Calvijn, Johannes
Calvijn
Een korte biografie
Predikant, kerkhervormer (Noyon [Fra.]10 juli 1509 – Genève [Zwi.] 27 mei 1564)
Jean Cauvin, zoals Calvijns eigenlijke naam luidde, werd door zijn vader al jong voor het priesterambt bestemd. Hiertoe werd hij in 1523 voor studie naar Parijs gestuurd. Vijf jaar later ging Calvijn rechten studeren, eerst in Orléans, later in Bourges, waar hij promoveerde. Op beide universiteiten zat Calvijn onder het gehoor van de luthersgezinde Melchior Wolmar die grote invloed op hem had.
In 1532 keerde hij terug naar Parijs en ging letteren studeren. In deze jaren bekeerde Calvijn zich tot de reformatorische leer en moest hij vluchten voor de inquisitie. Na omzwervingen door Frankrijk kwam Calvijn in 1536 in Genève terecht. Weldra was hij de stuwende kracht in de hervorming van het kerkelijke en openbare leven. In Genève verscheen de eerste editie van de Institutie, Calvijns hoofdwerk dat hij voortdurend zou blijven aanvullen. Het was bedoeld als handleiding voor studenten en zou uitgroeien tot het belangrijkste dogmatische werk uit de geschiedenis van het gereformeerde protestantisme.
In Genève rees verzet tegen de strenge voorschriften en tuchtmaatregelen waaraan het godsdienstige en zedelijke leven van de burgers onderworpen werd. Na een conflict met het stadsbestuur werd Calvijn in 1538 verbannen. Hij vestigde zich in Straatsburg waar hij predikant van een kleine vluchtelingengemeente werd. Drie jaar later, toen aanhangers van Calvijn in het stadsbestuur waren gekozen, keerde hij naar Genève terug. Inmiddels was hij, in 1540, getrouwd met de weduwe van een bekeerde wederdoper. Ze overleed acht jaar later. Uit het huwelijk werd een zoon geboren die na twee weken stierf. Zelf worstelde Calvijn zijn hele leven met een zwakke gezondheid. Pijn en vermoeidheid waren een dagelijkse plaag.
Calvijns tweede Geneefse periode stond in het teken van het ontwerpen van een nieuwe kerkorde die een voorbeeld werd voor reformatorische gezindten elders in Europa. Veel volgelingen van de reformatie trokken naar Genève, vooral uit Frankrijk, wat tot onrust onder de Zwitserse bevolking leidde. Ook Calvijn is in Genève eigenlijk altijd een vreemdeling gebleven. Hij was de belangrijkste predikant, maar had nauwelijks wereldlijk gezag. Tekenend is dat hem pas tegen het einde van zijn leven het burgerrecht van de stad werd verleend. Van grote betekenis was de oprichting in 1559 van de Academie, een opleiding voor predikanten. Decennialang werden hier studenten uit allerlei landen opgeleid.
Peter Bak, voor Protestant.nl
31 oktober 2008
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.




Stuur artikel door