Banneling in New York
Harmoniumspeler in New Delhi. © FOTO REUTERS
U bekijkt nu: pagina 1 van 5.
Anderhalf jaar geleden sloeg de populaire Pakistaanse muzikant Haroon Bacha op de vlucht voor de taliban en vestigde zich in New York. De Amerikaanse filosoof Austin Dacey raakte bevriend met hem én met diens instrument. „Ik ontdekte dat het harmonium al veel vaker onderwerp was geweest van hevige strijd over culturele identiteit en religieuze waarheid.”
Ik heb een asielzoeker in huis. Ik heb mijn appartement opengesteld voor een dissident. Een politieke vluchteling uit Pakistan, wiens wortels reiken tot Gujarat en Parijs en zelfs tot Alexandrië. Deze banneling, die niet meer mocht optreden op de Indiase radio, beschoten werd door militanten in de bergen van Pakistan, en toch bemind wordt door miljoenen, is gebrandmerkt als een vijand van de traditie, ja zelfs als een vijand van God.
Hoewel we vele uren samen hebben doorgebracht, heeft hij nog nooit een woord tegen me uitgebracht – alleen tonen. Nu rust hij zwijgend op de vloer, onder een saffraankleurige hoes, niet meer dan een meter lang.
Mijn gast is een harmonium, een exemplaar uit de familie van toonorgels, in de hindoetraditie bekend onder de naam armonia of pianu. Zijn smalle plastic toetsen (grofweg drie octaven) zitten in een bewerkte houten kist die, zonder poten, op de grond rust.
De blaasbalgen worden opgepompt met de linkerhand, terwijl de rechter de toetsen bedient. Het harmonium is een neefje van de accordeon, maar zijn geluid heeft niet het nostalgische van de musette in het Franse café noch het strakke van de Argentijnse bandoneon. Het is een geluid dat tegelijk teder is en robuust, verongelijkt en vastberaden, gehard door de tijd en de afstand.
Terwijl ik een pot Afghaanse thee zet, wachten we samen op de komst van Haroon Bacha. Hij is een populaire zanger uit Pakistan, zeer geliefd bij de Pasjtoen, de een na grootste etnische minderheid daar. Bacha ontvluchtte in de herfst van 2008 zijn huis nabij Peshawar, in de Noordwestelijke Grensprovincie, nadat religieuze extremisten die banden hebben met de taliban dreigden hem te doden. Het eerste wat de taliban deden nadat ze de macht in de regio hadden, was hun pijlen richten op de muziek. Muziek beschouwen ze als ’onislamitisch’.
Later die avond zal Bacha het harmonium bespelen en zijn liederen zingen tijdens een concert dat ik heb georganiseerd in New York, ter gelegenheid van de Dag van de Mensenrechten. Elk jaar op 10 december wordt herdacht dat op die dag in 1948 de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens werd aangenomen.
Het doel van het concert vanavond is het promoten van deze muziekcultuur, en het publiek eraan herinneren dat ook de vrijheid van muzikale expressie continue waakzaamheid vereist – een vrijheid die valt onder Artikel 19 van de Verklaring: „Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om via alle mogelijke middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden na te gaan, te ontvangen en door te geven.”
Enkele maanden eerder had ik Bacha ontmoet in mijn hoedanigheid als adviseur van Freemuse, een non-profitorganisatie uit Kopenhagen die opkomt voor de mensenrechten van musici. Bacha had politiek asiel gekregen in New York en woonde niet ver bij mij vandaan, in Flatbush, Brooklyn. Intussen probeerde hij zijn vrouw en twee kinderen over te laten komen.
De situatie in zijn vaderland was beroerd. De directe slachtoffers van de talibancampagne tegen alle muziek waren honderden Pasjtoen muzikanten en componisten. Zij kregen te maken met intimidatie en dodelijk geweld, alleen omdat ze vasthielden aan een eeuwenoude artistieke traditie. Ontelbare opnames en instrumenten werden vernietigd tijdens bombardementen, branden, en bij aanslagen gepleegd door gewapende fanatiekelingen. Onlangs nog werd de harmoniumspeler en componist Anwal Gul doodgeschoten toen hij door de bergen reed na een optreden bij een huwelijksplechtigheid.
De auteur met Haroon Bacha.
: FOTO QUAC PHAM
Haroon Bacha en ik raakten bevriend. Ik probeerde zijn verhaal te begrijpen. En ik probeerde het verhaal van zijn instrument te begrijpen. Ik ontdekte dat het harmonium, door Franse missionarissen halverwege de negentiende eeuw naar India gebracht, al veel vaker onderwerp was geweest van hevige strijd over culturele identiteit en religieuze waarheid.
Ik ontdekte dat dezelfde spirituele opvattingen die de fanatieke taliban dreven ook al aanwezig waren in de geschiedenis van het christendom. Terwijl het harmonium en het pijporgel in westerse oren synoniem geworden zijn met heiligheid, waren de kerkvaders principieel tegen alle vormen van niet-vocale muziek. Instrumenten waren heidens. Het orgel wist de eredienst pas binnen te komen na hevig theologisch verzet.
