Koran bevat nieuws over het vroegste christendom
U bekijkt nu: pagina 1 van 2.
Dissidente islamologen stellen spectaculaire vragen bij het traditionele verhaal over de begintijd van de islam. Deel 9 van een serie: van nomadenchristendom tot wereldreligie.
De geschiedenis van de islam kan vanuit veel invalshoeken worden verteld.
Een daarvan is het verhaal van een variant van het oudste christendom, die de theologische concurrentiestrijd verloor, vervolgens eeuwen een bestaan in de marge leidde als een stamgodsdienst voor nomaden, en ten slotte uitgroeide tot een wereldreligie, nadat die nomaden de macht hadden veroverd.
De kern van dat nomadenchristendom in de marge is terug te vinden in de Koran. Behalve de heilige schrift voor moslims is de Koran daardoor ook een unieke bron voor christelijke kerkgeschiedenis. Het boek bevat sporen van een christelijke theologie, die zich in de eerste eeuwen na Christus ontwikkelde in Syrië en later het onderspit dolf.
Die ’Syrische theologie’ wees, net als later de islam, radicaal de goddelijkheid van Jezus af en had een eigen, sterk afwijkende verlossingsleer. Daarin speelde navolging een hoofdrol, en ook in de islam staat dat begrip centraal.
Karl-Heinz Ohlig is hoogleraar godsdienstwetenschap en kerkgeschiedenis aan de Universiteit van Saarland. Samen met de islamoloog Gerd Puin redigeerde hij het boek ’Die dunklen Anfänge’, een meertalige bundel over de begintijd van de islam.
Ohlig, een gemoedelijke Rijnlander, beperkte zich niet tot de rol van begeleider. Hij schreef ook zelf een bijdrage, over wat hij Arabisch-Syrisch christendom noemt.
Het is de Arabische vorm, waarin het oude ’Syrische christendom’ en de ’Syrische theologie’ overleefden. De ’Syrische theologie’ legde het af tegen het hellenistische christendom, dat vanaf de vierde eeuw de steun had van de machtige Romeinse en later van Byzantijnse keizers.
Een reeks Syrische theologen werd wegens ketterij veroordeeld. Hun tegenstanders maakten verbeten jacht op hun geschriften, zodat hun ideeën voornamelijk nog fragmentarisch bekend zijn, meestal in de vorm van vijandige citaten.
De Syrische theologen kregen het vooral zwaar na het concilie van Nicea in 325. Ze konden toen niet langer openlijk zeggen dat ’Zoon van God’ een eretitel is, verdiend door een perfecte levenswandel. Via bloemrijke beeldspraak probeerden ze dat verbod te omzeilen.
Maar, om niet in aanvaring te komen met de Byzantijnse machthebbers, moesten ze in elk geval de hellenistische terminologie overnemen. In het kielzog daarvan veranderden langzaamaan ook de ideeën.
Op den duur geloofden daardoor Syrische christenen niet alleen in woord maar ook echt in de goddelijke Drie-eenheid en de hellenistische verlossingsleer. Ook bij hen werd Jezus ’Zoon van God’ in plaats van ’Knecht van God’ (Abdallah).
Maar de oude, Syrische theologie overleefde, zo vermoedt Ohlig, bij Arabische stammen in het grensgebied tussen cultuurland en woestijn – zij het in een primitieve vorm, want een geestelijkheid kenden de Arabieren waarschijnlijk niet.
Ze waren vaak nomaden of halfnomaden. Dat verklaart misschien waarom juist bij hen het Syrische oerchristendom kon overleven. Ze waren tamelijk ongrijpbaar voor de officiële geestelijkheid en de overheden.
De weerslag van die christelijke Arabische stamgodsdienst en daarmee van de oude, Syrische theologie, is terug te vinden in de Koran en vooral ook in de mozaïektekst aan de binnenkant van de Rotskoepel in Jeruzalem.
Daarin is Jezus ineens weer volop een mens, een profeet en een knecht en geen zoon van God. De Rotskoepel wijst compromisloos de hellenistische theologie af.
Het is gebruikelijk om de tekst in de Rotskoepel, waarvan de onderdelen verspreid in de Koran terug te vinden zijn, te lezen als een islamitische polemiek tegen het christendom. Het ligt ook voor de hand dat te doen, als je uitgaat van de klassieke islamitische geschiedschrijving en de diverse biografieën van de profeet Mohammed.
Volgens de biografieën kreeg Mohammed zijn openbaringen in een periode van 22 jaar, tussen 610 en zijn overlijden in 632. De Rotskoepel werd waarschijnlijk voltooid in 692, toen de moslims, volgens de latere geschiedschrijvers, al een (islamitisch) wereldrijk bijeen hadden veroverd.
