Paradox van Ongehoorzaamheid (opinie)
De normen voor buitenparlementaire actie zijn anno 2008 dezelfde als tien, twintig of veertig jaar geleden. Wat Duyvendak deed, kon niet.
Behoren buitenparlementaire acties tot het verleden? Mag het actieverleden van parlementariërs meewegen bij de beoordeling van hun huidige functioneren? Zijn alle ongehoorzame burgers ook burgerlijk ongehoorzaam? Deze vragen zijn mij na het verschijnen van mijn dissertatie ’Recht, Orde en Burgerlijke Ongehoorzaamheid’ (1972) regelmatig gesteld. Deze week werd ik van alle kanten opnieuw bestormd: wat mag wel en wat niet, in een democratie? Mijn antwoord was en is steevast: ’Dank u wel, wat vindt u er zelf van?’
In mijn proefschrift beantwoordde ik voor mijzelf de lastige vraag wanneer het moreel verantwoord is –wat niet hetzelfde is als juridisch geoorloofd– om wetten te overtreden. Wie welbewust kiest voor politiek gemotiveerde ongehoorzaamheid, zal alle risico’s moeten afwegen en moreel en juridisch verantwoording moeten afleggen, het liefst in het openbaar, als de omstandigheden het toelaten. Mijn eigen antwoord bleek voor velen in die tijd overtuigend. Echter niet voor iedereen, en zeker niet voor veel actievoerders.
Cruciaal voor de legitimiteit van ongehoorzaamheid is de staatsvorm. Een democratie kent regels om regels te veranderen. Die procedures dienen gevolgd te worden, wil men via politieke besluitvorming veranderingen in besluiten en beleid aanbrengen.
Het kan zijn dat een democratie niet feilloos werkt en dat de openheid en veranderingsmogelijkheden dicht zitten. Dat was bijvoorbeeld lang het geval in de Verenigde Staten, waar de zwarte minderheid systematisch werd uitgesloten van deelname aan het democratische proces. De civil rights-beweging, die al meer dan een eeuw bestond, koos vanaf 1954 onder leiding van Martin Luther King voor civil disobedience, geďnspireerd door Gandhi in Brits-Indië. In combinatie met politieke acties zorgde dat voor verandering van Kieswetten en andere discriminerende wetgeving.
Of een andere situatie: de Neurenberger rassenwetten van 1934, uitgevaardigd door het in 1933 democratisch gekozen Hitler-bewind. Indien de Duitse bevolking massaal tegen deze misdadige wetgeving in actie zou zijn gekomen, zou dit moreel én juridisch geoorloofd zijn geweest. De verschrikkelijke geschiedenis van de twintigste eeuw zou anders hebben kunnen verlopen.
Ook in een democratie kunnen wetten tegen het geweten indruisen en onrechtmatig zijn. Actie daartegen is geenszins verboden, en kan soms zelfs zeer gewenst zijn. Dat geldt nog steeds. In een autoritaire of totalitaire staat, zoals communistisch Rusland of het apartheidsregime van Zuid-Afrika, of het huidige China, worden acties van burgers onmogelijk gemaakt en letterlijk onderdrukt.
Dit brengt me op de door mij al eens eerder geformuleerde paradox van ongehoorzaamheid: waar acties van politieke of burgerlijke ongehoorzaamheid het minst mogelijk zijn, in totalitaire regimes, zijn ze moreel en juridisch het meest te rechtvaardigen; waar die acties verreweg het gemakkelijkst zijn te realiseren, in democratische rechtsstaten zijn ze moreel en juridisch het minst te rechtvaardigen. Dit klinkt erg vanzelfsprekend en dat is het ook.
