Toptheologen in de arena
© Trouw
Dordrecht was in 1618 en 1619 het toneel van een spraakmakende kerkvergadering die deels op ideeën van Calvijn geïnspireerd was.
Het werd dus Dordt. En niet Leiden, waar de fanclubs van Arminius en Gomarus hun geloofsstrijd op straat uitvochten, elkaar uitscheldend voor bavianen en slijkgeuzen; daarmee een ongeschikte locatie voor een ’generale synode’. Ook niet Den Haag, wat prins Maurits graag gewild had: dichtbij het Torentje en andere overheidsgebouwen. Kampen evenmin, nog lang niet het gereformeerde Vaticaan aan de IJssel van later. Laat staan Utrecht: véél te remonstrants in de ogen van de Engelse koning Jacobus I, die zich aan de andere kant van de Noordzee ook al in onze godsdiensttwist roerde.
De voorkeur van de Staten-Generaal ging uiteindelijk uit naar de oudste stad van Holland, dat dit nieuws begroette zoals een wereldstad de toekenning van de Olympische Spelen viert. In plaats van topatleten streken er tijdens de synode toptheologen in Dordt neer, en niet voor een paar weken maar voor maar liefst zeven maanden: in 1618 en 1619.
De plaats waar deze kerkvergadering werd gehouden, is helaas alleen nog maar met een paar woorden te beschrijven. Het is daar waar klanten van Justitie de parkeergarage van de rechtbank worden binnengereden, in de Doelstraat, een zijstraat van het Steegoversloot. Daar stond het gebouw van de Kloveniersdoelen, waar voor de duur van de synode een publieke tribune gebouwd werd zodat belangstellenden zicht hadden op de vergaderingen. Het groeide uit tot een toeristische attractie, blijkens oude afbeeldingen; man, vrouw, kinderen, en zelfs de hond mocht mee. Niet dat die er veel van begreep, de voertaal was Latijn.
Helaas heeft Dordt de tastbare herinnering aan zijn finest hour in 1857 om zeep geholpen door het gebouw af te breken. Maar elders in de stad kan Fred van Lieburg, hoogleraar religiegeschiedenis aan de Vrije Universiteit en inwoner van Dordrecht, nog wel symbolen van het calvinisme aanwijzen. Zo staat er tussen het station en het stadscentrum een kerkgebouw van de remonstranten, de erven van Arminius die in de slotverklaring van de synode vijf Artikelen (de Canones ofwel Dordtse Leerregels) voor hun ’dwalingen’ over de predestinatie veroordeeld werden. Ook bevindt zich een prototype van het neocalvinisme van Abraham Kuyper, de Wilhelminakerk, waarin alles gericht is op het Woord en de toren gespeend is van elke vorm van bescheidenheid. Aan het Kromhout (nr. 151) kwamen de leden van de hervormde vereniging ’Calvijn’ samen, die het in 1903 in de hervormde kerk niet langer uithielden en voor zichzelf begonnen.
Aan de overkant van de Spuihaven wijst Van Lieburg op het Maartenshof, waar behoeftige vrouwen en weduwen van soldaten die voor het vaderland gesneuveld waren onderdak kregen – een teken van de sociale zorg die het calvinisme vanaf 1625 op zich nam. Aan de overzijde in de Museumstraat prijkt in de Herman Bavinckschool als een neogereformeerd bolwerk. Iets verder staat de ’Kunstkerk’, die sinds de bouw in 1885 nogal eens wisselde van (meestal afgescheiden) eigenaar en nu populair bij liefhebbers van film en andere kunst.
Aan het eind van de straat loop je tegen de gevel aan waarvan de naam weemoedige herinneringen oproept aan het (onlangs gesloten) antiquariaat J. van den Tol, onder meer uitgever van zondagsschoolboekjes als ’Het moedige meisje’ en lange tijd het mekka voor reformatorische boekliefhebbers.
Vanuit het Steegoversloot kom je via een poortje bij het Hof, ook wel beschouwd als de politieke bakermat van ons land, omdat Willem van Oranje daar in 1572 in een geheime vergadering van de Staten van Holland als stadhouder werd erkend. Om de hoek in de Voorstraat staat de Augustijnerkerk, na de Reformatie ’overgenomen’ van de katholieken.
