Kamer, staak het ’potje ongegeneerd onbeschoft’ (opinie)
Waar ooit een Kamerlid het woord ’apekool’ moest terugnemen, lijkt nu niets te gek. De Kamer moet zich verzetten tegen de vergroving van het taalgebruik.
’Heeft u uw fatsoen verloren?’ Drie keer raden uit welke hoek van de Tweede Kamer een schriftelijke vraag als deze afkomstig is.
Kamervoorzitter Verbeet.
In het al veel te veel besproken Kamerdebat over het islamitisch activisme werd niet op een woordje meer of minder gekeken: een minister werd ’knettergek’ verklaard, een premier maakte zich schuldig aan ’verraad’ en een Kamermeerderheid was een stelletjes lafaards’.
Die parlementaire taalverruwing is al een tijdje aan de gang. Nog niet zo lang geleden werden woorden als ’misleiding’, ’apekool’ en ’verlakkerij’ door de Kamervoorzitter onbarmhartig afgehamerd. Om nog maar te zwijgen van beschuldigingen over ’onbeschaamdheid’, ’woordbreuk’ en ’gifmengerij’. Nog in de jaren tachtig mocht een Amerikaans minister in de Kamer geen ’nitwit’ worden genoemd. En toen premier Lubbers te horen kreeg ’geen specialist op het gebied van de politieke waarachtigheid’ te zijn, moesten die woorden publiekelijk worden teruggenomen: ’Een minister verkoopt geen leugens.’
Het Binnenhof is al een tijdje in een greep van een soort inflatie: een verbale geldontwaarding. Er worden steeds grotere woorden gebruikt. Het minste of geringste is een ’schande’, de rest al gauw een ’schandaal’. Dat neemt soms zulke vormen aan dat je onwillekeurig afvraagt hoe een echte ’schande’ genoemd gaat worden? Of zal een schandaal tussen die woorden niet meer opvallen?
Waarom die parlementaire verruwing zo ontluisterend is? Natuurlijk omdat het een gebrek aan stijl laat zien. Omdat krachttermen geen bewijs van kracht zijn. En natuurlijk omdat het de Tweede Kamer naar beneden haalt. Maar vooral ook omdat het niet de goede toon is om gezamenlijk problemen aan te pakken.
Die grote, grove woorden binnen en buiten de Kamer vertroebelen het zicht op waar het werkelijk om gaat. In plaats van iets op te lossen, vergroten ze problemen.
Er is daarom alle reden, zoals ’mijn’ fractievoorzitter Pieter van Geel na afloop van het Kamerdebat-met-Wilders op zijn weblog schreef, om het ’potje ongegeneerd onbeschoft’ te staken en weer ’normaal tegen elkaar’ te doen.
Nee, de Tweede Kamer was ook vóór Wilders geen toonbeeld van fatsoen. Wie door de parlementaire geschiedenisboekjes bladert, komt veel voorbeelden tegen van Kamerleden die uit de bocht vlogen. Alleen al de talloze vermaningen van Kamervoorzitters door de jaren heen om ’stijlvol’ te zijn (1927), om het ’decorum’ te bewaren (1905) en ’ook naar buiten de indruk te maken een ernstig Parlement te zijn’ (1918) illustreren dat het er soms heftig toeging.
Maar anders dan vroeger ontbreekt tegenwoordig een correctiemechanisme. Waar tot voor kort de Kamervoorzitter de rol van scheidsrechter (’een loods die het schip langs alle klippen heen, behouden in de haven brengt’) werd toegedacht, wordt hij/zij nauwelijks meer geacht in te grijpen. De huidige Kamervoorzitter, Gerdi Verbeet, heeft het een enkele keer geprobeerd, zij is van een koude kermis teruggekomen. Ook omdat de Kamermeerderheid het liet gebeuren.
Het ’knettergekke’ Kamerdebat is een extra aansporing om het verloren terrein te herwinnen. Dat vergt een sterk Kamervoorzitterschap, gesteund door een brede Kamermeerderheid. Het moet weer het ’wakend oog en oor’ worden dat (aldus een Kamerlid in de jaren tachtig) ’ons regelmatig voorhoudt goed op onze woorden te letten’. Eventueel met een aangescherpt reglement van orde in de hand.