Ook de vraag naar het gebruik van geweld is van de staatsvorm afhankelijk. Een volkomen pacifistisch standpunt kan leiden tot voortduring van ondraaglijke onderdrukking. Tijdens de bezettingsjaren was verzet geoorloofd. Veel protestanten worstelden toen met de vraag van de geoorloofdheid van ongehoorzaamheid aan ’het gezag’, en in de beste Trouw-traditie waren vele gereformeerden, naast uiteraard anderen, betrokken bij illegaliteit. De risico’s in die situatie zijn groot en daarom moet ieder voor zichzelf de grens van gehoorzaamheid afwegen.
Na de Tweede Wereldoorlog is een absolute gehoorzaamheidsplicht aan de wetten van een staat –en aan immorele bevelen van staatshoofden of militaire leiders– moreel én juridisch onhoudbaar geworden. Geldt dit nu ook voor een democratie?
Juist omdat buitenparlementaire acties en verzet in een democratie zoveel gemakkelijker te realiseren zijn, zal de rechtvaardiging ervan uiterst zorgvuldig moeten worden overwogen, en de uitvoering aan belangrijke beperkingen onderhevig zijn. Anders komt men heel snel in anti-democratisch vaarwater, zoals de geschiedenis van links- en rechtsradicalisme steeds opnieuw bewijst. Kritiek op het functioneren van de democratie zal het behoud ervan immer als doel moeten houden. Degenen die zichzelf bij acties van burgerlijke ongehoorzaamheid beperkingen opleggen, maken een principiële keuze vóór de democratie, mede uit respect voor andersdenkende medeburgers.
De in mijn proefschrift beschreven regels zijn sinds 1972 als normatieve criteria gaan functioneren: de wetsovertreding komt voort uit het geweten, is weloverwogen, men heeft eerst andere wettelijke middelen gebruikt, de handeling geschiedt openlijk, er moet een symbolische samenhang bestaan tussen daad en de te overtreden wet, men werkt vrijwillig mee aan arrestatie en vervolging, men aanvaardt het risico van straf, de rechten van anderen worden zoveel mogelijk geëerbiedigd. En vooral: de actie is geweldloos.
Geweldloosheid is noodzakelijk als erkenning van het democratische recht van andersdenkende medeburgers, en uiteraard vooral hun recht op leven. In feite probeert men via een ongehoorzaamheidsactie en het daaropvolgende openbare rechtsproces politici, bestuurders én vooral medeburgers tot andere gedachten en besluitvorming te brengen. Dat is ook vaak gelukt.
Gemeten naar de stand van zaken in de jaren zeventig en tachtig vallen de stille inbraken van Wijnand Duyvendak en de persoonlijke bedreiging van hoge ambtenaren niet onder de noemer van ’burgerlijke ongehoorzaamheid’. De aanslag op Aad Kosto’s woning en andere Rara-rariteiten, zoals de nooit opgehelderde aanslag op het ministerie van Sociale Zaken, kunnen en konden evenmin enige rechtvaardiging vinden. (Misschien wordt die nu ook door een gevestigd persoon of politicus opgebiecht). Dat de tijdgeest in het begin van de jaren tachtig kennelijk anders was, geeft geen extra rechtvaardiging achteraf.
Duyvendaks huidige inzicht dat een democratie slechts bij de democratie passende actiemiddelen kan verdragen is juist en verstandig, maar komt erg laat. Toen bestond en gold datzelfde inzicht immers ook al; de discussie over geoorloofdheid van actiemiddelen en geweld was bovendien bij eenieder bekend.
Slechts ideologische verblinding, uitgedrukt in het bekende anti-democratische ’het doel heiligt de middelen’ en onderlinge wedijver wie het verst durfde te gaan, kan de radicalisering van bewegingen in die tijd verklaren. Duyvendak verkeert daarbij in goed gezelschap van de vroege provo Relus ter Beek, de toen geharde marxist Pim Fortuyn en de kraakster Rita Verdonk, politici die thans een onbevlekt democratisch blazoen toegedicht krijgen. Hun onkritische gelijkhebberij van toen vertoont echter opvallend veel overeenkomsten met de hedendaagse populistische kritiek (’Dat Haagse gedoe’).
