg naar de hel, en de smalle weg komt via kerk en zondagsschool uit in de hemel. Bevindelijke gelovigen, verklaarde Sela©, vragen zich voortdurend af welke weg zij gaan – het kan zomaar de brede zijn. Maar de kans dat je de goede smalle weg gaat wordt groter als je opgevoed wordt met het juiste christelijke geloof.
Franca Treur knikt. „Het is een voorrecht als je wordt geboren op het erf van het verbond.”
Sela©: „Het helpt. Zoals het helpt dat je in de regen gaat staan als je nat wilt worden.”
Veel reacties die ze krijgt op haar boek, zegt Treur, gaan over de rol die het geloof in het verhaal speelt. „Daar ben ik blij om, hoor. Maar ik wilde niet per se dat geloof aan de orde stellen.” Ze wilde een verhaal schrijven over de ficties, de grote verhalen of ideologieën waarmee je kunt opgroeien en hoe een kind daar vragen bij stelt.
Sela©: „Maar dan had je het verhaal ook in een communistisch gezin kunnen laten spelen.”
Treur: „Ja. Maar in die wereld ben ik niet thuis. Tijdens het schrijven ben ik dicht bij mezelf gebleven, ik heb geput uit de beeldenwereld waarin ik ben opgegroeid.”
Eigenlijk, zegt Treur, gaat haar roman over de verhouding tussen het individu en ’het verhaal van de massa’. Over aansluiten of afhaken. In haar eigen geval, zegt ze, is dat wel duidelijk: ze heeft het geloof vaarwel gezegd. Niet dat het een lichtzinnig besluit was dat ze van de ene op de andere dag nam, maar nee, zegt Treur, voor haar is het reformatorische geloof niet meer hét grote verhaal. Tegelijk heeft ze er soms heimwee naar, want opgroeien in zo’n gesloten systeem heeft ook iets veiligs en geborgens. „Je beseft nauwelijks dat er ook een andere wereld bestaat, je hebt er hoogstens een vermoeden van.”
Treur tegen Sela©: „Hoe gelovig ben jij eigenlijk nog? Zo zeker weet jij het allemaal toch ook niet?”
Sela©: „Ik ben zeker geen voorbeeldrefo. Daarvoor ben ik te veel antwoorden kwijtgeraakt. In de Bijbel staat bijvoorbeeld dat een vader zijn kind geen steen zal geven als het om een brood vraagt. Maar ondertussen gebeurt dat wél, er zijn ouders die slecht voor hun kinderen zorgen. Dat klopt dus niet. Maar ik ben ook een dromer. Sommige beelden uit de Bijbel maken veel indruk op mij, bijvoorbeeld dat God al voor je geboorte alles van je weet.” Ergens daartussen, tussen nu eens ongerijmdheden zien en dan weer onder de indruk zijn, bevindt ze zich. En, zegt Sela©, al peinzend over het geloof kan ze altijd naar de fantasiewereld van de kunst. „Of ga ik dan de vragen juist uit de weg?”
Treur: „Dat denk ik wel.”
„Jij hebt een keuze gemaakt’, zegt Sela©. „En ik respecteer hoe duidelijk je daar in bent.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
- Toon heel artikel
- vorige pagina
- 1
- 2
- volgende pagina





Stuur artikel door