Middeleeuwse kerkkritiek
Sint Joris en de draak. Illustratie uit de Wiesbadense codex.© Trouw
In Nijmegen wordt vandaag de kritische uitgave van het ’Wiesbadense Handschrift’ gepresenteerd. Een bijzondere verzameling vroeg 15de-eeuwse, deels kritische, religieuze teksten, geïllustreerd met unieke, Pre-Eyckiaanse tekeningen.
Letterkundigen Hans Kienhorst en Kees Schepers raken niet snel uitgepraat over de uniciteit van ’het Wiesbadense Handschrift’. De door hen bezorgde eerste kritische uitgave van deze verzameling vroeg 15de-eeuwse teksten wordt vandaag gepresenteerd, op een symposium aan de Nijmeegse Radboud Universiteit.
De ongeveer tachtig teksten van het Wiesbadense handschrift – zo genoemd naar de bewaarplaats, het Staatsarchief in Wiesbaden – behoren tot de geestelijke letterkunde, zijn opgesteld in de volkstaal, het Middelnederlands en opgetekend omstreeks 1410 in het Vlaams-Brabantse grensgebied.
De tekstbezorgers zijn om meerdere redenen enthousiast over dit ’uitzonderlijke’ handschrift. Ten eerste vanwege de buitengewoon fraaie illustraties, tekeningen uit de periode nog van voor Jan van Eyck, die waarschijnlijk als voorbeeld hebben gediend voor muurschilderingen in kerken en kapellen. Schepers: „Deze tekeningen zijn uniek en van hoge kunsthistorische waarde.”
Ook een groot aantal van de tachtig teksten is zeldzaam of zelfs uniek. Dat komt volgens Schepers waarschijnlijk doordat het zo’n vroeg handschrift is. Naast instructieve catecheseteksten over hoe een gelovige dient te leven op de ’Wech van Salicheit’, bevat de codex ook apocalyptische teksten en teksten over innerlijk geloofsleven en mystiek, waarvan er een aantal opvallend kritisch is en getuigt van weinig ontzag voor de kerkelijke hiërarchie.
Die kritische teksten wijzen volgens Schepers in de richting van een van de vele, uit de literatuur bekende, groeperingen uit de 14de en 15de eeuw, die smalend ’broeders en zusters van de Vrije Geest’ werden genoemd. Deze lekenspirituelen matigden zich in het oog van de kerkgetrouwen aan, geïnspireerd te zijn door God en geen behoefte te hebben aan bemiddeling door de kerk.
Afbeelding van een profeet. Illustratie uit het vroeg 15de eeuwse Wiesbadense Handschrift.
Het handschrift zelf zegt overigens niets over aan wie het heeft toebehoord noch wie het heeft geschreven. Schepers: „Onze hypothese, gebaseerd op een analyse van het handschrift, is dat de schrijvers van de codex én de schilders van de tekeningen die erin zijn opgenomen, verkeerden in een stedelijk milieu van leken, die zich toelegden op oprecht en intens geestelijk leven. In de stedelijke gebieden in de Zuidelijke Nederlanden waren in die tijd veel voorbeelden van lekenspiritualiteit.
„Je had ketterse groepen en excessieve groepen, zoals een groep van geselaars in Brussel die, zichzelf op de rug slaand – als vertoon van boetedoening om hun zielenheil veilig te stellen – door de straten van de stad trokken.
„De groep achter het Wiesbadense Handschrift was zeker minder extreem, maar kenmerkt zich wel door een sterk zelfbewustzijn en een kritische kijk op de kerk en haar hiërarchische structuur. Ze hangen de kerk aan, maar als haar dienaren niet het vereiste morele niveau hebben, gaan ze liever hun eigen weg. Wordt een kerkelijk sacrament bediend door een ’onwaardige ’ priester, dan is het in de ogen van de kerk nog steeds waardig, maar in de ogen van deze groep leken niet. Voor een onwaardige priester hebben ze geen respect.”
Heel opmerkelijk en uniek in hun soort, vertelt Schepers, zijn de twee dialogen in het handschrift, tussen een priester en een vrouw. In de ene dialoog erkent de priester de spirituele superioriteit van de vrouw met wie hij spreekt. De tweede dialoog gaat over de vraag of de kerk zonder meer gezag verdient, ook al beantwoordt ze zelf niet aan de hoogste morele standaards. In deze dialoog leert de vrouw de priester de les. „Zulke teksten komen we nergens anders in de middeleeuwse literatuur tegen.” Dat er een vrouw aan de dialogen deelneemt, is op zich al bijzonder. Het kan volgens Schepers een aanwijzing zijn dat deze groep lekengelovigen heeft bestaan uit mannen en vrouwen.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
Kerkkritisch gedicht
Dit gedicht is de meest antihiërarchische tekst uit de Wiesbadense codex. Hieronder de vertaling:
De priesters, zoals ik het zie,volgen de Heilige Schrift niet na; heilige personen anderzijds, wat ook het geval is, volgen de priesters niet na, maar volgen het woord van de heer,dat zij preken en leren. Hun gelijken, hun gezellen, volgen hen na en behoren hen toe; degenen die God beminnen, volgen God na, en doen graag wat Hij gebiedt.Nota bene.






Stuur artikel door