Dokter zit niet op abortus te vlassen
Het aantal abortussen is toegenomen. Maar je kan de echoscopist niet verbieden om de waarheid te zeggen.
Artsen streven eerder naar het niet laten leven van kinderen met een handicap, dan zich te bekommeren om het lot van deze kinderen, aldus Yvette den Brok op Podium (Trouw, 31 januari 2009). Zij noemt dat zelf een grove veronderstelling die maar eens geuit moet worden.
Het is niet alleen een grove, maar ook een onheuse veronderstelling. Dat de invoering van de standaardecho bij 20 weken zwangerschap tot meer abortussen heeft geleid, is door verschillende instanties bevestigd en ook niet meer dan logisch. Zwangeren krijgen door deze echo informatie over eventuele afwijkingen van hun foetus, op basis waarvan zij een keuze kunnen maken voor het uitdragen of afbreken van de zwangerschap. Waar informatie ontbreekt, ontbreekt ook deze (keuze)mogelijkheid.
De introductie van deze vorm van prenatale screening was een maatschappelijke beslissing en kan niet alleen op het conto van artsen worden geschreven. Zij zijn evenmin degenen die de keuze voor selectieve abortus maken. Die ingrijpende en moreel beladen keuze is in ons land gelukkig aan de zwangere vrouw zelf. Overigens is het wel opmerkelijk dat de invoering van de echo bij 20 weken zo geruisloos is gegaan: een bredere maatschappelijke en politieke discussie hierover zou, gezien de impact ervan, zeker op zijn plaats zijn geweest.
Nederland heeft in verhouding tot de andere Europese landen een hoog sterftecijfer bij zuigelingen en rondom de geboorte. De invoering van de echo bij 20 weken kan daarmee te maken hebben. Nederland zat en zit danig in zijn maag met deze aanhoudend hoge score. Met de echo bij 20 weken wordt onder meer naar spina bifida (open rug) gekeken. Dat zou volgens Den Brok niet moeten mogen, omdat deze aandoening ook geen geldige reden zou zijn voor het doden van baby’s die daaraan lijden.
Hierbij wordt vergeten dat een abortus iets anders is dan het doden van een baby; wie dat beweert, zou moeten pleiten voor het afschaffen van abortus als zodanig. In het algemeen wordt echter uitgegaan van een relatieve en toenemende beschermwaardigheid van de foetus. Deze opvatting ligt ook aan de abortuswetgeving in Nederland ten grondslag, getuige de mogelijkheid van abortus tot 24 weken zwangerschap. Wat daar ook van zij, het is feitelijk onmogelijk een ervaren echoscopist op te dragen voorbij te zien aan spina bifida.
Een echo geeft in principe een volledig beeld van alle structurele afwijkingen. Of zou een deel van de verkregen informatie achtergehouden moeten worden? Maar dan, welk deel moet wel gezien en verteld worden? Volgens Den Brok alleen de „handicaps waar écht niet mee te leven is”. De vraag is natuurlijk welke dat zijn en wie dat dan bepaalt.

Tot nu toe wordt ervan uitgegaan dat ook de draagkracht van ouders in deze context een belangrijk criterium is. Al sinds de invoering van prenatale diagnostiek is er discussie over de mogelijkheid en wenselijkheid van het vaststellen van een lijstje van ernstige aandoeningen. Een pleidooi voor een verbod op selectieve abortus op spina bifida lijkt te impliceren dat zo’n lijstje met aandoeningen waarvoor een abortus toelaatbaar is op democratisch gelegitimeerde wijze zou kunnen worden vastgesteld. Zo'n lijst blijkt echter onhaalbaar vanwege de uiteenlopende opvattingen ter zake in medische, politieke en maatschappelijke kring. Een treffend voorbeeld is de verschillende keuzes die in de zwangerschap gemaakt worden bij kinderen met het syndroom van Down, zoals onlangs weer bleek in een portret in Trouw over twee families die hiermee te maken kregen.
Natuurlijk spelen financiële overwegingen mee bij de vraag over hoe groot het prenatale screeningsaanbod moet zijn. Dat behoort bij verantwoord overheidsbeleid ook zo te zijn. Maar als geld de enige doorslaggevende reden is, dan ziet het beleid er anders uit: nauwgezet opsporen van alle ’dure’ aandoeningen en een plicht of tenminste ferme druk om selectieve abortus te plegen als betreffende aandoening zich zou voordoen. Van zo’n beleid kan de medische stand noch de overheid worden beticht. Het laat onverlet dat het goed is waakzaam te blijven voor mogelijke druk die uitgaat van een screeningsaanbod zelf en van de maatschappij als zodanig.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.




Reacties (2)
De 20 weken echo wordt aan alle zwangeren aangeboden, net als de combinatietest. Niemand is verplicht hem te ondergaan. Het verschil met de combinatietest is dat de 20 wkn echo in de basisverzekering zit. Maar elke as moeder mag de echo weigeren, dat is geen enkel probleem. Het feit dat bijna iedereen kiest voor de 20 wkn echo geeft wel aan dat de echo in een behoefte voorziet. Misschien kan de politiek zich een verplaatsen in de behoeftes van as ouders.
Siem, Rotterdam op 12-02-2010, 17:22
Als Christenen zichzelf vrijwillig allerlei beperkingen willen opleggen, houdt niemand hen tegen. Maar om andersdenkenden vanuit particuliere geloofsovertuigingen wettelijke regelgeving op te leggen, is onaanvaardbaar en komt neer op terrorisme. Dat lijkt steeds meer het wezen te zijn van elke geloofsovertuiging, welke dan ook.
Jan, Bussum op 06-02-2009, 11:56
Plaats een reactie
Stuur artikel door