Er is geen enkele reden waarom buitenparlementaire actie anno 2008 minder zou mogen dan tien, twintig of veertig jaar geleden. De norm en de strenge vorm zijn nog altijd dezelfde. Pas als de democratie in zijn fundamentele opzet begint te falen is buitenparlementaire actie aan de orde. Bijvoorbeeld als burgers op grond van hun herkomst of religie via parlementaire besluitvorming burgerrechten worden ontzegd. Of als heilige boeken bij wet worden verboden. Zulke wetten druisen in tegen de kern van de democratie en mogen een halt worden toegeroepen. Gandhi’s opvatting dat het doel in de keuze van middelen zichtbaar moet worden, is historisch en moreel een goede leidraad gebleken.
Een herdruk van Kees Schuyts proefschrift uit 1972 verschijnt dit najaar bij Amsterdam University Press.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.




Reacties (16)
De heer Schuyt zegt:" Bijvoorbeeld als burgers op grond van hun herkomst of religie via parlementaire besluitvorming burgerrechten worden ontzegd. Of als heilige boeken bij wet worden verboden".Hij omschrijft de facto de situatie in Saoedi Arabie, Afghanistan, Soedan, Mauretanie, Noord Kora etc... Daar is burgerlijke ongehoorzaamheid daar tegen meestal dodelijk.Hij bedoelt waarschijnlijk raar genoeg dat in Nederland ook wel eens het gevaar kan dreigen dat mensen door hun afkomst burgerrechten verliezen. Alleen maar omdat één politicus een kansloze opmerking maakte over het verbieden van de koran.
eddy terstall, amsterdam op 26-08-2008, 10:18
Deze discussie zou moeten gaan over de bedenkelijk parlementaire subversie van de bewindslieden die zonder democratische besluitvorming de kernenergiecentrales wilden doordrukken! Een relatief eenvoudig vergrijp als inbreken in een ministerie is peanuts vergeleken bij dit buitenparlementair complot dat de "volksvertegenwoordigers" beraamden. Duivendak is enkel de boodschapper van dit feit. Laten we de ware criminelen op de juiste waarde inschatten!
Gerard, Amsterdam op 25-08-2008, 21:19
De vraag of het actieverleden mee mag wegen bij de beoordeling van het functioneren van parlementariërs is in het geval van Duyvendak niet moeilijk te beantwoorden. Eerst dient de vraag gesteld te worden of een activist/terrorist met strafblad een functie mag bekleden als parlementariër. Ook als parlementariër onderhoudt Duyvendak contacten met het criminele gesubsidieerde netwerk. In de jaren tachtig was er geen sprake van oorlog of een totalitair regiem. Kees Schuyt meent kennelijk dat onze seculiere staat concessies dient te doen aan een intolerante ideologie. Hoezo verkeert deze RaRa-terrorist in goed gezelschap van Fortuyn en Verdonk?
Isa, Amsterdam op 24-08-2008, 18:23
Schuyt creeert nu zelf een paradox met de door hem aangehaalde voorbeelden. De vrijheid van godsdienst, vereniging en drukpers zijn geen kernwaarden van de democratie, maar zijn als (liberale) dogma's door de staat opgelegd aan een bevolking, die zelf in meerderheid de noodzaak er niet van inzag. Zouden er in de context van die tijd (1848) dan morele en juridische argumenten geweest zijn om zich burgerlijke ongehoorzaam op te stellen jegens invoering van deze grondrechten, die wij nu als kerwaarden ervaren? Ik denk het wel.
rico, rotterdam op 24-08-2008, 14:06
Over de heiligheid van vermeende heilige "geschriften"is nog wel wat te zeggen.Als deze een werkelijke bedreiging voor de democratie en haar functioneren en de daar uit voortkomende tolerantie vormen,geld wat mij betreft "geen tolerantie voor het intolerante". Een democratie hoeft niet haar eigen ondergang te laten propageren.Dat zal misschien wel heel democratisch zijn, maar het lijkt mij alleen maar dom.