Dan de Wijnbrug over naar de Wijnstraat, waar Van Lieburg op een paar calvinistische hoogstandjes wijst: de Beverenburch (nr. 127), waar de eerste calvinistische bijbeldrukker Jean Canin werkte, en uitdragerij ’Pandora’ (nr. 86), waar Abraham Kuyper in 1871 de bovenzaal zijn eerste spreekbeurt in Dordrecht hield. Een mooi verhaal kleeft ook aan het Meevat (Kuipershaven 41), een pand van een katholieke wijnkoopman uit Luik dat dik honderd jaar na de Reformatie dienst deed als roomse schuilkerk.
Op weg naar de Grote Kerk passeren we het Scheffersplein (stripwinkel Sjors was jarenlang het kantoor van Trouw en Dordts Dagblad) en de Visbrug (met het gigantische zit- en standbeeld van Johan en Cornelis de Witt, die bij een volksoproer in 1672 op een afschuwelijke manier aan hun einde kwamen). In de verte staat de voormalige Waalse Kerk, waar tegenwoordig gympies en sportbeha’s verkocht worden.
De Grote Kerk wenkt al, de plaats waar zelfs bij -2° Celsius nog gekerkt wordt. In 1619 werd hier de slotverklaring van de synode uitgesproken. Dat gebeurde in het Nederlands, vanwege het grote publiek. Maar de dominees die de tekst voorlazen, wisselden elkaar af, omdat hun stem in de enorme kerkruimte ’door de dikke asemen van de grote hoop toehoorders’ snel hees werd.
Van de excentrisch gelegen Grote Kerk gaan we terug naar de drukke binnenstad. Over de Voorstraat en de Breestraat. In gebouw Patrimonium (Lange Breestraat 24-26) huisden allerlei kerkgenootschappen die geen aansluiting wensten met de gereformeerde staatskerk uit 1618-1619; de naam van de christelijke woningbouwvereniging bleef echter aan de gevel. In dezelfde straat stond ooit de drukkerij van de gebroeders Keur, uitgevers van de beste statenbijbels, gezuiverd van drukfouten: een van de specialiteiten van Dordt waardoor het volgens het stadsarchief uitgroeide tot geestelijk centrum van de orthodoxie in Nederland.
Bekijk hier beelden van de Calvijnwandeling in Dordrecht.
Lees ook het verslag van Trouwredacteur Emiel Hakkenes over een Calvijnwandeling door Genève: Een kleine tijdreis door Genève.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
Meer informatie
Prof. dr. Fred van Lieburg: ’Calvijn & Dordrecht’, ISBN 9080337855, euro5,95, te koop in de Grote Kerk.
Alida Groeneveld: ’Zij lopen, maar worden niet moe ’, wandelingen langs protestantse sporen in Nederland (o.a. in Dordrecht) met gespreksvragen voor onderweg. Uitgave PKN, tel. 030-8801337 en www.pkn.nl, euro8,95.
Expositie ’500 jaar Calvijn’ , 8 mei t/m 31 oktober, Grote Kerk Dordrecht. Open: di t/m za 10.30-16.30 uur, zon- en feestdagen 12-16 uur.




Reacties (1)
Het is slechts een kleinig slordigheidje, dat waarschijnlijk is ingegeven door de vermenging van propaganda en geschiedenis.
Moeilijk kan worden volgehouden dat Dordrecht in de tijd van de Dordtse Synode de oudste stad van Holland was. Dordrecht kreeg in 1220 stadsrechten, terwijl de Hollandse stad Geertruidenberg (sinds 1815 Noord-Brabant) reeds in 1213 stadsrechten kreeg. Tevens lag ten tijden van de synode de stad Muiden al weer zo'n drie eeuwen in het graafschap Holland. Muiden heeft vermoedelijk al in 1122 stadsrechten gekregen. Ook als we naar de huidige provincies Holland kijken is Dordrecht dus niet de oudste stad.
Fred Last, Dordrecht op 29-04-2009, 14:29
Plaats een reactie
Stuur artikel door