Maar dissidente islamologen hebben sterke twijfels over die biografieën, die weinig steun krijgen vanuit de Koran. In de geschiedschrijvers hebben ze evenmin veel vertrouwen. Ze bestrijden dat Mekka en Medina in de ontstaansgeschiedenis van de islam de centrale rol hebben gespeeld die oude moslimhistorici deze steden toebedeelden.
Tegen de heersende opvatting in denken ze dat de islam is ontstaan in een geleidelijk proces dat pas in de negende eeuw zijn voltooiing bereikte, dus ruim een eeuw na de bouw van de Rotskoepel.
Pas toen kreeg het ’Arabische rijk’, dat al in de zevende eeuw tot wasdom kwam, een uitgesproken islamitisch karakter.
Maar in de tijd van de Rotskoepel zagen de Arabische vorsten zichzelf nog als christenen, zo denken dissidente islamologen, die zich onder andere op muntopschriften baseren.
Vandaar dat Ohlig en ook anderen, zoals de taalkundige Christoph Luxenberg, de tekst van de Rotskoepel niet zien als een polemiek van islam tegen christendom, maar als een polemiek van christenen tegen andere christenen, over de natuur van Jezus en de Drie-eenheid. Pas later ontwikkelde het ’christendom van de Rotskoepel’ zich tot de islam.
In de ’polemiek van de Rotskoepel’ treedt voor het eerst na een lange periode van onderdrukking de oude, Syrisch christelijke theologie weer op de voorgrond, in een ongezouten, Arabische vorm, in een opschrift van een prestigieus gebouw.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
- Toon heel artikel
- vorige pagina
- 1
- 2
- volgende pagina





Reacties (16)
Mohammed zou na het bezoek van Gabriel naar Waraqah Ibn Nawfal zijn gegaan een neef van Khadidja,zijn vrouw. Deze was christen, had vele boeken gelezen en wist van Torah en evangelie. Waraqah zou gezegd hebben dat dezelfde geest als bij Moesha tot Mohammed was gekomen!!en profeet voor dit volk was. Is de rol van Waraqah niet veel groter? en speelt de christelijke achtergrond van de koran daarom een grote rol. Zitten sommige joden achter de koran? om Jezus meer kracht bij te zetten? of te ontkennen. Feit is dat er nagenoeg gelijkende teksten zijn. De woorden die Jezus sprak, hadden die toelichting nodig van de koran? Jod.chr.isl een?
dick, waalwijk op 15-12-2007, 19:31
-- deel 2 -- Op het concilie van Chalcedon in 451 probeerden de overige orthodoxen de verhouding tussen God, Heilige Geest en Christus te definiëren, nu ze Jezus als meer dan gewoon mens zagen. Dit leidde tot een diepe scheuring in de oosterse kerken in Chalcedonisch en non-Chalcedonisch. De Grieks- en Russisch-orthodoxe kerk bijvoorbeeld zijn Chalcedonisch, de Armeense, Syrisch-Orthodoxe, de Koptische en de Ethiopische Kerk zijn non-Chalcedonisch. Als we deze waaier van kerken en dogmatieken overzien, is het niet meer duidelijk wat de Saarlandse professor nu eigenlijk onder "DE Syrische theologie" verstaat. Er zetelen in een van de hoofdstraten van Damascus op dit moment bijvoorbeeld drie Patriarchen van Antiochië, die elk een eigen, oeroude kerk vertegenwoordigen.
Ernst Raedecker, Amsterdam op 06-07-2006, 16:39
-- deel 3 -- Tot de komst van de Islam waren in het Midden-Oosten al die varianten van het orthodoxe christendom gezamenlijk de dominante religie. Toen Mohammed met zijn "terug naar de basis"-religie vanuit de woestijn van Saoedie-Arabië het Midden-Oosten veroverde, nam niet iedereen onmiddellijk zijn nieuwe variant van de joods-christelijk-islamitische traditie over. De neergang van de orthodoxe kerken ging geleidelijk. Als een van de belangrijkste oorzaken voor deze neergang wordt vaak beschouwd niet de druk van de islam, die er natuurlijk wel was, maar het fundamentalisme van Constantinopel. Daar konden velen zich niet in vinden en daarom ging men liever met de islamitische arabieren in zee dan met de geloofsgenoten uit Constantinopel. De arabieren boden meer persoonlijke, religieuze en culturele vrijheid dan de theocratie van Constantinopel. Tot zover deze kleine aanvulling.