Nee, ik bepleit geen terugkeer naar de situatie waarbij de Kamervoorzitter een Kamerlid een dag de toegang tot het Kamergebouw ontzegde, omdat hij zijn collega’s vanuit het spreekgestoelte voor ’schoelje’ had uitgemaakt. En niet elke slak behoeft met zout te worden aangepakt. Maar het moet weer ’vanzelfsprekend’ worden – zoals oud-Kamervoorzitter Vondeling eens zei – dat de Kamervoorzitter opkomt voor het parlementair fatsoen.
’Heeft u uw fatsoen verloren?’ Dat moet niet een Kamerlid aan een minister, maar een Kamervoorzitter aan een Kamerlid kunnen vragen.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.





Reacties (15)
Ik vind het een verademing na al die mooie praatjes van politici die spreken met meel in de mond. Het debat wordt voor het gewone voetvolk een stuk aantrekkelijker.
Jessica, Utrecht op 13-09-2007, 22:16
Ik houd wel van gepeperd taalgebruik. Het bestrijdt de saaiheid van het debat en betrekt mensen bij de politiek. In de tweede kamer moet ook theater en drama kunnen zijn. Wilders is zeker niet over de schreef gegaan. Termen als ?knettergek?, ?verraad? en ?laf? zijn politiek relevant, hoeven niet verhullend te worden verpakt, en kunnen in dit geval feitelijk ook goed worden onderbouwd. Het normale verhullende taalgebruik hindert me veel meer. Ik denk dat er sprake is van jalouzie over het effectieve politieke optreden van Wilders in de leeuwenkuil.
Kees, Amsterdam op 13-09-2007, 16:27
Is het mogelijk dat de taalverruwing in het parlement niet meer is dan een symptoon van een (sterk) verminderde kwaliteit van de parlementariërs? Is het niet zo dat (ook) de parijgenoten van de heer Schinkelshoek zich liever bezig houden met (moralistische) futiliteiten en incidenten dan met echt belangrijke zaken? Kijk naar de commentaren op de Donor Show, Lingo etc en zet dat af tegen de discussie over Afghanistan, de EU-"grondwet", de steun voor de inval in Irak en de discussie met de heer Wilders. Zelfs dit artikel is een miskleun. Verbetering moet in de Kamer worden geregeld en niet door geklaag in de media.
Bert, Heerhugwoaard op 13-09-2007, 16:26
De hele maatschappij is veranderd. Onder ander door kleding, taalgebruik, omgangsvormen, etc. Aangezien de kamer een afspiegeling van de samenleving is hadden we dit kunnen verwachten. Het niveau van onze parlementariërs is minder, de debatten gaan inhoudelijk nergens over. Het gaat om verdediging van coalitiebelangen en voor de rest wordt niet naar elkaar geluisterd. De leuze van JP: Fatsoen moet je doen" heeft in ons land (de bevolking) niet echt geholpen maar in het parlement zeker niet.
Henry, Vleuten op 13-09-2007, 16:25
Iemand die het slachtoffer is geworden van iets gebruikt uit machteloze woede vaak krachttermen of scheldwoorden. Ook gebruikt men vaak krachttermen als men niet gehoord wordt. Bij Wilders en zijn aanhang speelt beide een rol. Het kwam jarenlang voor dat politici misstanden niet erkenden, niet aanpakten, verkeerd aanpakten, ontkenden of bagatelliseerden. Omdat politici zelf die problemen niet hadden en hun inlevingsvermogen te kort schoot. Veel burgers werden het slachtoffer van deze falende politici en daarom gebruiken zij nu krachttermen. In plaats van mensen de mond te snoeren zouden politici beter eens naar zichzelf kunnen kijken.
Hans, Amsterdam op 13-09-2007, 16:19
het valt me altijd op, dat vooral rechtse kamerleden op hun taalgebruik worden aangesproken. wat is er, toen links niet in de regering zat niet allemaal over balkenende uitgestort. overigens wat is er mis met het woord knettergek ? gaat het om "gek" ? "de minsiter is gek geworden" ? dat mag een kamerlid toch constateren. of gaat het om "knetter"? "de minister is helemaal gek geworden" toch een vrij normale uitdrukking. als de overige kamerleden en vervolgens de media er niet zo'n drukte om hadden gemaakt, was er absoluut nierts an de hand geweest. daar zit ook het probleem: de kamer in combinatie met de vooral linkse media, inclusief de nos.