pellinkhof, genneton op 24-08-2008, 14:06
Ik vind dit een wat ingewikkeld en ook onwerkbaar verhaal. Ik denk dat je beter het wettelijke gedeelte los kunt zien van het doel van een actie. Vervolging en berechting is dan altijd eventueel aan het wettelijke gezag, en het doel van de actie wordt daar onafhankelijk van beoordeeld. Ieder kan dan voor zichzelf een afweging maken of het doel van de actie opweegt tegen het overtreden van de wet, zonder dat je ooit spreekt van een rechtvaardiging. Je kunt dan een inbraak op een ministerie afkeuren, maar gelijktijdig het boven water halen van papieren over kernenergie als doel van die actie een goede zaak vinden.
s.b, Zwolle op 23-08-2008, 20:21
De vraag, wat wel en wat niet is geoorloofd bij buitenparlementaire actie moet worden beantwoord na weging van de kwaliteit van de parlementaire democratie. Daar waar de parlementaire democratie onvoldoende functioneert, zoals bijvoorbeeld in het Zuid-Afrika van de Apartheid, of in het Amerika van de Rassenscheiding, daar is geweld wel degelijk geoorloofd. Immers: de parlementen daar weigerden grote delen van het volk te vertegenwoordigen en, sterker nog, beperkten hun rechten in ernstige mate, vaak middels (de dreiging met) geweld. In dergelijke gevallen is buitenparlementaire actie een democratisch kwaliteitsinstrument.
Bert, Groningen op 23-08-2008, 16:59
Ik deel de mening van Kees Schuyt. Buitenparlementaire akties kunnen een positieve bijdrage leveren aan de democratie. Gebruik van geweld en het achterwege laten van het nemen van de verantwoordelijkheid maakt het verschil. Anoniem de wet overtreden is laf en het gebruik van geweld/bedreigingen is een vorm van criminaliteit. Duyvendak heeft voor lafheid gekozen, dus gelogen tot de verjaring een feit was. Het plaatsen van adressen van personen en het oproepen tot "lastigvallen" valt. m.i. onder criminaliteit. Hij mag dan niet gestraft zijn, dat doet aan zijn criminele daden niets af. Er waren ook geweldloze krakers. Elk geval apart beoordelen!
A.Frumau, Noordwijk op 23-08-2008, 15:56
Verdonk als kraakster. Dat is een mooie.
R Coenen, Tirgu Mures op 23-08-2008, 13:40
Of het bij wet verbieden van heilige boeken de kern van de democratie aantast zoals Schuyt zegt is maar de vraag. Democratie kent scheiding van kerk en staat. Dit los van de praktische haalbaarheid van een verbod van bijv. de Koran. Vanwege de onmogelijkheid van een verbod van Bijbel en Koran staan deze boeken de facto wel boven de wet. Laten die dan maar de openlijk erkende uitzonderingen blijven. Door aan art. 1 GW een andere betekenis te geven dan ten tijde van de grondwetsherziening stond het gelijkheids en antiracismedenken bovenaan de pikorde. Ondemocratisch en doet denken aan de islamitische landen met de Koran bovenaan de pikorde.
J.J. v.d. Gulik, Andijk op 23-08-2008, 13:40
"De normen voor buitenparlementaire actie zijn anno 2008 dezelfde als tien, twintig of veertig jaar geleden."Als een jurist deze zin had neergeschreven zou ik die nog begrijpen, maar als een socioloog dat doet zet ik vraagtekens bij omdat deze bewering niet klopt. De grootste overwinning van de buitenparlementaire protest-beweging is de kraakwet waarvan men nu nog de naweeen van voelt en die defacto een aantasting is van het heilige eigendomrecht: een verschuiving van de norm. Het sociale klimaat in de zestiger jaren werd bepaald door de linkse beweging en bracht de trad. zeggenschapsstructuur aan het wankelen ook op de universiteiten.