Ernst Raedecker, Amsterdam op 06-07-2006, 16:29
-- deel 1 -- Hoewel het een interessant verhaal is, heb ik toch enige problemen met de vage term "Syrische theologie". Wat zou dat kunnen zijn? Van 428-431 was Nestorius patriarch van Constantinopel. Hij benadrukte de menselijke natuur van Jezus en kwam daardoor in conflict met de meerderheid van zijn eigen kerk. Heden ten dage bestaat de nestoriaanse kerk nog steeds onder de naam Apostolic Catholic Assyrian Church of the East (zie "An introduction to the Christian Orthodox Churches", door John Binns, blz 28). Ik sluit niet uit dat deze traditie van Christus als niet-God, maar als menselijke profeet, onze Mohammed heeft beïnvloed.
Ernst Raedecker, Amsterdam op 06-07-2006, 16:28
Alle samenzweerders zijn innerlijk beschaamd zelfs al heeft hun samenzwering succes. Want ze weten dat ze hun waarheid onderling afgesproken hebben en dat ze niets hebben bewezen.
Ron C. de Weijze, Amsterdam op 28-06-2006, 10:27
Aan Ron C. de Weijze, weet jij niet wat het verschil is tussen een abstracte hypothese en de waarheid. De meerderheid van de wetenschappers in het westen gelooft namelijk wel in de Islam zoals dat bekend staat in de Islamitische wetenschap. Het hierboven geschetste verhaal is maar pure abstracte wetenschap met bij lange na niet een enigszins bewezen hypothese. Het heeft totaal geen verklaringswaarde nog biedt het inzicht in het ontstaan van de Islam. Zoals zij te werk gaan kan iedere wetenschapper "bewijzen" dat de nederlanders afstammen van dolfijnen.
Taoufik, Zoetermeer op 27-06-2006, 17:15
Bedankt voor dit nieuws, hoogst interessant. Ik hoop dat meer/alle moslims gaan inzien dat hun geloof afgeleid is van, en terug herleidbaar is tot, het christendom/jodendom en niet het bewustzijn van Mohammed.
Ron C. de Weijze, Amsterdam op 24-06-2006, 19:51
Origenes (185-251 n.Chr.Grieks filosoof) wordt hét eerste voorbeeld van een wetenschappelijk opgezette theologie.Hij bracht een verzoening tot stand van christendom en hellenisme, met een visie op het geheel. Over Jezus van Nazareth sprak hij als "een zoon van God", de hoogste joodse titel die het jodemdom aan een mens kon geven. In de 4de eeuw na Chr. komt dan Augustinus (354-430). Een geweldioge retoricus. Augustinus kent geen Grieks en schrijft alleen in het latijn. Hij wil Rome behagen. Het Romeins imperium was toen al christelijk.Augutinus is de eerste die van 'zoon van God'een "God de Zoon"heeft gemaakt en Rome o.a. gewaarschuwd dat zij e.e.a. goed moesten uitzoeken voordat men daar tot erkenning en publicatie zou overgaan. Rome heeft dit echter niet gedaan en deze stellijngen meteen aanvaard. H.G.Verhagen, Haren 21 juni 2006
H.G.Verhagen(oud econoom Bisdom Groningen), Haren op 22-06-2006, 10:37
De feiten die Van Vliet hieronder opsomt, zijn natuurlijk geen steekhoudende bewijzen van Jezus? goddelijkheid. Ze geven hoogstens aan dat men Hem ooit als ?Zoon van God? beschouwde. De vraag is dus nog steeds: Is Jezus werkelijk Zoon van God (naar zijns-kwaliteit), of is het een eretitel, Hem verleend op grond van verdienste, levenswandel, uit liefde en bewondering, c.q. in lijn met een toen gangbare traditie - waarin sommige farao?s en keizers deelden - waarmee in magisch en mythisch georiënteerde samenlevingen de veronderstelde goddelijke afkomst van heersers werd aangeduid, om hun superieure status te onderstrepen. Helaas kennen we het DNA van God en Jezus niet, anders konden we de vader-zoonrelatie met enige zekerheid vaststellen. Ondertussen blijft het legitiem te vragen aan Ignatius en al degenen die Jezus ?Zoon van God? noem(d)en: wat is jullie bron van kennis? Je liefde? Wie geen tastbaar bewijs kan tonen, past daarom bescheidenheid, en vooral respect voor andersdenkenden.