Het is duidelijk dat het harmonium vele vijanden had. Maar was God een van hen?
In 1842 vroeg Alexandre-François Debain, een Parijse instrumentenbouwer, patent aan op het harmonium. Rond 1780 waren er in St. Petersburg al prototypes, maar het ontwerp van Debain werd de standaard. Het had drie octaven, een stel pijpen en een trappedaal. En hoewel sommige Europese componisten experimenteerden met het harmonium – onder wie Rossini, Franck, Saint-Saëns, and Dvorák – kreeg het instrument uiteindelijk geen werelds, maar een spiritueel karakter.
In de Verenigde Staten werd het toonorgel of ’Amerikaanse orgel’ populair in kleine kerken en kapelletjes, maar ook in het gelovige huisgezin.
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
- Toon heel artikel
- vorige pagina
- 1
- 2
- 3
- 4
- 5
- volgende pagina
Austin Dacey @ is filosoof en schrijver te New York. Hij is als adviseur verbonden aan Freemuse, een organisatie die zich inzet voor de mensenrechten van musici. In 2008 verscheen bij Prometheus Books zijn essaybundel ’The Secular Conscience. Why Belief Belongs in Public Life’.




Reacties (6)
Johrij blijkt verdrongen, dan wel vergeten te zijn, dat 'taliban' als algemene aanduiging staat voor de algemene aanduiding: Afghaan.
Dat 'wij' uit andere landen gasten zijn als democraten - zeggen 'wij' tenminste: van de Afghanen.
Is het democratisch een ander jouw wil op te leggen?
Het waren toch niet de taliban die 9/11 veroorzaakten.
Zeker, de taliban doen dat ook met geweld en 'middeleeuws'; daarover is geen verschil bij ons van inzicht.
Verschil van inzicht is: hoe verander je deze huidige Afghaanse situatie politiek?
Daarbij levert Geert Wilders, i.t.t. Guusje ter Horst, geen enkele politieke bijdrage.
Vergat Johrij dit? \
Albert Ledder, Amsterdam op 10-02-2010, 17:37
Interessant artikel, maar het bevat nogal wat onzorgvuldigheden. Ons harmonium, is een ander lid van de familie, met een klavieromvang van ca. 5 oktaven.
Er is geen "reusachtige voorouder". De echte voorouder is het 16e eeuwse orgelregaal, een klein instrument dus.
Die zgn. reusachtige voorouder is het middeleeuwse orgel, met een blokwerklade waarop alle registers gelijktijdig klonken.
Tenslotte: een voetpedaal heet gewoon pedaal, een perfecte vierde en vijfde noemen wij een reine kwart en kwint en Leonin en Perotin heten hier Leoninus en Perotinus.
De vertaler beheerst wel de te vertalen taal, maar het onderwerp helaas minder.
Leen van Kleij, kerkmusicus, Hoogeveen op 07-02-2010, 17:20
En met barbaren die muziek verbieden, vrouwen onderwijs ontzeggen en behandelen als minder dan varkens, meisjesscholen opblazen, daarmee wil minister Guusje Terhorst en velen met haar, gaan praten (maar Wilders, een democraat, wordt gezien als het kwaad dat vernietigd moet worden).
Johrij, Amsterdam op 06-02-2010, 20:26
Dichters en musici werden al verafschuwd door profeet Mohammed. Niet alleen verafschuwd maar ook werden 'hitmen' op hen afgestuurd. Onder andere dichter Ka'b uit Mekka werd afgeslacht i.o.v. Mohammed. Zover niets nieuws onder de zon dus uit Mohammedanisme ('íslam' is een misnomer, met 'vrede' heeft die 'religie' niets van doen) land. Wat zouden die 6 anti-Wilders islamologen en arabisten dáár nou van vinden? Mohammed als 'capo di tutti capi'?
boris, Haarlem op 06-02-2010, 20:26
Een indrukwekkende muziekgeschiedenis.
Ik wil dit nog zeggen.
Orgel en harmonium zijn voorzien van registers.
Kleuren, waarmee de speler effecten teweeg brengt, die op het gemoed van de luisteraar inwerken. Hier ligt nu het gevoelige probleem voor al die monotheïsten, voor wie God een absolute ongevoelige monotoon moet(!) zijn. De muzikaliteit van God komt dan overeen met het krassen van een kraai, geblaat van een schaap of het suizen van wind.
Dit fundamentalisme is ook in polyfone kringen present.
Voor een purist is Bach op een vleugel bijkans een blasfemische verkrachting van zijn muziek.
Ik sta er telkens weer perplex van.
René Jacobs, Amsterdam op 06-02-2010, 19:56
Een Islam die mensen willen doden om een speelorgeltje is toch een vreselijke godsdienst. Barbaren zijn het van het zuiverste water. Moordenaars van de geestelijke vrijheid en tolerantie.
ndv, amsterdam op 06-02-2010, 09:07
Plaats een reactie
Stuur artikel door