g.hanness, ter aar op 23-08-2008, 11:47
We hebben er een ruime week op moeten wachten, maar hier staat kort en bondig geformuleerd hoe de vork in de steel steekt en vooral hoort te steken. Schuyt rekent ook af met het tijdsgeest-criterium dat Welten (rubriek Filosofie) gebruikt om de veroordeling achteraf als een gebrek aan historisch besef te duiden. Die 'tijdsgeest' werd zelf gecreëerd door radicalen, een geestelijke barricade waarachter velen zich nog steeds verschuilen. Juist Duyvendak doet dat niet meer en krijgt nu alles over zich heen. Nou ja, over tien jaar is er vast een replay en zal Duyvendaks huidige opening van zaken weer in een ander licht bekeken worden.
Fred, Leiden op 23-08-2008, 11:47
Schijnbaar denkt Kees Schuyt dat hij moreel superieur is. Wetten die hij tegen "de kern van de democratie" vindt indruisen, kunnen anderen juist als wetten beschouwen die deel uit maken van de kern van de democratie. En ook andersom: wetten waarvan anderen vinden dat zij tegen de kern van de democratie indruisen, kan Kees Schuyt als wetten beschouwen die deel uit maken van de kern van de democratie. Ik heb overigens sterk de indruk dat Kees Schuyt vooral een pleidooi voor buitenparlementaire acties houdt omdat die meestal van (extreem-)linkse signatuur zijn. Zou hij ook illegale acties van rechtse signatuur vergoelijken? Waarschijnlijk niet.
Richard, Maastricht op 23-08-2008, 09:57
Ben het vrijwel eens, zeker als het gaat om de geweldloosheid en de openheid. Maar KS is m.i. te serviel bezig. Binnen onze "democratie" kan de regering, gesteund door het parlement, ongestraft overgaan tot privatisering van openbare taken. Burgers met weinig middelen komen in de kou te staan. Inkomensverschillen worden met het jaar groter. De openbare ruimte wordt verkwanseld aan de lui met het grote geld. Kortom, de democratie is aan het inboeten. Volgens mij moet KS zich uitspreken over het politieke paradigma, waarin volgens hem burgerlijke ongehoorzaamheid overbodig wordt. Ik denk dat alleen een sociocratie echt democratisch mag heten.
F.M. Vermeulen, Roosendaal op 23-08-2008, 09:56
Dit artikel is wel erg lang en uitgebreid om de "Paradox van de Ongehoorzaamheid" (iets doen wat niet mag) uit te leggen aan het volk.Het laffe en misselijke van de ongehoorzame schavuiten is dat zij straf als onderdrukkend ervaren en een soort van islamitisch martelaarschap schijnen na te streven: verongelijkt zitten te morren in het gevang. En dan nu nog proberen geld te verdienen met het publiceren van een boek of de heruitgave van een verbleekt proefschrift.
Bukowsky, Santiago op 23-08-2008, 09:54
Ik moet zeggen dat dhr Schuyt pijnlijk nauwkeurig de vinger op de (zure? beurse?pijnlijke? rotte?) plek legt. Hij verwoord ook beter mijn weerzin tegen de genoemde poltici -dit ongeacht of ze aan de rechter of linker zijde acteren-. Als Duyvendak en Verdonk (ea) zich dan wel Martin Luther King dan wel 'gespeelde onschuld' naar voren halen dan is dat niks anders dan schijnheiligheid en leugenachtigheid. Wel in de pot roeren maar geen verantwoordelijkheid dragen. Flinke jongens en meisjes hoor. Ik plaats dorpspomp toeteraar Wilders overigens in hetzelfde stramien.
Peter Rutten, Haarlem op 22-08-2008, 22:17
Plaats een reactie
Stuur artikel door