P.G., Nijmegen op 21-06-2006, 17:21
In de media wordt nogal eens gesteld dat het concilie van Nicea het einde markeert van een richtingenstrijd binnen het christendom. Mede o.i.v. de Byzantijnse keizer zou er sprake zijn van winnaars (het Helleens filosofisch georiënteerde christendom) en verliezers (het Syrisch christendom). Ook hierboven duikt dit idee weer op, terwijl onlangs nog een wetenschapper in een van de PCM-bladen beweerde dat dit een valse voorstelling van zaken is. Mulder stelt:?Ohlig trekt twee conclusies (o.a.) dat het Arabischchristendom al dateerde van voor het concilie van Nicea.? Dit is echter in de gegeven context onlogisch, want concluderen tot iets dat men zelf heeft geïntroduceerd. Het door Mulder gevolgde betoog rechtvaardigt de conclusie dus geenszins. Hiermee wil gezegd zijn, dat de krant misschien nieuwsgierigheid kan wekken, maar eigen onderzoek nooit kan vervangen. We zullen de bronnen (hier Ohlig, Luxenberg enz.) toch zelf moeten bestuderen.
P.G., Nijmegen op 21-06-2006, 11:12
Volgens mij is Ohlig ook vergeten dat Bisschop Ignatius (discipel van Johannes de geliefde apostel) in het jaar 110 Nch al voor zijn executie heeft belijd en laten noteren dat: Jezus de Zoon van God is, mens en GOd tegelijk was,gekruisigd is op bevel van Pilatus en waarlijk is opgestaan uit de dood. Zo zijn er nog meer getuigenissen, bijv dat 11 van de 12 discipelen van Jezus zijn geexecuteerd zijn om hun geloof in de opgestane Jezus. Dit zijn maar enkele bewijzen die Jezus zijn Goddelijkheid bewijzen. Deze feiten komen uit bronnen buiten de bijbel. Een Korantekst die 600 jaar later is opgetekend wil dat wederleggen? De koran zelf is minstens 130 jaar na mohammed zijn pas samengesteld. Aardige poging weer van een anti-christelijke islamoloog. Die andere feiten over de betrouwbaarheid van de bijbel zeker vergeten. Hij vergeet ook dat de concilie van Nicea werd besloten met 300 tegen 2 bisschoppen, die 300 stemde dat Jezus God-zelf in het vlees was. overtuigend genoeg. groetjes
J van VLiet, Hoevelaken op 21-06-2006, 10:51
het is in elk geval fascinerend ervan kennis te nemen dat het huidige Christendom in hoge mate een produkt van machtsstrijd is geweest die kennelijk door keizer Constantijn en de zijnen gewonnen is. Dat de Islam de goddelijke natuur van Jezus afwijst , lijkt me getuigen van gezond verstand. Dat Constantijn er een Goddelijke natuur doordrukte zou een staaltje eigenbelang kunnen zijn. Want was de keizer niet de plaatsvervanger van God op aarde ?
g.agresti, son op 20-06-2006, 11:48
Ondanks alle gebreken ligt het Christendom pak weg 700 jaar voor op de Islam. En die achterstand is nooit weggewerkt.
Bukowsky, Santiago op 20-06-2006, 11:36
Helaas voor Dr. Ohlig klopt de geschieddatering niet... Wie op de hoogte is van de nieuwe chronologie weet dat jaartallen voor ruwweg 1500 CE onbetrouwbaar zijn als dateringshulp. Een verband tussen Christendom en Islam kan niet worden gelegd, omdat beide verschillende geografische herkomstrichtingen hadden: het Christendom uit wat nu Irak en Perzië heet en Islam uit Ethiopië, India en China (karavaanrouten). Dat Ohlig aanknoopt bij de allerwege bekende (grotendeel gefantaseerde) 'geschiedbeschrijving' door Petavius en Saliger laat zich raden... Dat er een geheel nieuwe chronologie is, wordt graag verzwegen!
dr. J. v. Kampen, Murcia op 20-06-2006, 11:33
Mooi verhaal, maar ik mis de 'legende' van de Syrische monnik, Sargis Bahira, die de leermeester van Mohammed zou zijn geweest en hem -onder andere- de eerste boeken van de koran zou hebben geciteerd als aanzet tot zijn profeetschap. Als dat vanuit de toenmalig Syrisch-christelijke traditie zou zijn gebeurd verklaart dat veel over het ontwerp van de koran, en de oorsprong van de kennis van de ongeschoolde weesjongen uit Mekka.
E. Blijleven, Amstelveen op 20-06-2006, 11:05
Dus de Islam zou een vertaalde variant zijn van een Syrisch Christendom... Interessant idee, tikkeltje gewaagd. En de verwijzingen binnen de Koran naar Jezus zijn niet zodanig dik gezaaid, dat ik de theorie van Ohlig erg overtuigend vind.
Joop Moerkens, Tilburg op 20-06-2006, 10:50
Plaats een reactie
Stuur artikel door