hans, eindhoven op 13-09-2007, 16:07
een dom verhaal van schinkelshoek. de 2e kamer is het podium bij uitstek, waar je mag verwachten, dat leugen en misleiding wordt bestreden. met uitsluiting van domweg schelden is het zeker nodig om een leugen een leugen te noemen , en misleiding eveneens. de gewone burger keert zich af van een politiek bedrijf, waar de ene heer van stand , een moord becommentarierend , tegen de ander zegt " vindt u niet dat dit wat ver gaat ? " .
willem, amsterdam op 13-09-2007, 11:31
In de tijd van Fortuyn stond de hele linkse kamer klaar met kwalificaties van racist tot Mussolini. Verdonks beleid werd stelselmatig in de hoek van deportaties gezet en na de brand heb ik niemand afstand horen nemen van spandoeken met moordenares. Je mag in de kamer wel iemand asociaal en onmenselijk noemen, maar knettergek zou te ver gaan. Of geld dat alleen als het aan het adres is van Verbeets PVDA vriendinnetjes? Verbeet heeft zich afgelopen periode als een ontzettend zwakke, klungelige en partijdige voorzitter gepresenteerd.
bob, Utrecht op 13-09-2007, 11:28
De titel (niet van Schinkelshoek zelf afkomstig, neem ik aan) boven dit stuk zegt al genoeg. Het woord 'onbeschoft' zou in de Kamer niet worden geaccepteerd. En dat is nu net waar het om draait. Het taalgebruik is onmiskenbaar verruwd. Je moest alles kunnen zeggen. BN-ers als Paul de Leeuw en Hans Teeuwen deden dat dan ook. Lovende kritieken in de media, ja zelfs prijzen waren hun deel. En waagde niet om een kritische opmerking over hun taalgebruik te maken. Je werd weggezet als ouderwets (om de krachttermen maar niet te noemen). Fatsoen moet je doen, zei premier Balkenende 5 jaar geleden al. We hebben nog een lange weg te gaan.
Theo, Alblasserdam op 13-09-2007, 11:21
Ach, als alles gezegd kan worden, hoeven sommige kamerleden zich niet beschaafder voor te doen dan ze zijn, en dat schept in ieder geval duidelijkheid voor de kiezers.
Gerard van Wilgen, Bilthoven op 13-09-2007, 10:30
Ik zou het hier volledig mee eens kunnen zijn, ware het niet dat het voornaamste probleem nog niet is genoemd. Naast het schelden op moslims doet Wilders niets liever dan het slachtoffertje te spelen, dat wordt gedemoniseerd. En hoe je daarmee moet omgaan... ik heb geen idee...
Nico, Amsterdam op 13-09-2007, 10:10
laat ik in mijn onnozelheid nu toch denken dat de kamer een afspiegeling van de maatschappij is, die zij vertegenwoordigt! En ik wil niet vervelend zijn hoor, maar verruwt en vergroft het taalgebruik in diezelfde maatschappij niet met de dag?
Arnold, Leipzig op 13-09-2007, 10:06
Door systeem van de parlementaire onschendbaarheid moet kamerlid veel kunnen zeggen. Initiatief van de Kamervoorzitter om met de partijen te praten over wat kan en niet kan lijkt hierop een aanval. Partijen die er het meest belang bij hebben de vrijheid zoveel mogelijk in te perken zijn de partijen in het centrum van de macht. Die leveren de kamervoorzitter. Zakelijke kritiek hoe hard ook moet sowieso kunnen. Vogelaar een cultuurverrader noemen bijvoorbeeld. Mag dan geen kritiek geleverd worden op het onder druk zetten van de cultuur? Dat woord zal dan ook door velen als passend worden gezien. Kamervoorzitter bedrijft sinds Janmaat politiek.
J.J. v.d. Gulik, Andijk op 13-09-2007, 09:31
Een democratisch gekozen regering is het spiegelbeeld van een volk... Zie het taalgebruik in reacties op nieuws. Mij verwondert niets meer.
Dr. John, Granada op 13-09-2007, 09:27
Het is helaas een direkt gevolg van de secularisatie, waarbij de vaak goddeloze media en `show business` de standaard zetten. Religie leert altijd het belang van een soort `centraal figuur` die uiteindelijke verantwoording neemt, corrigeert of ingrijpt. Het resultaat dus van a-religieusiteit is een afwezigheid van sociale orde, en dus ook van het verlies aan respekt en ethiek in de samenleving.
deJong, Vlaardingen op 13-09-2007, 09:26
Plaats een reactie
Stuur artikel door